De jij-bak van Rutte

Als minister-president Rutte in Parijs het podium betreedt, moet hij zich voelen als een jongen die naar voren wordt geroepen om uit te leggen waarom hij het slechtste CO2-rapport van heel Europa heeft.
Zijn gratuite oproep op dat internationale podium, dat bedrijven, consumenten, steden en maatschappelijke organisaties meer moeten doen, leek vooral een jij-bak. Want deze groepen zijn op hun eigen terrein vaak beter bezig dan de Nederlandse overheid.
Maar goed, de koorts rond de klimaatconferentie heeft in november uiteindelijk toch de Nederlandse politiek bereikt. Vlak voordat de conferentie begon, heeft de Tweede Kamer iets van zich laten horen. Het begon met wat oprispinkjes en een paar nuttige, maar door partijpolitiek kansloze, voorstellen.
De Kamer met klimaatkoorts sprak plotseling ferm dat kolencentrales moesten worden gesloten. Vier jaar nadat toenmalig minister Verhagen er alles aan deed om de vergunningen rond te krijgen. En een maand nadat huidig minister Kamp aangaf dat de centrales de komende jaren veel biomassa moeten gaan bijstoken.
In dezelfde week werd bekend dat afgelopen jaar het kolenverbruik voor de elektriciteitsproductie met 27 procent was gestegen. Een nieuw ‘hoogtepunt’.
Maar ‘Parijs’ lonkt en opeens heeft de Tweede Kamer getallen in het vizier. Reductiedoelstellingen, door de rechter in een baanbrekend vonnis aangescherpt, liggen er. De CO2 uitstoot moet in 2020 met minimaal 25 procent zijn teruggebracht ten opzichte van 1990. Aan deze getallen liggen geen wetmatigheden of zorgvuldige berekeningen aan ten grondslag. De jaartallen zijn deelbaar door 10 en de procenten door 5. Makkelijk wensdenken.
Zulke doelstellingen worden later weer net zo makkelijk een decennium verder weggelegd en tegelijkertijd met een paar procentpunten verhoogd om toch iets van daadkracht te laten zien. Zoals een gokverslaafde de inzet verdubbelt om het verlies goed te maken en zichzelf nogmaals wijsmaakt dat het de volgende ronde wel gaat lukken.

Dit landelijk gedraai kan niet meer serieus genoemd worden. Kabinet, Tweede Kamer, Rutte: neem een voorbeeld aan de gemeenten, aan bedrijven, aan burgers en maatschappelijke organisaties. Een middelgrote gemeente in Nederland heeft vaak beter beleid op het gebied van duurzame ontwikkeling. En ze hebben vaak ook de bevlogen bestuurders die dat beleid handen en voeten geven. Een groot aantal bedrijven maakt vorderingen op het gebied van energiebesparing en verduurzaming van processen. Burgers leggen geld bijeen om te investeren in zonnepanelen of een dorpsmolen. Dat laatste overigens niet in Fryslân.
Wat ontbreekt is een goed perspectief vanuit Den Haag. Een perspectief waarmee we jaren, decennia mee vooruit kunnen. Waar bedrijven, burgers en maatschappelijke organisaties zich achter kunnen scharen. Waar lange termijn investeringen met een gerust hart op gedaan kunnen worden.

Zal er een Haags politicus opstaan die zich opwerpt als leider in deze omslag?

Dat is géén wensdenken. Dat is een vacature.