Wij leven in een land waar sociaal-democratische kamerleden de 130-km bordjes vasthouden die minister Schultz van Haegen van Infrastructuur en Milieu met een triomfantelijke grijns de berm in slaat. In een veelstemmig koor roepen specialisten dat het een Zeer Slecht Idee is: slecht voor de verkeersveiligheid, slecht voor halen van de uitstootnormen in steden, slecht voor verminderen van brandstofgebruik, slecht voor het volksgezondheid in het algemeen en funest voor de halen van de door de rechter aangescherpte CO2-doelstellingen.
Er zijn geen redenen te verzinnen waarom 130 km per uur rijden op dit moment nuttig zou kunnen zijn. Dit is nationale appeasementpolitiek gebaseerd op het onderbuikgevoel van ontevredenen. Met onmatigheid als norm voor succes.
Het is symptoom voor het ongebreideld consumentisme dat ons al decennia verleidt tot aanschaf van nog meer spullen, tot nog sneller rijden, tot nog meer eten en tot nog verder weg vakantievieren. Terwijl bijna iedereen – na al die bewustwordingscampagnes – wel door heeft dat deze levensstijl niet houdbaar is. Bij lange na niet.
Laten we er geen doekjes om winden. Zonder enige dwang zal het ons niet lukken onszelf te veranderen. Willen we voor onze kleinkinderen een goed te bewonen planeet achter laten zullen er een hoop zaken moeten veranderen. Wezenlijk veranderen. Uiteindelijk ligt de oplossing niet in het beter scheiden van afval, een paar gram minder vlees eten, af en toe carpoolen en beloven dat je over tien jaar de uitstoot van enkele bepaalde gassen hebt verminderd. De oplossing zit in het denken, het zit in ons eigen hoofd.
Onlangs was ik bij een gelegenheid waarbij een vooraanstaand Fries bestuurder gevraagd werd of hij een soberder levensstijl zou willen voorstaan. Hij antwoordde dat dat absoluut beter zou zijn om een veelheid aan redenen, maar dat hij zich niet zou willen branden door zich daar publiekelijk over uit te spreken, laat staan een zekere mate van soberheid te willen opleggen.
Eerlijk maar treurigmakend. Politici weten als geen ander welk handelen de toekomst van onze kleinkinderen veilig stelt, maar durven het niet eens hardop te zeggen. Het staat té haaks op het huidige idee van vrijheid tot consumeren. Terwijl wij – in die vrijheid – alleen maar sneller uitkomen op een punt waar we juist niet willen zijn.
Als het niet lukt collectief, vrijwillig te matigen dan eindigt onze reis door dwang, verbod of erger. Dan verwarmen cafés ’s winters de terrassen totdat Poetin plots het gas uitdraait. Dan blijven we elke dag vlees eten zolang er nog oerwoud is dat kan wijken voor veevoer. Dan blijven we 130 scheuren tot de dag dat diesel op de bon gaat.
De mens heeft ook een ingebouwd mechanisme – matig zijn. Vergeten, door een enkeling gekoesterd maar bij velen in de waakstand. Politici van alle partijen – maar zeker de Christelijke – kunnen dit vlammetje nieuw leven inblazen. Als ze vooruitkijken, als ze hun ‘roots’ volgen, als ze dapper zijn.
Voor eerdere generaties was soberheid een deugd. Dat – behoudens enkele feestelijke momenten in het jaar – elke dag zuinig met grondstoffen, met brandstoffen, met eten omgegaan moest worden.
Dat was voor hen geen keuze. Voor ons is het wel. Nu nog.