Wíj weten het wel!

fd0310columnsybrandfrietema kopie[column Friesch Dagblad 3 october 2014 – de dag dat bekend werd dat het kabinet de doelstellingen voor duurzame energie VOLSTREKT NIET HAALT]

De vrije markt op het gebied van energie is – vriendelijk gezegd – een monstrum. Het werkt niet. Het gaat uit van de gedachte dat iedereen ongebreideld recht heeft op energie, zolang er maar betaald wordt. Dat kan niet en dat moet anders. Bijna iedereen is het daar over eens, alleen weet het kabinet dat nog niet.

Al decennia stelt de rijksoverheid dat het heel graag wil dat er energiebeleid wordt uitgevoerd, dat er ruim geïnvesteerd wordt in voldoende energieproductie, dat burgers meer besparen – en zo meer geld overhouden om de economie aan te jagen, dat het aandeel duurzame elektriciteits- en groene gasproductie groter wordt. Vroeger – voor de liberalisering – ging dat vrij simpel: de overheid stelde een plan daarvoor op en liet het uitvoeren.

De overheid heeft niet meer de instrumenten omdat ‚de vrije markt’ de antwoorden op alle voorkomende vragen zou moeten hebben. Maar dat is niet zo.

Zo kan de overheid wel roepen dat het nieuwe windmolens wil, of meer zonnepanelen, maar de grote energiereuzen slaan zelf aan het rekenen en vragen een vergunning aan voor een grote nieuwe kolencentrale – ze kunnen die stroom namelijk voor een prima prijs goed exporteren. De vergunning kan niet worden geweigerd, de bouw start en Nederland wordt weer een beetje minder groen. Je kan het de energiereus niet aanrekenen – die doet wat de vrije markt vraagt.

Net zo goed kan de overheid aanbieders van stroom wel verplichten aan te geven hoe duurzaam opgewekt ze wel niet zijn. Die ‚groenheid’ van stroom koop je echter voor een schijntje in het buitenland en er wordt nauwelijks door deze maatregel in Nederland geïnvesteerd. Ook weer een gevolg van de Europese vrije markt.

De energiebelasting is ook zo’n voorbeeld: hoe meer je gebruikt, des te minder belasting betaal je per eenheid (dat verschil is bizar groot: de kleinverbruiker betaalt 143 euro, de echt grote jongens 0,50 euro per megawattuur). Zo worden verspillers door onze overheid gesubsidieerd. Maar ja, andere landen doen het ook zo en in de vrije markt moeten we geen belemmeringen opwerpen en de industrie heeft al zo moeilijk, zo luidt het argument.

Het enige instrument dat de overheid nog heeft is een grote pot met stroop. Stroop in de vorm van belastingvoordeel of subsidie. Grote klodders stroop worden uitgesmeerd over luxe, onzuinige auto’s met een kek elektromotortje er in geplakt zodat ze belastingvoordeel genereren. Investeerders van over de hele wereld wordt stroop om de mond gesmeerd en met gelokt met miljarden subsidie voor windmolenparken op zee.

Het lastige van stroop is dat het kliedert. Het komt op plekken waar je het niet wilt. Daar waar het de bedoeling is, komt te weinig terecht. En af en toe is er iemand die langskomt en kans ziet een flinke lik uit de pot te nemen.

De overheid zou graag willen dat haar burgers en ondernemingen minder energie verbruiken. Zuiniger auto’s, betere isolatie van huizen, efficiëntere processen. Maar ook hier staat zij machteloos ten opzichte van de vrije markt. Terrasverwarmer aan, hartje winter? Geen punt, iedereen mag verspillen, zolang het maar betaald wordt. De vrije markt zorgt ervoor dat er pas op energie bezuinigd wordt als het niet meer betaalbaar is. En wat betekent dat op het vlak van olie en gas? Het ontluisterende antwoord: als het bijna op is.

Daar kunnen we niet op wachten. Er moeten beperkingen komen op gebruik van energie. De overheid zou de regie weer zelf in handen kunnen nemen.

Deze week werd bekend dat burgers voorstanders zijn van strenger beleid dan de overheid zelf – meer dan twee-derde wil verplichte maatregelen om energie te besparen en duurzaam op te wekken. Niks stimuleren of via convenant afspreken, nee, verplichten.

Dit kabinet ziet niet de urgentie en is het gevoel voor richting kwijt. Gelukkig wijst de bevolking – van links tot rechts verenigd – nu de weg.

Wíj weten het wel.