Een Deltaplan, maar dan groot

(eerder verschenen in Friesch Dagblad, 22 september 2017)

Na de watersnoodramp van 1953 werd duidelijk dat alleen op grote schaal de veiligheid en comfort van bewoners van Zeeland en Zuid-Holland konden worden zeker gesteld. Het Deltaplan was daarmee geboren.

De overheid legde zichzelf middels de Deltawet op een nog nooit vertoonde infrastructuur van ongekende schaal te organiseren. Gekkenwerk, zou je zeggen, Het was niet volledig duidelijk wat er precies moest gebeuren, hoe het moest, of het kon en hoeveel het uiteindelijk zou kosten. Bij elk ander project zou je zeggen: ,,Niet aan beginnen”.

De kosten die de overheid maakte voor de Deltawerken waren enorm, zeker voor die tijd. Er werd ruwweg uitgegaan van een bedrag tussen de 700 en 900 miljoen in hedendaagse euro’s. De kosten liepen in 30 jaar voortdurend op tot zes maal zo veel als begroot. Dat was in die tijd bijna 1000 euro per huishouden meer.

Toch hebben achtereenvolgende kabinetten doorgezet en uiteindelijk was het voor Nederland goed. Niet alleen houden de Zeeuwen droge voeten, waterbouwkunde en watermanagement werden sterke exportproducten. Nederlandse bedrijven trekken hiermee over de hele wereld. Succesvolle innovaties die bij aanvang niet voorzien waren trekken nog jaarlijks buitenlandse bezoekers op zoek naar antwoorden op prangende vragen over de strijd tussen water en land. Ik weet niet of het is uitgezocht – of überhaupt kan worden uitgezocht – maar het zou mij niet verbazen als de Deltawerken voor de overheidsfinanciën een uitstekende investering waren.

De ontwikkeling is niet gestopt met het slim afsluiten van de Oosterschelde. Die techniek en kennis stelt ons in staat om de gevolgen van klimaatverandering – een stijgende zeespiegel en veranderende neerslagpatronen – met enig vertrouwen tegemoet te treden. En dat voor een land dat, zonder die dijken en dammen, grotendeels weg zou spoelen.

Met het oog op de financiering van de kosten door klimaatverandering moeten we de lessen van de Deltawerken naar het heden, naar onze toekomst trekken.

We moeten de lessen van de Deltawerken naar het heden, naar onze toekomst trekken

Het recente voorbeeld van de snel dalende kosten van grootschalige windprojecten op zee is duidelijk. Áls de overheid in het groot organiseert, kan het bedrijfsleven daar op inspelen en daarmee de samenleving voor hogere kosten behoeden.

Laten we er geen doekjes omheen winden. De klimaatopgave is vele malen groter en ingewikkelder dan het Deltaplan. Er zijn enorme investeringen nodig om onze energievoorziening, onze landbouw, onze procesindustrie, onze vervoersbehoefte – eigenlijk elke economische activiteit – klimaatbestendig te maken.

Van de nood maken we zo een deugd, van een grote opgave maken we veel banen.

Op dit moment kijkt de overheid naar burgers en bedrijven om hen zelf die investeringen te laten doen. Bedrijfsprocessen moeten duurzaam, elk huis moet energieneutraal, wie het kan betalen zou elektrisch moeten rijden. Maar al deze individuele investeringsbeslissingen leiden niet snel tot innovaties, zorgen niet automatisch voor schaalgrootte, leiden vaak niet tot slimme oplossingen.

Een overheid kan als enige de risico’s nemen die nodig zijn om schaalgrootte te organiseren, innovatie en samenwerking af te dwingen. En laten we er dan voor zorgen dat dit Deltaplan ons allen aan het werk zet én houdt. Dat onze kinderen met klimaatlandbouwkunde en klimaatmanagement hun geld kunnen verdienen. Van de nood maken we zo een deugd, van een grote opgave maken we veel banen.

Laten we hopen dat ons volgend kabinet dit als geen ander begrijpt.

Warmte zonder gas

Hoe verwarmen al die Europese landen die geen Groninger gas hebben hun huizen? Al die landen die geen gasbel hebben die ze door Shell laten leeghalen en voor weinig verkopen aan burgers en bedrijven. In landen met een vergelijkbaar klimaat en demografie zoals Denemarken moet het in huis vast altijd koud zijn.

Dat valt wel mee. Het gasbelloze van kolen en stookolie afhankelijke Denemarken moest met een andere oplossing komen voor de verwarming van de huizen. En die vonden ze.

Tijdens de oliecrises in de jaren zeventig, werd in Denemarken het roer omgegooid. Met een aantal simpele regels werd de basis gelegd voor de overgang naar een duurzame warmtevoorziening.

Zo werd het bij wet verboden om winst te maken met energiesystemen, zoals de levering van warmte in een woning. Met zo’n regeling blijkt dat een coöperatieve vorm altijd goedkoper warmte levert dan overheid (nutsbedrijven) of markt (bedrijven met private investeerders). Meer dan 60 procent van de Deense huishoudens zijn aangesloten op een coöperatief warmtenet. Het grootste deel daarvan is inmiddels duurzaam. De gebruikers van het warmtenet zijn tevens de eigenaren.

Bij wet is ook vastgelegd dat overstappen naar collectieve warmte voor een huishouden geen gedoe mag zijn of duurder. In Denemarken heeft die collectieve aanpak gezorgd voor een voor consumenten heel simpel aanbod: volledige ontzorging, goedkope leningen voor de investeringen van de coöperatie en haar leden  en de zekerheid dat de kosten laag zijn.

Waarom lukt zoiets niet in Nederland?

Daar is een simpele verklaring voor. Gemak van gas-in-elk-huis heeft ons het zicht op collectieve oplossingen weggenomen. Huishoudens beginnen de individuele noodzaak te voelen om vaarwel te zeggen tegen fossiele brandstoffen maar zien tegelijkertijd niet een makkelijke of goedkope oplossing.

Terwijl, als je samenwerkt, de kosten lager worden en ‘het gedoe’ minder – dat is een simpele economische wetmatigheid.

Ironisch genoeg is een goed voorbeeld daarbij … gas. In de jaren zestig werd binnen een decennium een complete infrastructuur voor aardgas collectief aangelegd, dorp na dorp, wijk na wijk. Daardoor waren de kosten per huishouding laag. Niet alleen in de steden, ook in het buitengebied. Dat laatste: niet onbelangrijk in Fryslân.

Hoe kunnen we dit Deense model laten werken in Fryslân? Ik heb een paar stappen die ons de goede weg op moeten helpen.

Het is bizar om burgers op te roepen riskante grote investeringen te doen die beter ontzorgd én goedkoper collectief kunnen worden uitgevoerd.

Allereerst kunnen gemeenten beter stoppen met het communiceren via allerhande ‘loketten’ om burgers met incidentele subsidies op te roepen zelf ingewikkelde toeren uit te halen om hun huizen ‘van het gas af te halen’. Het is bizar om burgers op te roepen riskante grote investeringen te doen die beter ontzorgd én goedkoper collectief kunnen worden uitgevoerd.

Zorg daarbij zo snel mogelijk voor een gemeentelijk energieplan. Daarin is onder andere vastgelegd onder welke voorwaarden groepen burgers en bedrijven zelf, collectief, infrastructuur kunnen aanleggen en beheren. Laten we die infrastructuur niet aan de markt, aan private bedrijven weggeven. Dat werkte niet in Denemarken, dus laten wij daar van leren.

Maak daarbij de weg vrij voor warmtecoöperaties. Zorg voor ondersteuning, duidelijke spelregels en langjarige perspectieven. Géén subsidies voor de happy-few maar goedkope leningen voor iedereen. Laat die coöperaties met de beste Friese bedrijven oplossingen bedenken en uitvoeren. Werk genoeg de komende jaren.

 Warmte zonder gas. Het kan eerlijk, duurzaam én goedkoop. Vraag maar aan de Denen.

De paradox van de duurzame verspilling

(eerder verschenen in Friesch Dagblad, 23 juni 2017.)

Het nieuws kwam niet als een verrassing, maar toch was het een schok. Het afgelopen jaar heeft Nederland weer meer energie verbruikt en daarmee zijn eigenlijk de inspanningen om de verduurzaming van de energievoorziening tot stand te brengen grotendeels teniet gedaan. Omdat het totale energieverbruik is toegenomen, heeft de toename van het verbruik van hernieuwbare energie nauwelijks geleid tot een groter aandeel in het totale energieverbruik. Het aandeel steeg van 5,8 naar 5,9 procent, alle goede bedoelingen ten spijt. Ik durf niet eens uit te rekenen hoe lang het in dit tempo duurt voordat we in de buurt van de 50% komen. Laat staan de 100%.

Hier kan gewoonweg een wetmatigheid aan ten grondslag liggen, sterker nog, een oud fenomeen. Al ten tijde van de eerste industriële revolutie werd dat duidelijk. Het bekendste voorbeeld daarvan is de verbetering van de stoommachine. Toen James Watt zijn uitvinding naar buiten bracht, werd de inzet van kolen opeens een stuk efficiënter. Daarmee werd de mogelijkheden voor de machine opeens vele malen groter en werd het apparaat op grote schaal neergezet. Het was – voor dit tijd – een efficiënt apparaat en juist daardóór ging het gebruik van kolen opeens exploderen.

Later kreeg dit mechanisme een bijzondere naam: het Postulaat van Khazzoom–Brookes, naar de twee onderzoekers die hier onderzoek naar deden in de jaren zeventig van de twintigste eeuw, ten tijde van de oliecrises. De paradox is dat een verbetering van de efficiency van een energieproces leidt tot meer gebruik van energie in dat proces. [Khazzoom-Brookes is een bijzonder variant van het Rebound-effect]

Ook nu moeten wij, met de inspanningen die wij ons getroosten om duurzaam en efficiënt bezig te zijn met energie, helaas constateren dat die inspanningen te niet gedaan worden door het meergebruik. Iedereen kent het wel; juist omdat we goedkope en efficiëntere verlichting hebben, halen we veel meer lampen in huis. Zo branden de LED-slingers nu niet alleen met Kerstmis maar een deel van het jaar. Waarom ook niet? Batterijen en accu’s raken goedkoper zodat nu elk stuk kinderspeelgoed, vervoermiddel of apparaat stroom verbruikt.

Wellicht zit hierboven op nog een tweede paradox bij verduurzaming. Met de mogelijkheid om onszelf deels los te maken van fossiele brandstoffen, krijgt dit mechanisme nog een andere dimensie. Ik poneer het maar als een voorlopig onbewezen stelling: elke verduurzaming van de energievoorziening bij individuele bedrijven of huishoudens zorgt voor gelijkblijvend verbruik van die energie of zelfs verhoging.

We staan met z’n allen in deze spagaat. We investeren in besparingen maar we verbruiken meer. We subsidiëren miljarden in windturbines maar het aandeel duurzaam stokt.

Ik merk het bij mezelf. Zolang ik maar genoeg zonnepanelen heb, maakt het niet uit hoeveel ik gebruik. De warmtepomp gebruikt geen fossiele brandstoffen dus mag het in de huiskamer behaaglijk zijn. Dat aspect maakt het in de toekomst nog lastiger om er voor te zorgen dat wij met z’n allen meer besparen. Want laten we wel wezen, we zijn er nog lang niet. En door het gevoel duurzaam te leven onder een dak vol zonnepanelen, zijn niet alle aspecten van klimaatdoelstellingen afgevinkt. Verre van.

We staan met z’n allen in deze spagaat. We investeren in besparingen maar we verbruiken meer. We subsidiëren miljarden in windturbines maar het aandeel duurzaam stokt.

Is er een weg uit deze paradox? Jazeker, maar dat begint als we globale klimaatopgaven weten te vertalen naar aspecten van het individueel gedrag van ons bedrijf of onze huishouding. Dat gaat dus verder dan energie besparen en duurzaam opwekken.

Als dat duidelijk wordt, weten we pas echt wat we moeten doen. Het postulaat van Khazzoom–Brookes kan daarna rustig worden bijgezet in het museum van oude wetmatigheden.

Klimaatkonijn

[UPDATE: het lijkt er op dat Arjen Lubach in Zondag met Lubach aan mijn oproep gehoor heeft gegeven.]

De verkiezingen hebben een geschakeerd beeld opgeleverd in de kamer. Op veel vlakken zijn brede coalities nodig om wetgeving van de grond te krijgen. Hoe lastig ook, hopelijk zorgt dat voor betere discussies dan die waar wij de afgelopen 5 jaar op getrakteerd werden in een rigide tweepartijenkabinet met slaafse kamerfracties.

De vraag is nu of bij oplossingen voor het klimaatprobleem makkelijk te vormen coalities mogelijk zijn. De verschillen lijken groot.

In bijna elke verkiezingsprogramma was wel een klein hoekje voor het klimaat ingeruimd. Maar op een paar oprispingen van kleine partijen na, waagde in de verkiezingstijd geen politicus van de grote partijen zich in een discussie over het klimaat en de noodzakelijk grote aanpassingen in de energievoorziening. En te vaak werd eerder gesproken van ‘ambitie’ dan van ‘opgave’. Te snel werden de aardbevingsdrama’s in Groningen aangegrepen om niet over gerelateerde probleem te hoeven praten. Liever sprak men over percentages in ‘2050’ dan over daden in 2017.

Het nieuw te vormen kabinet zal echter vergaande maatregelen moeten nemen die Nederland in lijn brengt met het klimaatakkoord van Parijs. Dat wordt een enorme klus.

Oud-minister Ed Nijpels is nu de bewaker van het Energieakkoord, de afspraak waar zowel bedrijfsleven als organisaties als Greenpeace hun handtekening onder zetten. Nijpels is een VVD’er die niet bang is om in duidelijke taal te stellen wat nú nodig is. Daags na de verkiezingsdag schoof hij samen met Marjan Minnesma, directeur van duurzaamheidsorganisatie Urgenda, aan bij tv-programma Nieuwsuur. We zagen een uniek één-tweetje tussen actievoerster en VVD-prominent – met deze kwalificatie alleen doe ik overigens beiden te kort. Gezamenlijk brachten zij de noodzaak om het klimaat te redden én de kansen die dat voor het bedrijfsleven biedt over het voetlicht.

Als iedereen ziet dat binnen de maatschappij voormalige tegenstanders zich schouder-aan-schouder kunnen verenigen achter vergaande oplossingen, moet het voor een nieuw kabinet makkelijk zijn daar een voorbeeld aan te nemen.

Ook Nijpels gaf aan verbaast te zijn over de weinige aandacht voor het klimaatprobleem en de energietransitie in de aanloop naar de verkiezingen. Tijdens de vorming van het kabinet moet dan opeens breedgedragen, noodzakelijke maatregelen worden geformuleerd. Volgens Nijpels kan het niet anders dan dat die maatregelen tijdens de formatie opeens uit de hoge hoed verschijnen. Om zijn verhaal kracht bij te zetten bracht hij het beeld naar voren van het ‘Klimaatkonijn’.

Klimaatkonijn, ik moest er even over nadenken maar dáár zitten we op te wachten. Een onschuldig konijn als symbool van kwetsbaarheid én optimisme.

Dat zou wel eens kunnen werken. Het klimaat heeft op dit moment namelijk geen gezicht; de energietransitie heeft geen logo; klimaatvluchteling is een te abstract begrip. En alle partijen en individuen die zich voor klimaat, CO2-reductie en energietransitie inzetten zijn té bont geschakeerd om in één woord gevangen te worden.

Laat een team van illustratoren, vormgevers én marketeers het Klimaatkonijn een gezicht geven en verhalen om te vertellen. Laat het Klimaatkonijn in kinderboeken en folders kinderen een goed perspectief bieden en onze generaties een spiegel voorhouden.

Klimaatkonijn. Ik zie het helemaal voor me.

Kleuter

[Column verscheen eerder in Friesch Dagblad van 3 maart 2017. Hier de PDF-versie]

Olie- en gasbedrijf Shell heeft – zo blijkt uit een prima reconstructie van Jelmer Mommers voor De Correspondent – zelf al in 1986 op papier gesteld wat de grimmige gevolgen zijn van het verbranden van kolen, gas en olie. Op basis van die feiten en toekomstscenario’s werd door Shell in 1991 een film gemaakt die De Correspondent voor ons heeft afgestoft. Dat de video een kwart eeuw oud is, zie je. Maar je hóórt de waarschuwende stem die pas veel later gemeengoed werd: klimaatverandering zal wereldwijde gevolgen hebben. Verhoging van CO2 in de atmosfeer, de stijging van de zeespiegel, grillige weerpatronen, klimaatvluchtelingen, noem maar op, alles zit in de film. Met uitzondering van de VVD – vreemd genoeg nog steeds gestuurd wordt door klimaatontkenners – is daar 25 jaar later wereldwijd consensus over, van Greenpeace tot Pentagon.

Dat die film kwam is logisch: Shell plukt in veel landen de beste studenten en wetenschappers uit de universiteiten. Daarmee is het bedrijf als geen ander in staat inzicht te geven in de gevolgen van winning en gebruik van brandstoffen. Wetenschappers in dienst van Shell deden het werk dat van verantwoordelijke werknemers verwacht wordt en deelden dat met het publiek.

De winstmachine Shell heeft echter sinds die tijd door directe lobby en door dubieuze bijdragen aan klimaatdiscussies die eigen conclusie proberen te verstoppen en te ontkrachten. Het publiek werd daarbij getrakteerd op teksten als die van topman Van Beurden in Nieuwsuur: “ik pomp alles op wat ik kan oppompen om de vraag te vervullen”.

In Nederland pompt de NAM (50% van Shell) het aardgas op. De Asser echtbank oordeelde deze week dat NAM ook aansprakelijk is voor immateriële schade door de aardbevingen in Groningen. Ook logisch, zou je zeggen. Veertig jaar lang stond iedereen te juichen rond de Grote Gaskraan en verjubelden wij de gasbaten voor een forse maar tijdelijke verbetering van de welvaart. Shell profiteerde op grote schaal mee. Nu duidelijk is dat dat schadelijk was voor mens, milieu en klimaat, moet je daar verantwoordelijkheid voor te nemen. Niet om in het gevlei te komen of voor de PR, maar omdat het normaal is, en van volwassenheid getuigt. Dat steeds weer rechters en politici er aan te pas moeten komen om Shell bij de les te houden, is van de zotte.

Het is bizar om te zien hoe de collectieve som van handelen van slimme, betrokken en verantwoordelijke werknemers leidt tot gedrag dat je van een kleuter niet accepteert.

Doen alsof je iets niet gezegd hebt; beterschap beloven en dan onder elke verantwoordelijkheid proberen uit te wurmen; zo snel mogelijk de snoeppot leeg eten; verwarring zaaien over belastende kennis.

Het is bizar om te zien hoe de collectieve som van handelen van slimme, betrokken en verantwoordelijke werknemers leidt tot gedrag dat je van een kleuter niet accepteert.

Als Shell je buurman zou zijn, zou je je wel twee keer bedenken om daar je auto aan uit te lenen. Waarom geven we dan een dergelijk bedrijf namens de samenleving de verantwoordelijkheid om kostbare grondstoffen aan onze bodem te onttrekken.

“Action now, is seen as the only safe insurance”. De voice-over van de Shell-video uit 1991 geeft ondubbelzinnig de harde conclusie die het Shell-bedrijf van 2017 zich zelf zou moeten aantrekken.

Waarom? Simpel, omdat volwassenen verantwoordelijkheid nemen.

Heimwee naar Nixon

Het klimaatverdrag van Parijs is in relatieve sneltreinvaart, binnen een jaar, geratificeerd, vorige week op 4 november. Niet door het Nederlandse kabinet en kamer overigens – die zitten middenin de jaarlijkse Zwarte Piet discussie – maar wel door serieuze landen als Albanië, Ivoorkust en Tuvalu, om er maar een paar te noemen. Ook grote vervuilers als China, Brazilië en de Verenigde Staten hebben het verdrag geratificeerd. Met Trump nu in het Witte Huis is het maar de vraag of het verdrag vanuit die hoek het zelfde gewicht krijgt als we een week geleden nog dachten, maar de vaart zit er in en de geest is uit de fles.

De gevolgen van het verdrag zijn nog niet duidelijk; ook Nederland zal plannen moeten maken om de uitstoot van broeikasgassen enorm terug te brengen.

En dan moeten we ons toch weer zorgen maken. Want dit verdrag verhoudt zich slecht tot waar de Nederlandse politiek zich dezer weken mee bezig houdt. Om te beginnen botst ‘Parijs’ met andere verdragen. Op dit moment zijn een aantal verdragen zoals CETA (tussen de EU en Canada) en TTIP (tussen de EU en de VS) onderwerp van discussie of onderhandeling. De doelstelling van deze handelsverdragen is groei in handelsvolume. Dat betekent dus nog meer spullen in zwaar vervuilende schepen over de Atlantische Oceaan; dat staat echter haaks op de opgave van Parijs om die vervuiling aan te pakken. We zullen mínder in plaats van méér moeten produceren en we zullen méér dichtbij moeten gebruiken in plaats naar verre oorden te verslepen. Dat is geen isolationisme of anti-globalistisch sentiment, dat is zinvolle, wenselijke klimaat-politiek. In een vreemde omweg zou overigens juist President Trump hier een grote rol in kunnen spelen; hij heeft aangegeven deze handelsverdragen niet te ondertekenen.

Terug naar Nederland. Dat het kabinet werkelijk geen enkel besef tentoonspreidt waar het Nederland naar toe moet leiden, blijft pijnlijk duidelijk. Juist na Parijs zijn op het gebied van energie maatregelen genomen die diametraal ten opzichte van Parijs liggen. Allereerst is er door minister Kamp vorige week voor meer dan 2 miljard euro subsidie opzij gelegd voor kolencentrales om daarin Amerikaans hout – ook weer met vervuilende schepen vervoerd – te verstoken. Door eerst bakken met geld te geven aan buitenlandse kolenboeren vangen helaas prachtige, lokale projecten van (Friese) zonnestroom-initiatieven bot bij het subsidieloket.

vvd_tweet_vroemvoemDit jaar werd de maximumsnelheid op nog meer autowegen verhoogd en minister minister Schultz aast op nog meer – ze ziet het 130-kilometerbord als haar belangrijkste nalatenschap. De landelijke VVD twitterde daarop blij met de hashtag “#vroemvroem”, alsof het Nederlandse volk kleuters zijn. Ieder kind weet dat 130 kilometer per uur slecht is voor het milieu – je stoot per kilometer meer CO2 uit – en voor de veiligheid – drie maal zo veel dodelijke ongelukken op 130-wegen, zo bleek uit onderzoek.

 

In 1974 werd in de Verenigde Staten met een federale wet de maximumsnelheid teruggebracht naar 55 mijl per uur. Let wel: vijfenvijftig mijl per uur is nog geen 90 km/u! Decennia later kunnen staten zelf bepalen hoe hard er gereden wordt en is die maximumsnelheid op veel plekken verhoogd, maar nog steeds staat het getal ’55’ – nogmaals: dat is maar 88,5 km/u! – voor hoe hard een automobilist hoort te rijden. Die wet werd niet ondertekend door een ultra-linkse milieu-activist op sandalen maar door de Republikeinse president Nixon met het doel om brandstofbesparing op grote schaal mogelijk te maken. Iets van die geest zouden wij in het Nederlandse kabinet nu kunnen gebruiken.

Wie had kunnen denken dat wij in november 2016 nog zouden terugverlangen naar Nixon.

De jij-bak van Rutte

Als minister-president Rutte in Parijs het podium betreedt, moet hij zich voelen als een jongen die naar voren wordt geroepen om uit te leggen waarom hij het slechtste CO2-rapport van heel Europa heeft.
Zijn gratuite oproep op dat internationale podium, dat bedrijven, consumenten, steden en maatschappelijke organisaties meer moeten doen, leek vooral een jij-bak. Want deze groepen zijn op hun eigen terrein vaak beter bezig dan de Nederlandse overheid.
Maar goed, de koorts rond de klimaatconferentie heeft in november uiteindelijk toch de Nederlandse politiek bereikt. Vlak voordat de conferentie begon, heeft de Tweede Kamer iets van zich laten horen. Het begon met wat oprispinkjes en een paar nuttige, maar door partijpolitiek kansloze, voorstellen.
De Kamer met klimaatkoorts sprak plotseling ferm dat kolencentrales moesten worden gesloten. Vier jaar nadat toenmalig minister Verhagen er alles aan deed om de vergunningen rond te krijgen. En een maand nadat huidig minister Kamp aangaf dat de centrales de komende jaren veel biomassa moeten gaan bijstoken.
In dezelfde week werd bekend dat afgelopen jaar het kolenverbruik voor de elektriciteitsproductie met 27 procent was gestegen. Een nieuw ‘hoogtepunt’.
Maar ‘Parijs’ lonkt en opeens heeft de Tweede Kamer getallen in het vizier. Reductiedoelstellingen, door de rechter in een baanbrekend vonnis aangescherpt, liggen er. De CO2 uitstoot moet in 2020 met minimaal 25 procent zijn teruggebracht ten opzichte van 1990. Aan deze getallen liggen geen wetmatigheden of zorgvuldige berekeningen aan ten grondslag. De jaartallen zijn deelbaar door 10 en de procenten door 5. Makkelijk wensdenken.
Zulke doelstellingen worden later weer net zo makkelijk een decennium verder weggelegd en tegelijkertijd met een paar procentpunten verhoogd om toch iets van daadkracht te laten zien. Zoals een gokverslaafde de inzet verdubbelt om het verlies goed te maken en zichzelf nogmaals wijsmaakt dat het de volgende ronde wel gaat lukken.

Dit landelijk gedraai kan niet meer serieus genoemd worden. Kabinet, Tweede Kamer, Rutte: neem een voorbeeld aan de gemeenten, aan bedrijven, aan burgers en maatschappelijke organisaties. Een middelgrote gemeente in Nederland heeft vaak beter beleid op het gebied van duurzame ontwikkeling. En ze hebben vaak ook de bevlogen bestuurders die dat beleid handen en voeten geven. Een groot aantal bedrijven maakt vorderingen op het gebied van energiebesparing en verduurzaming van processen. Burgers leggen geld bijeen om te investeren in zonnepanelen of een dorpsmolen. Dat laatste overigens niet in Fryslân.
Wat ontbreekt is een goed perspectief vanuit Den Haag. Een perspectief waarmee we jaren, decennia mee vooruit kunnen. Waar bedrijven, burgers en maatschappelijke organisaties zich achter kunnen scharen. Waar lange termijn investeringen met een gerust hart op gedaan kunnen worden.

Zal er een Haags politicus opstaan die zich opwerpt als leider in deze omslag?

Dat is géén wensdenken. Dat is een vacature.

3 voorspellingen voor Fryslân

column Friesch Dagblad
9 januari 2015

Op het gevaar af volgend jaar rond deze tijd voor schut te staan wil ik een aantal zaken voorspellen.

Energievoorziening wordt globaler én lokaler.
Energie blijft in 2015 op de agenda, lokaal én internationaal. Of de prijs van olie nu laag is of hoog, of Poetin nu met oorlog dreigt of Obama sancties opvoert – de kolommen zullen gevuld blijven met energienieuws. Meer nog dan voorheen zal energieverbruik echter gerelateerd worden aan grote wereldproblemen – vervuiling, schaarste, klimaatverandering, ongelijke verdeling, oorlogen.
Zelfs de Paus heeft aangegeven dit jaar zwaar in te zetten op de gevolgen van klimaatverandering in de aanloop naar de grote klimaatconferentie (Parijs, december). Reken er op dat de nieuws- en opiniepagina’s dit jaar daarover vol zullen staan.

Daarentegen mag van mij het politiek zwartepieten over Friese windmolens in de regionale kranten achterwege blijven. Of Friese windmolens nu wel of niet op/naast/onder de Afsluitdijk komen te staan boeit mij minder dan wie er met het geld vandoor gaat; laten we daarom in ieder geval afspreken dat het geld in Fryslân blijft en niet direct ten goede komt van bedrijven uit de Randstad.

Energieakkoord is failliet.
Vorig jaar was het eerste jaar van het Energieakkoord. Deze serie nationale, langjarige afspraken is geen succes geworden en dat is niet verbazingwekkend. Het blijkt dat de inspanningen van de verzamelde milieuclubs om namens ons allen afspraken te maken met de grote industrie – op z’n vriendelijkst gezegd – behoorlijk naïef waren. De grote jongens schudden de kolenbelasting van zich af en beetje bij beetje verdwijnen ook de andere beperkingen. Zo krijgt de fossiele sector de komende jaren 4 miljard euro (!) om in het buitenland gekapt hout in centrales als biomassa op te stoken. Nu moet ook nog de certificering van dat hout weg – uw ‘duurzame’ stroom zou zomaar ook uit oerbossen mogen komen! Je moet maar durven, miljarden subsidie opstrijken en dan nóg onder de voorwaarden proberen uit te komen.
Intussen werd ‘het zoet’, de met veel bombarie aangekondigde ‘postcoderoos’-regeling voor de energiebewuste burger, zorgvuldig en bewust door Economische Zaken om zeep geholpen. Het is alsof iemand op jouw kosten, in jouw huis een groot, verwoestend feest geeft en je als dank het papier laat aflikken waar de grote verjaardagstaart op heeft gestaan.
Ondertekenaars Greenpeace en de Milieufederaties moeten rap erkennen dat ze fout zaten en begin dit jaar het vertrouwen opzeggen in het hele proces. Redenen genoeg om er nu mee te kappen.

Dan doen we het zelf wel.
Dat laatste brengt mij op voorspelling drie. In Duitsland is de afgelopen jaren het grootste deel van de investeringen in nieuwe energie gedaan door particulieren en coöperaties. Dat is minder raar dan op het eerste gezicht lijkt. Investeren in energievoorziening kan profijtelijk zijn. Traditionele partijen zijn echter geïnteresseerd in oude, bekende technieken en in sectoren waarin al eerder grootschalige investeringen gedaan zijn. Coöperaties kijken niet naar het verleden en kiezen juist voor technieken die nieuw zijn, langjarig mee kunnen, lokaal gemaakt kunnen worden en schaalbaar zijn. Zij kiezen voor duurzaam omdat daar het minste risico aan zit – dus ook financieel duurzaam investeren.

Dát model van particuliere investeringen is nodig in Fryslân. Dat is goed voor versnelling van de duurzaamheid, dat is goed voor werkgelegenheid en financiële stabiliteit, dat is goed voor de samenhang. Veel mensen willen graag dat er dingen veranderen, willen er zelf voor zorgen dat er nuttige diensten en producten komen in plaats van alleen maar profijtelijke. Er is op dat vlak gelukkig in 2014 veel bereikt dat niet voor mogelijk werd gehouden en dát alleen al geeft een goed gevoel voor 2015.

Energievoorziening – laten we het in 2015 beter doen, anders doen, en, met name, zelf doen.

Klimaatverandering wordt nu wer-ke-lijk overal voor gebruikt

“We weten wat voor horrorscenario zich aan het voltrekken is met klimaatopwarming”, liet vandaag woordvoerder energie Frits de Groot (VNO-NWC) aan nrc weten. De werkgeversoriganisatie is ‘om’ als het gaat over klimaatbeleid en energievoorziening, het is niet meer piepen over ‘betaalbaarheid’, ‘innovatieve kansen voor het Nederlandse bedrijfsleven’, ‘leveringszekerheid op 1’ en dergelijke. Mooi zou je denken, dan staan er in één keer een hoop neuzen de goede kant op – om zich langjarig te committeren aan duurzame oplossingen.

Maar nee, hoor.

Dé oplossing voor alle problemen – een nieuwe kerncentrale

Dé oplossing die VNO-NCW voorstaat? “Meer dan ooit” zijn ze voorstander van een tweede kerncentrale. Het klimaatprobleem wordt er aan de natte haren bijgesleept, want die kerncentrale moet er coûte-que-coûte (pun intended) komen. Hoe dan ook.

Maar laten we eens kijken hoe een nieuwe kerncentrale zich verhoudt tot de kernwaarden van VNO-NCW:

werkgelegenheid – verwaarloosbaar

Het zal wellicht zo zijn dat er enkele Zeeuwse voormannen ingehuurd worden om de wensen van Franse ingenieurs uit te leggen aan Letse bouwvakkers. En verder wat bemensing in controlekamer en op kantoor.

betaalbaarheid – negatief

Kernenergie zonder subsidies is een zeer dure vorm van energievoorziening, zo blijkt uit vele rapporten de afgelopen jaren, zoals bijvoorbeeld de laatste van CE Delft (zie ook link NRC boven);

innovatie – verwaarloosbaar

Alle kennis voor bouw, installatie, beheer en onderhoud is en blijft in handen van buitenlandse partijen.

leveringszekerheid – geen tot negatief

Het is de bedoeling dat de stroom opgewekt door de nieuwe kerncentrale afgenomen wordt door Duitse industriële partijen. De topman van RWE (de facto eigenaar) heeft dit aangekondigd, daar heb ik in dit blog al eerder op gewezen.

geen subsidie voor hobbyprojecten – negatief

Uiteraard wordt het een heel gepuzzel om een grote leverancier haar stroom in Duitsland te laten afleveren. Elektriciteitsnetten moeten worden verzwaard, interconnectorcapaciteit (poorten naar het buitenland) vergroot en balans-noodstroomvoorzieningen worden gecontracteerd. De overheid moet dat gaan aanleggen. Dat kost klauwen met geld; subsidie vermomd als structuurverbetering.

minder CO2 – klopt deels

Minder dan gedroomd, want de uitstoot van CO2 bij de winning van uraniumerts is groot. Per kWh minder dan een gasgestookte centrale, maar de productie van kernenergie is met de beste wil van de wereld niet duurzaam te noemen. Het kan zijn dat we – bij de transitie naar duurzame energievoorziening – helaas niet om kernenergie heen kunnen, maar nieuwe kerncentrales zullen nooit doel of middel van energietransitie zijn.

horrorscenario

De conclusie is gerechtvaardigd om te stellen dat of VNO-NCW gekaapt is door spindoctors van RWE – of men niet goed nagedacht heeft. Laten we hopen op het tweede en dat er binnenkort een beter voorstel voor de toekomst van onze energievoorziening komt dan dit gunnen van een kerncentrale aan de Duitse industrie.
Want laten we wel wezen, het ‘horrorscenario’ van een privaat-gefinancierde en nauwelijks door de overheid gecontroleerde kerncentrale is zich in Japan overigens nog steeds aan het voltrekken…