Kleuter

[Column verscheen eerder in Friesch Dagblad van 3 maart 2017. Hier de PDF-versie]

Olie- en gasbedrijf Shell heeft – zo blijkt uit een prima reconstructie van Jelmer Mommers voor De Correspondent – zelf al in 1986 op papier gesteld wat de grimmige gevolgen zijn van het verbranden van kolen, gas en olie. Op basis van die feiten en toekomstscenario’s werd door Shell in 1991 een film gemaakt die De Correspondent voor ons heeft afgestoft. Dat de video een kwart eeuw oud is, zie je. Maar je hóórt de waarschuwende stem die pas veel later gemeengoed werd: klimaatverandering zal wereldwijde gevolgen hebben. Verhoging van CO2 in de atmosfeer, de stijging van de zeespiegel, grillige weerpatronen, klimaatvluchtelingen, noem maar op, alles zit in de film. Met uitzondering van de VVD – vreemd genoeg nog steeds gestuurd wordt door klimaatontkenners – is daar 25 jaar later wereldwijd consensus over, van Greenpeace tot Pentagon.

Dat die film kwam is logisch: Shell plukt in veel landen de beste studenten en wetenschappers uit de universiteiten. Daarmee is het bedrijf als geen ander in staat inzicht te geven in de gevolgen van winning en gebruik van brandstoffen. Wetenschappers in dienst van Shell deden het werk dat van verantwoordelijke werknemers verwacht wordt en deelden dat met het publiek.

De winstmachine Shell heeft echter sinds die tijd door directe lobby en door dubieuze bijdragen aan klimaatdiscussies die eigen conclusie proberen te verstoppen en te ontkrachten. Het publiek werd daarbij getrakteerd op teksten als die van topman Van Beurden in Nieuwsuur: “ik pomp alles op wat ik kan oppompen om de vraag te vervullen”.

In Nederland pompt de NAM (50% van Shell) het aardgas op. De Asser echtbank oordeelde deze week dat NAM ook aansprakelijk is voor immateriële schade door de aardbevingen in Groningen. Ook logisch, zou je zeggen. Veertig jaar lang stond iedereen te juichen rond de Grote Gaskraan en verjubelden wij de gasbaten voor een forse maar tijdelijke verbetering van de welvaart. Shell profiteerde op grote schaal mee. Nu duidelijk is dat dat schadelijk was voor mens, milieu en klimaat, moet je daar verantwoordelijkheid voor te nemen. Niet om in het gevlei te komen of voor de PR, maar omdat het normaal is, en van volwassenheid getuigt. Dat steeds weer rechters en politici er aan te pas moeten komen om Shell bij de les te houden, is van de zotte.

Het is bizar om te zien hoe de collectieve som van handelen van slimme, betrokken en verantwoordelijke werknemers leidt tot gedrag dat je van een kleuter niet accepteert.

Doen alsof je iets niet gezegd hebt; beterschap beloven en dan onder elke verantwoordelijkheid proberen uit te wurmen; zo snel mogelijk de snoeppot leeg eten; verwarring zaaien over belastende kennis.

Het is bizar om te zien hoe de collectieve som van handelen van slimme, betrokken en verantwoordelijke werknemers leidt tot gedrag dat je van een kleuter niet accepteert.

Als Shell je buurman zou zijn, zou je je wel twee keer bedenken om daar je auto aan uit te lenen. Waarom geven we dan een dergelijk bedrijf namens de samenleving de verantwoordelijkheid om kostbare grondstoffen aan onze bodem te onttrekken.

“Action now, is seen as the only safe insurance”. De voice-over van de Shell-video uit 1991 geeft ondubbelzinnig de harde conclusie die het Shell-bedrijf van 2017 zich zelf zou moeten aantrekken.

Waarom? Simpel, omdat volwassenen verantwoordelijkheid nemen.

Fryslân geen wingewest – Gasgebouw toe aan renovatie

Het lijkt erop dat door verlaging van de gasproductie in Groningen, de provincie beduidend minder door grote aardbevingen wordt getroffen. Dat is, voorzover men daar nog over durft te spreken, pure winst voor de veelgeplaagde Groningers.
Maar niet iedereen staat te juichen bij het besluit van minister Henk Kamp het Groninger productieplafond, dat is de maximale hoeveelheid aardgas die per jaar in Groningen naar boven gehaald kan worden, nogmaals naar beneden bij te stellen.

Want Kamp geeft tegelijkertijd ruim baan aan exploitatie van gasvelden buiten het Groningse. Daar kunnen NAM en een aantal buitenlandse energiebedrijven die gas omhoog willen halen, juist vol aan de bak. Die regio’s kunnen zich opmaken voor een rol als nieuw wingewest.

Het Gasgebouw heeft de afgelopen jaren geen scheuren opgelopen terwijl het fundament duidelijk rot.

Zo ook in Fryslân. Onze provincie levert gemiddeld zo’n 4 procent van het landelijke gas en dat percentage zou de komende jaren kunnen stijgen. Bij de Waddeneilanden wordt gekeken naar locaties en in Súdwest-Fryslân zijn de vergunningen al afgegeven. Winning is zeker niet nieuw in deze provincie maar met de kennis die we nu hebben moeten we niet zomaar nieuwe winning toestaan. De veronderstelde bodemdaling en mogelijke verontreiniging van watervoorraden zijn grote zorgen voor burgers en bedrijven. Juist in Fryslân.

Natuurlijk kunnen we niet in één keer zonder gas. Natuurlijk zijn er nog contracten met het buitenland die moeten worden afgebouwd. Die kunnen we niet zomaar in de prullenmand werpen. Maar al het gas dat niet ab-so-luut nodig is moeten we rustig laten zitten. Dat is niets nieuws, dat weten we al jaren.

De ‘drill, baby, drill’-doctrine van de politieke partijen van de afgelopen tientallen jaren heeft er toe geleid dat er zeer waardevolle maar beperkte brandstoffen in korte tijd door heen gejaagd zijn. Voor de rijksbegroting ziet het er elk jaar leuk uit maar in feite maken we generaties na ons alleen maar armer. Zij zullen moeten investeren in nieuwe energievoorzieningen zonder dat zij daar de opbrengst van ons gas voor kunnen gebruiken.

Ik zeg ‘wij’ en ‘ons gas’, maar zo zien de beslissers in het Gasgebouw, een bizar-ingewikkelde publiek-private samenwerking tussen Shell, Exxon en de Nederlandse staat, dat overigens niet. Zij zitten aan de gaskraan, het gas is van hen en zíj bepalen wat er mee gebeurt. Energiebedrijven willen winst maken met de winning van zoveel mogelijk gas, ook in Fryslân, en wie houdt ze tegen? Tegen wat of wie moeten de Friezen eigenlijk protesteren?

De ‘drill, baby, drill’-doctrine heeft er toe geleid dat er zeer waardevolle maar beperkte brandstoffen in korte tijd door heen gejaagd zijn.

Dáár zit ‘m de kneep. De volstrekte intransparantie die publieke discussies over gas onmogelijk maakt wordt heel bewust in stand gehouden door onzichtbare hoofdrolspelers. Met name het Gasgebouw onttrekt zich aan maatschappelijk-logische en -economische beslissingen en is immuun voor elke vorm van toezicht. Het wrange is dat een handjevol journalisten meer weet te achterhalen dan 150 Tweede Kamerleden bewapend met enquêtebevoegdheid.

Het Gasgebouw heeft de afgelopen jaren geen scheuren opgelopen terwijl het fundament duidelijk rot. Er zit niets anders op; willen we tot goede beslissingen komen over de toekomst van gaswinning, moeten we eerst zelf de sloop en verbouwing ter hand nemen. En dat is een taak waar wij onze vertegenwoordigers mee op pad moeten sturen.