Windmolens in Fryslân – als je ze niet wil, krijg je ze toch (maar verdien je er niets aan)

Column Friesch Dagblad – mei 2014
De discussie over windmolens in Fryslân is een nieuwe ronde ingegaan. Op tientallen plekken in Fryslân worden nu avonden belegd waarin burgers kennis kunnen maken met plannen voor nieuwe windmolens in hun omgeving. Plannen die bewoners behoorlijk kunnen overvallen en alleen al daarom tot ergernis kunnen leiden.

Het lastige is dat de uitkomst van deze discussie onder hoge druk staat. Er moet snel een provinciaal plan voor windmolenparken komen, anders klapt het rijk er overheen met een eigen plan. Dat terwijl juist een proces als dit zorgvuldigheid, tijd, bewonersbetrokkenheid, veel overleg en politieke moed vereist.

Toch, als dit proces niet loopt – er is veel weerstand, er is weinig belangstelling om tot goede afspraken te komen, burgers kunnen niet meebeslissen of participeren – wordt de uitkomst wellicht nog onwenselijker. Het bizarre feit is namelijk dat áls de burgers in Fryslân geen windmolens willen, ze deze tóch krijgen en, in plaats dat men er lokaal nog wat aan kan verdienen, zullen dan alle inwoners van Fryslân er meer voor moeten betalen.

De verplichting tot het plaatsen van windmolens die de provincie jaren geleden heeft afgesproken met de rijksoverheid moet linksom of rechtsom worden gehaald. Als de provincie Fryslân niet snel met een goed plan komt voor windmolenprojecten – om het vriendelijk te zeggen: dat hebben ze niet – bepaalt het rijk zelf waar het komt. Daar is een speciaal instrument voor, de Rijkscoördinatieregeling, en die sluit alle inspraak en beroepsmogelijkheden kort. Die molens komen dan in het Noordelijk deel van het IJsselmeer. Een groot park, daar kun je donder op zeggen. Het rijk gaat in dat geval geen afspraken maken met Friese bewoners of bedrijven maar gunt het project aan een handjevol bedrijven. Zo zullen een paar grote projectontwikkelaars en financiers nog een stuk rijker worden, krijgen lokale Friese bedrijven het nakijken bij de aanbesteding en, niet te vergeten, zal dat grote windmolenpark een paar honderd miljoen euro’s MEER aan gemeenschapsgeld kosten – windmolens in water krijgen meer subsidie dan die op land. Dus het is niet zo dat de burgers die denken geen last te hebben van deze molens opgelucht adem kunnen halen: deze IJsselmeer-oplossing is een stuk duurder; naar friese schaal uitgerekend zou dat tot duizend euro per gezin meer kosten. Er is dus eigenlijk iedereen veel aan gelegen dat – waar dat maar kan – omwonenden en lokale projectontwikkelaars tot afspraken kunnen komen.

Het kan ook anders: op verschillende plekken in Fryslân draaien dorpsmolens. Kleinschalig, met vaak ruime betrokkenheid van het dorp en, niet onbelangrijk, een inkomstenbron voor de lokale gemeenschap. Het is echter geen panacee, het kan domweg niet overal. En het is zeker niet makkelijk: het vereist politieke lef om dorpsmolens op de raadsagenda te zetten; het vereist doorzettingsvermogen om daar in je eigen dorp of wijk de schouders onder te willen zetten; het vereist ondernemerschap om het project van de grond te tillen. Maar mensen met lef, doorzettingsvermogen en ondernemerschap zijn er gelukkig.

In dit stuk mist u ongetwijfeld een lofzang op duurzame energie. Dat klopt. In mijn optiek is duurzaamheid geen doel maar een logische consequentie van ons eigen handelen. Immers als wij, in onze eigen regio, mogen bepalen op welke wijze wij energie willen opwekken en gebruiken, dan doen we dat met een goed oog voor mens en milieu; belonen wij hen die ons helpen en financieren op een eerlijke manier, en vergoeden wij hen die overlast hebben. Zeker bij windmolens.