Het doel en de middelen

(column Friesch Dagblad april 2014)
Energievoorziening in Nederland. Bijna iedereen is het wel eens over de elementen die voor de toekomst van Nederland belangrijk zijn: besparen door te isoleren, meer elektrisch rijden, minder CO2 opwekken, meer gebruik maken van hernieuwbare energie, zuinig met fossiele brandstoffen. Maar intussen moet Nederland wel blijven draaien – iedereen moet kunnen leven, werken, wonen. En met het comfort en vrijheid die we inmiddels gewend zijn.

Overheden hebben lange termijn doelen vastgelegd in verdragen, met jaartallen en in duidelijke, afgeronde percentages. Om dat mogelijk te maken is een stelsel gemaakt van verboden, stimulansen en uitzonderingsregeltjes, aangevuld met subsidies, accijnzen, vrijstellingen, fondsen en belastingen; dat stelsel bepaalt welke vormen van energie-opwek en –verbruik worden gestimuleerd en welke ontmoedigd. Een goed systeem maar – zoals wel vaker – wringt het behoorlijk in de uitwerking.

Neem vliegtuigbrandstof kerosine. Het lijkt zo mooi; we kunnen voor de prijs van een retourtje Groningen 2de klas naar Zuid-Spanje vliegen. Maar een gezin verstookt in de eerste uren van een verre vliegvakantie meer fossiele brandstof dan het in een jaar tankt bij de bezinepomp. Dat komt omdat kerosine eigenlijk spotgoedkoop is – het is gevrijwaard van elke vorm van belastingen. Het zou volstrekt logisch zijn als daar normaal belasting op zou worden geheven – zeker ten opzichte van vormen van duurzaam vervoer die wél omzetbelasting en accijnzen betalen. Dus ik zou zeggen: één à twee miljard per jaar om omzetbelasting en accijnzen op gelijke hoogte te brengen. Daarnaast nog twee tientjes per ticket om het gebruik van CO2-uitstotende vliegtuigen langzaam te ontmoedigen. Om te beginnen.

Ander voorbeeld: Elektriciteitsbedrijven kappen in Canada prachtige bossen en verslepen het hout met vervuilende stookolieschepen naar Nederland om het daar in een kolencentrale te verbranden. Absurd, dat zou zwaar belast moeten worden, zou je zeggen. Maar nee, in het kader van het stimuleren van energie-opwekkingsprojecten wordt al jaren dit proces als ‘biomassa bijstook’ juist gesubsidieerd. Honderden miljoenen voor de eigenaren van kolencentrales en uw energieleverancier verkoopt de opgewekte stroom met een premie aan u als duurzaam opgewekte groene energie. Duurzaam opgewekt in een kolencentrale? Met subsidie? Zo snel mogelijk afschaffen.

Met het Groningen-gas wordt het verhaal helemaal bizar. Daar is het de rijksoverheid zelf die de opbrengst opmaakt. Oud-hoogleraar Flip de Kam heeft een aantal jaren terug berekend dat de afgelopen decennia tweehonderd miljard (ja, miljard!) euro aan aardgasbaten is uitgegeven aan… ja, aan wat eigenlijk, aan van alles. Eén ding is zeker, het is in ieder geval op. Zonde, nu mee stoppen, moeten we niet meer doen.

Nee, dan de Noren; die hebben al hun aardgas- en oliebaten keurig in een fonds gestort – Statens pensjonsfond – dat vorige maand aankondigde in totaal 250 miljard kronen (30 miljard euro) te gaan investeren in duurzame energie. Dan houden ze nog 5 triljard kronen over, dat is meer dan een miljoen kronen per Noor. Op de bank. Voor later.

Dát is dubbel duurzaam beleid en als de Noren dat kunnen, kunnen wij dat natuurlijk ook. Met de juiste belastingen en subsidies, en met de nodige spaarzin kan onze overheid een duurzame toekomst veilig stellen. Daar is weinig energie of creativiteit voor nodig. Alleen lef.

Sybrand Frietema de Vries