Draagvlak – dat zijn we zelf

Het huidig instrumentarium voor de planning van windmolens en zonneakkers houdt niet over. Gemeenten regelen alles kort gezegd met een bestemmingsplan en daarna via een vergunningstraject.

Dat voldoet prima voor de aanbouw van een serre of voor de inrichting van een bedrijventerrein. Maar duidelijk niet voor de inpassing van nieuwe, industrieel ogende installaties; hoge windmolens of – in Fryslân – grote zonneweides, zo maar midden in de ruimte die we zo waarderen. Om maar niet te spreken over de Rijkscoördinatieregeling waarmee minister Kamp overal overheen walst. Dat is de grote draagvlakverdelger.

Deze week gaf B&W van Heerenveen een voorzet die denk ik de juiste kant op gaat. De gemeente geeft aan waar grotere zonneweides kunnen worden ontwikkeld. Je praat dan al snel over enkele tientallen voetbalvelden groot. Die worden bij inschrijving gegund aan projectontwikkelaars, de professionele partijen die grootschalig aan de slag gaan.

Daarnaast, en dat maakt het bijzonder, krijgt elk dorp in de gemeente Heerenveen – naar behoefte – een lap grond toegewezen die ingezet kan worden om een zonneweide voor het hele dorp op te ontwikkelen. Zeker als de grond ‘stekkerklaar’ wordt opgeleverd – dus met de juiste infrastructuur – en er een goede regeling komt voor vergunningsverlening (leges!) kan dat een prima voorbeeld zijn voor andere gemeenten.

Het probleem dat de gemeente over zichzelf afroept is wel meteen een hele cruciale: hoe laat je het dorp participeren? Hoe zorg je ervoor dat het collectieve element gewaarborgd blijft? De gemeente stelt dat het de mogelijkheid wil geven aan lokale energiecoöperaties – daar heeft ze er al drie van in het midden. Dat klinkt goed en iedereen heeft wel redelijk voor ogen hoe dat er uit zou moeten zien: breed gedragen club vrijwilligers met een ervaren bestuur, een paar jonge, ondernemende mensen en aarding in het bestaande verenigingsleven.

Maar ja, een coöperatie kan iedereen oprichten. En hoe weet je als gemeente zeker dat je te maken hebt met een coöperatie waar je langjarig mee in zee wil. Die coöperatie kan namelijk ook gevormd worden door twee snelle jongens die verder weinig op hebben met het dorp. In dat geval krijg je geheid ruzie in het dorp. Je zou ook Plaatselijk Belang – als vertegenwoordiger van het dorp – die taak in de maag splitsen. Maar ja, die zitten waarschijnlijk ook niet te wachten op nog meer werk als vrijwilliger; werk waar ze vaak ook niet de kennis of affiniteit mee hebben. Als gemeente zelf een coöperatie oprichten, zo van boven af, of door inschakeling van een hip Amsterdams bedrijf? Hoe-dan-ook geen goed idee.

Gelukkig is er in de Angelsaksische traditie een serie regels, de Rochdale Principles, die beschrijven hoe een echte coöperatie er uit zou moeten zien. In het kort: autonoom, democratisch, open, sociaal en, natuurlijk, lokaal & duurzaam. Met een kleine groep coöperaties ben ik bezig die als leidraad te gebruiken, en aan te passen naar de Friese dorpen. Deze idealen kunnen we onszelf en anderen voorhouden én naar werken – dat biedt meteen ook houvast voor gemeenten met de goede plannen zoals Heerenveen. Zo kunnen we korte metten maken met de te vaak gehoorde verzuchting van bestuurders dat ‘draagvlak ontbreekt’.

Draagvlak? Dat regelen we zelf. Wat zeg ik, dat zijn we zelf.