Wrangschikking

Altijd weer goed voor wat reuring in het energiewereldje: een ranglijst.

Ook dit jaar heeft de Consumentenbond de herkomst van elektriciteit onderzocht. De publicatie (pdf) was dit keer een samenwerking met Greenpeace, Hivos, Natuur &Milieu, Wereld Natuur Fonds en WISE. Niet de minsten.

DUURZAAMHEID_STROOMLEVERANCIERS_DEF_(2)Alle in Nederland actieve energiebedrijven zijn langs de meetlat gelegd en krijgen een rapportcijfer. Van een schamele 3 voor reus RWE/Essent tot een 10 voor een drietal kleintjes.

Nederland loopt in vergelijking met andere Europese landen achterop bij de omschakeling naar hernieuwbare energiebronnen en in het terugdringen van schadelijke broeikasgassen. En niet zo’n klein beetje ook. Zolang er kolencentrales op volle toeren blijven draaien (want goedkoop) moeten we alert zijn waar energiebedrijven mee bezig zijn.

Vele energiebedrijven waren onaangenaam verrast door de waardering. Zeker de grote die nog steeds geconfronteerd worden met lasten uit het verleden. Bedrijven als Eneco proberen met grote wind- en zonneparken zichzelf duurzamer te maken, maar blijven getalsmatig ver achter bij hippe nichebedrijfjes.

Heeft het überhaupt zin al deze bedrijven op één rij te zetten? Het blijft appels met peren vergelijken. De een stelt het klimaat voorop en vindt kernenergie een serieus alternatief om op grote schaal de broodnodige CO2-reductie te versnellen. De ander gruwt bij de gedachte alleen. Eerder genoemde WISE bijvoorbeeld, één van de opstellers van het rapport, is mordicus tegen elke vorm van atoomstroom. Die wordt dan ook zonder omhalen bij de minst duurzame vormen van technieken geschaard. Voor Drentse bewoners die geconfronteerd worden met plannen voor enorme windmolens in hun directe omgeving lijkt de fraaie 10 van projectontwikkelaar Raedthuys/Pure Energie waarschijnlijk een bizarre vergissing.

Ook ons ‘eigen’ coöperatief energiebedrijf Noordelijk Lokaal Duurzaam kreeg een veeg uit de pan. Hoewel het in 2014 begonnen bedrijf met wind- en zonne-energie slechts de meest duurzame stroom – in mijn ogen tenminste – levert, kreeg het een onvoldoende en het predicaat ‘volger’. Met de coöperatie op Ameland in de gelederen, initiatiefnemer en mede-eigenaar van het grootste zonnepark van Nederland, zou je toch denken dat hier sprake is van een koploper en zeker niet van een slaafse volger.

Wat totaal niet klopt is dat alle producten, alle bedrijven op één hoop zijn gesmeten en dat er daarna een zeer discutabele rangschikking is aangebracht die als het voornaamste nieuws naar buiten wordt gebracht. En ja, getuige persberichten, ingezonden brieven, briesende mails in mijn mailbox en openbare blijdschap op sociale media is de aandacht inderdaad volledig verlegd naar de rapportcijfertjes. Dat is zonde.

Jammer, want het onderzoek levert een grote hoeveelheid prima getallen en duidelijke grafieken op. Puik werk dat niet voldoende gewaardeerd kan worden. Daar waar transparantie totaal niet in het systeem zit ingebakken en grote energiebedrijven – ook een paar kleintjes overigens – geheimzinnig doen over hun bedrijfsactiviteiten, zijn onderzoeken als deze goud waard.

Alleen moeten consumenten zelf kiezen en niet de Consumentenbond cs.. Op basis van deze gegevens en goede achtergrondinformatie kunnen we zelf prima keuzes maken. Sterker nog, laten we het omdraaien: wij, gebruikers, geven aan wat wij voor mix van zon, wind of wat dan ook willen en het energiebedrijf probeert zo goed mogelijk daar gevolg aan te geven.

Het zal u inmiddels niet verbazen dat ik een dergelijke voorstel bij Noordelijk Lokaal Duurzaam heb liggen.

Windmolendiscussie bij zonnepark voorkomen

Mannenpraat over auto’s is veranderd merk ik in mijn omgeving. Het gaat niet meer over pk of over op de Duitse snelweg bereikte maxima, maar over extreem laag verbruik en de voordelen van elektrisch rijden. Laatst hoorde ik een jongen zeggen dat een bepaalde dure sportauto ‘bijna net zo snel optrekt als een Tesla’. Duurzaamheid als norm voor een twaalfjarige auto-enthousiast.

Maar lang niet alles wat met energie heeft te maken weet emotie op te wekken. Er is er niets sexy aan een rol glaswol. Niemand loopt warm voor een beter geïsoleerde kruipruimte.

Jammer. Want hoe overtuigen we zonder taal en emotie onszelf van inzichten die eigenlijk vanzelfsprekend moeten zijn. Want, of we het willen of niet, we moeten verduurzaming omarmen. Het komt onherroepelijk dichterbij.

Dat vraagt zuiver moeten formuleren, goed luisteren. En na afloop van een discussie met z’n allen een besluit durven nemen. Het windmolendebat vorig jaar, is een voorbeeld hoe het niet moet. Hoog opgelopen emoties creëerden negatieve energie. Zo negatief, dat Friese politici niet meer durfden te argumenteren. Dat provinciale en lokale bestuurders besluiten voor zich uit schoven en daardoor de regie volledig kwijt raakten aan Den Haag. Laten we daar van leren.

Op veel plekken in Fryslân zoeken projectontwikkelaars nu plekken om zonneparken te bouwen. Soms op daken van grote loodsen, maar meer en meer ook op hectares grond. Dit verandert de ruimtelijke kwaliteit en, in de beleving van sommige omwonenden, zeker niet altijd ten goede.

Waar gemeenten ruimte geven aan dergelijke parken, lijkt het mij logisch dat omwonenden collectief betrokken worden. En niet, op het laatste moment, individueel in een rommelig inspraakmoment op een regenachtige maandagavond. Dat moet direct, vanaf de aanvraag van de vergunning. Het moet onderdeel zijn van het proces zodat er niet alleen sprake is van inpassing in het landschap maar ook de gemeenschap. Dat moet vast beleid zijn van Friese gemeenten.

We kunnen het ons niet veroorloven dat Fryslân weer op slot gaat voor duurzame projecten.

Er zijn voorbeelden voor succesvolle integratie van zonneparken in de omgeving. Maar in Fryslân is dat lastiger. In het open, weidse karakter van het Friese landschap is een schaamhaag groen onvoldoende om velden zonnepanelen aan het zicht te onttrekken. We moeten een (verdere) verrommeling van het Friese landschap, onder het mom van duurzaamheid, voorkomen. En verhoeden dat we achteraf niet quasi-verbaasd constateren dat dit ook weer niet de bedoeling was, om vervolgens een verbod op zonneparken af te roepen.

We kunnen het ons niet veroorloven dat Fryslân weer op slot gaat voor duurzame projecten. Zo’n verbod is niet alleen jammer voor een dorpen die bijvoorbeeld graag een dorpsmolen willen. Het is ook fnuikend het voor het halen van doelstellingen van duurzame energie.

Laten we de emotie vooraf hebben. Laten we energie steken in goede discussies en in het beter maken van plannen, in plaats van achteraf – begrijpelijkerwijs met veel emotie – tegen windmolens of zonneparken aanschoppen.

Ik pleit ervoor dat er geen zonnepark in Fryslân komt zonder inpassing in landschap én gemeenschap. Er moet een vinkje staan bij de mogelijkheid van lokale participatie, de opgewekte elektriciteit moet richting lokale bevolking en bedrijven kunnen stromen, handtekeningen van projectontwikkelaar en burgers staan naast elkaar onder de schetsen voor de inpassing.

Het is eigenlijk heel simpel. Als het moet, dan doen we het samen.

Zonde van het geld

Vorig jaar is in Fryslân zo’n 347 miljoen aan subsidie voor de productie van duurzame energie gegeven. Dat geld, uit de jaarlijkse Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie (SDE+), ondersteunt de exploitatie van liefst 266 projecten. Fryslân scoort met 10% van het beschikbare budget meer dan het landelijk gemiddelde. Dat is een mooie opsteker: het kan de provincie weer een stapje duurzamer maken.

Wie een SDE+subsidie krijgt zit geramd. De overheid garandeert namelijk vijftien jaar een prijs voor de opbrengst. Veel van de Friese aanvragen betreffen zonnepanelen op daken, veelal door of namens agrarische ondernemers. Gegarandeerde opbrengst, vijftien jaar lang subsidie, hier droomt elke ondernemer van, zeker in tijden van snel dalende melkprijzen.

Maar een aanzienlijk deel van deze subsidiepot dreigt niet gebruikt te worden (zie onder andere rapport rekenkamer). Dat is, op alle mogelijke manieren, zonde.

Het is zonde omdat je met deze regeling met winst energie kunt opwekken. Je kunt er gewoon geld mee verdienen.

Bovendien kan met het geld de werkgelegenheid in Fryslân een boost krijgen. Denk aan installateurs, bouwbedrijven, maar ook adviseurs en fiscalisten.

Het is verder zonde omdat er elk jaar veelbelovende projecten achter het net vissen. De SDE+ werkt met een wie-het-eerst-komt-het-eerst-maalt-methode waarbij weinig wordt gekeken naar financiële haalbaarheid en totaal niet naar lokaal draagvlak.

Dat is zonde omdat het geld bestemd is voor duurzame productie. Gebeurt er niets mee, dan komt het weer op de grote stapel geld van minister Kamp. En met deze minister is het dan de vraag of hij er alsnog een duurzame bestemming aan geeft.

Het is zonde omdat er voor dit jaar bijna geen geld beschikbaar is voor lokale productie van zonne-energie – de pot is helemaal leeg omdat er veel is aangevraagd voor wind en biomassa.

Het is helemaal zonde omdat Fryslân daarmee achter blijft, dat duurzaamheidsdoelstellingen niet gehaald worden.

Natuurlijk zijn er veel redenen waardoor projecten alsnog lastig te verwezenlijken lijken. Er zijn technische beperkingen, financiering blijkt wat lastiger, het ontbreek de ondernemer aan tijd om het project goed aan te pakken, algemene koudwatervrees, verwachte problemen met omwonenden; onbekendheid met wet- en regelgeving, verwachte aansluitingsperikelen etc..

Maar er kan vaak veel meer dan voor mogelijk wordt gehouden. Financiering hoeft geen probleem te zijn zo kent Fryslân langjarige, goedkope leningen. Projecten kunnen – binnen grenzen – worden aangepast. Samenwerking met lokale initiatieven kunnen terechte zorgen wegnemen. Technische kennis, fiscale adviezen, participatiemodellen – allemaal aanwezig. En ja, er zijn energiebedrijven die de stroom willen kopen.

Ik stel voor dat Michiel Schrier de nieuwe duurzame energie gedeputeerde, deze zaak naar zich toetrekt en een team formeert met enkele specialisten zoals mensen van lokale coöperaties, met de mannen achter het Fryske duurzame energiefonds FSFE, met installateurs en natuurlijk met vertegenwoordigers van boeren.

Met de juiste communicatie en coördinatie van de ondersteuning moet het mogelijk zijn dat geoormerkt geld uit Den Haag ook daadwerkelijk de provincie bereikt. Het gaat om miljoenen voor Fryslân, het gaat over duurzame energie. Redenen genoeg.

 

 

SDE+ lokaal – geef subsidie aan betere plannen

[Column lezen zoals die in de krant verscheen? Klik hier voor pdf]

UPDATE: Lees brief van lokale initiatieven: Kies voor lokale duurzaamheid met draagvlak

Om ervoor te zorgen dat er meer duurzame energie wordt opgewekt heeft de overheid een regeling: SDE+. SDE staat voor Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie.

Het is een logisch systeem. De overheid zet jaarlijks een enorme pot met geld klaar – dit jaar 3,5 miljard euro – en geeft die aan de goedkoopste vormen van duurzame energie.

Ieder bedrijf met een goed onderbouwd plan kan een aanvraag indienen en vijftien jaar lang subsidie krijgen voor iedere opgewekte eenheid energie. De goedkope vormen komen eerst aan bod, de duurste projecten kunnen achter het net vissen.

Helaas is die massale subsidiepot dit jaar direct leeggetrokken – bijna alles is al vergeven aan windmolens en biomassa. Zonnestroom, vorig jaar met 1,8 miljard euro de grootste vorm van energie opwek, komt dit jaar niet in het stuk voor.

Zo’n twintig – misschien zelfs wel meer – collectieven in Fryslân met plannen voor gezamenlijke opwek van zonnestroom, zijn daarvan de dupe. Dat is driedubbel zonde. Er komt publiek geld in handen van een klein groepje, vaak buitenlandse, bedrijven. Verder verschijnen er tegen de zin van omwonenden her en der windmolenparken. En nog bizarder, Nederland krijgt hierdoor zelfs een deel vervuilende energie voor terug.

Dat laatste zit zo. Er is ooit – na harde lobby van traditionele energiebedrijven – afgesproken dat kolencentrales subsidie voor duurzame stroom kunnen krijgen als ze biomassa bijstoken. Biomassa klinkt reuze vriendelijk en goed voor het milieu maar de realiteit is vaak minder poëtisch zijn.

In de Verenigde Staten en in Canada worden bossen gekapt, verpulverd en in kleine brokjes in vervuilende schepen naar Nederland versleept om daar tussen de kolen verbrand te worden in centrales. Veel mensen vragen zich af waarom – zeker na het afschaffen van de kolenbelasting – nu zelfs subsidie gegeven wordt aan kolencentrales. Dat wilden we toch niet?

Als ik de keuze had zou ik niet, zoals deze overheid, een miljoen geven aan kolencentrales. Ik zou aan lokale initiatieven 1,1 miljoen geven en kolencentrales een kolenbelasting van honderdduizend euro opleggen. Die bossen in Amerika en Canada mogen van mij rustig doorgroeien en daar CO2 uit de lucht halen.

Waarom niet – naast de gewone SDE+-regeling – een speciale regeling voor lokale coöperaties?

Gelukkig is er hoop aan de horizon. Tweede Kamerlid namens het CDA, Agnes Mulder, is al een tijd bezig meer ruimte te creëren voor lokale energiecoöperaties. Juist ook op het gebied van subsidieregelingen, want dat is hard nodig. Waarom niet naast de gewone SDE+-regeling een speciale regeling voor lokale coöperaties?

Op veel plekken in Fryslân zijn burgers druk bezig in hun eigen omgeving collectieve zonnepanelenprojecten te op te zetten. Dat kost veel tijd en energie – bij de besluitvorming maar ook bij participatie, bij financiering en bij eerlijke verdeling van de lusten en de lasten. Maar uiteindelijk worden dat dus betere, democratischer plannen. En betere plannen verdienen een eerlijker financieringsvorm dan de SDE+-loterij.

Opwekking van energie moet niet alleen technisch duurzaam gebeuren maar ook in harmonie zijn met de omgeving: democratisch besloten, met lokale bedrijven ontwikkeld, in eigendom van de gemeenschap.

Dat is duurzame energie. Dát willen we subsidiëren.