Uit de spagaat

(Column verschenen in Friesch Dagblad van Vrijdag 29 mei 2015)

Gedeputeerde Staten (GS) kwamen de maand met een ambitieus coalitieakkoord. Het stuk bevat grootse zinnen als “Wij gaan voor een Fryslân dat rechtvaardiger, duurzamer, meer Frysk eigene en meer ondernemend wordt.” en “…zoveel mogelijk uitgaande van de kracht van onze dorpen, wijken, bedrijven en mensen zelf, hun ideeën, initiatieven en ondernemerschap.”

Goed dat het provinciebestuur zichzelf ferme doelen stelt. Dat geldt zeker voor de duurzaamheidsparagraaf. De ambitie liegt er niet om: 25 procent duurzaam opgewekte energie over tien jaar. Windenergie is helemaal van tafel dus heel veel zal moeten komen uit zonne-energie en besparingsprogramma’s.

Het is ook goed dat GS de middelen zoekt in de lokale kracht. Dat biedt dorpen en wijken perspectief.

Het akkoord betekent ook een duidelijke opgave voor de vele actieve dorp- en wijkcoöperaties die deze provincie inmiddels rijk is. Stuk voor stuk Frysk, ondernemend, rechtvaardig in de verdeling van lasten en lusten, en als geen ander met de focus op duurzaamheid. De taken liggen voor het oprapen: investeren in duurzame energie en besparingsmaatregelen, maar ook alternatieve vormen van vervoer, voedsel. Verbazingwekkend genoeg rept het coalitieakkoord met geen woord over hen.

In het coalitieakkoord geen woord over coöperaties

Natuurlijk is het niet zo dat een coöperatie de panacee is voor achterblijvende duurzaamheidsdoelstellingen. Veel coöperaties hebben weinig financiële armslag en de groep vrijwilligers is vaak enthousiast maar smal. Hun onderneming is ook niet risicoloos en vergt uithoudingsvermogen. Maar het is wel een nieuwe manier om de wereld beetje bij beetje te veranderen. Om onafhankelijk te worden van grote onpersoonlijke energiebedrijven; mede zelf te bepalen hoe duurzaamheid in de directe omgeving vorm krijgt. En laten we werkgelegenheid niet vergeten: banen terughalen naar deze provincie.

Maar GS heeft zich in een spagaat gemanoeuvreerd. Zij staat minder dicht bij de burger dan gemeenten. Tegelijk staan er in dit akkoord doelstellingen waar ze die burgers keihard bij nodig hebben. Een haag van belangengroeperingen, vergaderclubs, projectmanagers en professionele ondersteuners ontneemt de politiek het zicht op die bedrijvige burgers.

ledencoops_col14

Leden van Ús Koöperaasje (mei 2015)

Met het Iepen Mienskipfuns, een subsidieregeling voor lokale projecten, denkt GS uit die spagaat te komen. Maar de focus van het fonds ligt op eenmalige projecten en eigenlijk niet op bedrijfsmatige activiteiten. Ergens is dat jammer want een dorpscoöperatie is niet een verzameling projecten met een bepaalde looptijd maar een bedrijf waarvan de te bereiken doelen soms jaren ver in het verschiet liggen. Het is wel een bijzonder bedrijf: eventuele winst moet ten goede komen aan het duurzame doel en niet aan aandeelhouders. Zulke burgerondernemingen zijn er al: tientallen coöperaties functioneren zo. Profit-for-purpose, heet dat, een nieuwe naam voor een oud begrip: nutsvoorzieningen.

De provincie wil dus graag dat burgers zich ondernemend opstellen. Maar als die zelfde burgers zich dan verenigen in een maatschappelijke onderneming worden ze door GS niet genoemd, niet gezien.

Dat moet snel veranderen. Juist een coöperatie kan het beste in gemeenschappen naar voren brengen. De nieuwe coalitie kan een grote slag slaan door juist deze coöperaties te omarmen. Benoem ze, geef ze een speciale status en ondersteun ze direct, zonder tussenschakels. Dit type ondernemerschap, deze vorm van werkgelegenheid heeft Fryslân de komende jaren hard nodig.