De jij-bak van Rutte

Als minister-president Rutte in Parijs het podium betreedt, moet hij zich voelen als een jongen die naar voren wordt geroepen om uit te leggen waarom hij het slechtste CO2-rapport van heel Europa heeft.
Zijn gratuite oproep op dat internationale podium, dat bedrijven, consumenten, steden en maatschappelijke organisaties meer moeten doen, leek vooral een jij-bak. Want deze groepen zijn op hun eigen terrein vaak beter bezig dan de Nederlandse overheid.
Maar goed, de koorts rond de klimaatconferentie heeft in november uiteindelijk toch de Nederlandse politiek bereikt. Vlak voordat de conferentie begon, heeft de Tweede Kamer iets van zich laten horen. Het begon met wat oprispinkjes en een paar nuttige, maar door partijpolitiek kansloze, voorstellen.
De Kamer met klimaatkoorts sprak plotseling ferm dat kolencentrales moesten worden gesloten. Vier jaar nadat toenmalig minister Verhagen er alles aan deed om de vergunningen rond te krijgen. En een maand nadat huidig minister Kamp aangaf dat de centrales de komende jaren veel biomassa moeten gaan bijstoken.
In dezelfde week werd bekend dat afgelopen jaar het kolenverbruik voor de elektriciteitsproductie met 27 procent was gestegen. Een nieuw ‘hoogtepunt’.
Maar ‘Parijs’ lonkt en opeens heeft de Tweede Kamer getallen in het vizier. Reductiedoelstellingen, door de rechter in een baanbrekend vonnis aangescherpt, liggen er. De CO2 uitstoot moet in 2020 met minimaal 25 procent zijn teruggebracht ten opzichte van 1990. Aan deze getallen liggen geen wetmatigheden of zorgvuldige berekeningen aan ten grondslag. De jaartallen zijn deelbaar door 10 en de procenten door 5. Makkelijk wensdenken.
Zulke doelstellingen worden later weer net zo makkelijk een decennium verder weggelegd en tegelijkertijd met een paar procentpunten verhoogd om toch iets van daadkracht te laten zien. Zoals een gokverslaafde de inzet verdubbelt om het verlies goed te maken en zichzelf nogmaals wijsmaakt dat het de volgende ronde wel gaat lukken.

Dit landelijk gedraai kan niet meer serieus genoemd worden. Kabinet, Tweede Kamer, Rutte: neem een voorbeeld aan de gemeenten, aan bedrijven, aan burgers en maatschappelijke organisaties. Een middelgrote gemeente in Nederland heeft vaak beter beleid op het gebied van duurzame ontwikkeling. En ze hebben vaak ook de bevlogen bestuurders die dat beleid handen en voeten geven. Een groot aantal bedrijven maakt vorderingen op het gebied van energiebesparing en verduurzaming van processen. Burgers leggen geld bijeen om te investeren in zonnepanelen of een dorpsmolen. Dat laatste overigens niet in Fryslân.
Wat ontbreekt is een goed perspectief vanuit Den Haag. Een perspectief waarmee we jaren, decennia mee vooruit kunnen. Waar bedrijven, burgers en maatschappelijke organisaties zich achter kunnen scharen. Waar lange termijn investeringen met een gerust hart op gedaan kunnen worden.

Zal er een Haags politicus opstaan die zich opwerpt als leider in deze omslag?

Dat is géén wensdenken. Dat is een vacature.

Wrangschikking

Altijd weer goed voor wat reuring in het energiewereldje: een ranglijst.

Ook dit jaar heeft de Consumentenbond de herkomst van elektriciteit onderzocht. De publicatie (pdf) was dit keer een samenwerking met Greenpeace, Hivos, Natuur &Milieu, Wereld Natuur Fonds en WISE. Niet de minsten.

DUURZAAMHEID_STROOMLEVERANCIERS_DEF_(2)Alle in Nederland actieve energiebedrijven zijn langs de meetlat gelegd en krijgen een rapportcijfer. Van een schamele 3 voor reus RWE/Essent tot een 10 voor een drietal kleintjes.

Nederland loopt in vergelijking met andere Europese landen achterop bij de omschakeling naar hernieuwbare energiebronnen en in het terugdringen van schadelijke broeikasgassen. En niet zo’n klein beetje ook. Zolang er kolencentrales op volle toeren blijven draaien (want goedkoop) moeten we alert zijn waar energiebedrijven mee bezig zijn.

Vele energiebedrijven waren onaangenaam verrast door de waardering. Zeker de grote die nog steeds geconfronteerd worden met lasten uit het verleden. Bedrijven als Eneco proberen met grote wind- en zonneparken zichzelf duurzamer te maken, maar blijven getalsmatig ver achter bij hippe nichebedrijfjes.

Heeft het überhaupt zin al deze bedrijven op één rij te zetten? Het blijft appels met peren vergelijken. De een stelt het klimaat voorop en vindt kernenergie een serieus alternatief om op grote schaal de broodnodige CO2-reductie te versnellen. De ander gruwt bij de gedachte alleen. Eerder genoemde WISE bijvoorbeeld, één van de opstellers van het rapport, is mordicus tegen elke vorm van atoomstroom. Die wordt dan ook zonder omhalen bij de minst duurzame vormen van technieken geschaard. Voor Drentse bewoners die geconfronteerd worden met plannen voor enorme windmolens in hun directe omgeving lijkt de fraaie 10 van projectontwikkelaar Raedthuys/Pure Energie waarschijnlijk een bizarre vergissing.

Ook ons ‘eigen’ coöperatief energiebedrijf Noordelijk Lokaal Duurzaam kreeg een veeg uit de pan. Hoewel het in 2014 begonnen bedrijf met wind- en zonne-energie slechts de meest duurzame stroom – in mijn ogen tenminste – levert, kreeg het een onvoldoende en het predicaat ‘volger’. Met de coöperatie op Ameland in de gelederen, initiatiefnemer en mede-eigenaar van het grootste zonnepark van Nederland, zou je toch denken dat hier sprake is van een koploper en zeker niet van een slaafse volger.

Wat totaal niet klopt is dat alle producten, alle bedrijven op één hoop zijn gesmeten en dat er daarna een zeer discutabele rangschikking is aangebracht die als het voornaamste nieuws naar buiten wordt gebracht. En ja, getuige persberichten, ingezonden brieven, briesende mails in mijn mailbox en openbare blijdschap op sociale media is de aandacht inderdaad volledig verlegd naar de rapportcijfertjes. Dat is zonde.

Jammer, want het onderzoek levert een grote hoeveelheid prima getallen en duidelijke grafieken op. Puik werk dat niet voldoende gewaardeerd kan worden. Daar waar transparantie totaal niet in het systeem zit ingebakken en grote energiebedrijven – ook een paar kleintjes overigens – geheimzinnig doen over hun bedrijfsactiviteiten, zijn onderzoeken als deze goud waard.

Alleen moeten consumenten zelf kiezen en niet de Consumentenbond cs.. Op basis van deze gegevens en goede achtergrondinformatie kunnen we zelf prima keuzes maken. Sterker nog, laten we het omdraaien: wij, gebruikers, geven aan wat wij voor mix van zon, wind of wat dan ook willen en het energiebedrijf probeert zo goed mogelijk daar gevolg aan te geven.

Het zal u inmiddels niet verbazen dat ik een dergelijke voorstel bij Noordelijk Lokaal Duurzaam heb liggen.

Windmolendiscussie bij zonnepark voorkomen

Mannenpraat over auto’s is veranderd merk ik in mijn omgeving. Het gaat niet meer over pk of over op de Duitse snelweg bereikte maxima, maar over extreem laag verbruik en de voordelen van elektrisch rijden. Laatst hoorde ik een jongen zeggen dat een bepaalde dure sportauto ‘bijna net zo snel optrekt als een Tesla’. Duurzaamheid als norm voor een twaalfjarige auto-enthousiast.

Maar lang niet alles wat met energie heeft te maken weet emotie op te wekken. Er is er niets sexy aan een rol glaswol. Niemand loopt warm voor een beter geïsoleerde kruipruimte.

Jammer. Want hoe overtuigen we zonder taal en emotie onszelf van inzichten die eigenlijk vanzelfsprekend moeten zijn. Want, of we het willen of niet, we moeten verduurzaming omarmen. Het komt onherroepelijk dichterbij.

Dat vraagt zuiver moeten formuleren, goed luisteren. En na afloop van een discussie met z’n allen een besluit durven nemen. Het windmolendebat vorig jaar, is een voorbeeld hoe het niet moet. Hoog opgelopen emoties creëerden negatieve energie. Zo negatief, dat Friese politici niet meer durfden te argumenteren. Dat provinciale en lokale bestuurders besluiten voor zich uit schoven en daardoor de regie volledig kwijt raakten aan Den Haag. Laten we daar van leren.

Op veel plekken in Fryslân zoeken projectontwikkelaars nu plekken om zonneparken te bouwen. Soms op daken van grote loodsen, maar meer en meer ook op hectares grond. Dit verandert de ruimtelijke kwaliteit en, in de beleving van sommige omwonenden, zeker niet altijd ten goede.

Waar gemeenten ruimte geven aan dergelijke parken, lijkt het mij logisch dat omwonenden collectief betrokken worden. En niet, op het laatste moment, individueel in een rommelig inspraakmoment op een regenachtige maandagavond. Dat moet direct, vanaf de aanvraag van de vergunning. Het moet onderdeel zijn van het proces zodat er niet alleen sprake is van inpassing in het landschap maar ook de gemeenschap. Dat moet vast beleid zijn van Friese gemeenten.

We kunnen het ons niet veroorloven dat Fryslân weer op slot gaat voor duurzame projecten.

Er zijn voorbeelden voor succesvolle integratie van zonneparken in de omgeving. Maar in Fryslân is dat lastiger. In het open, weidse karakter van het Friese landschap is een schaamhaag groen onvoldoende om velden zonnepanelen aan het zicht te onttrekken. We moeten een (verdere) verrommeling van het Friese landschap, onder het mom van duurzaamheid, voorkomen. En verhoeden dat we achteraf niet quasi-verbaasd constateren dat dit ook weer niet de bedoeling was, om vervolgens een verbod op zonneparken af te roepen.

We kunnen het ons niet veroorloven dat Fryslân weer op slot gaat voor duurzame projecten. Zo’n verbod is niet alleen jammer voor een dorpen die bijvoorbeeld graag een dorpsmolen willen. Het is ook fnuikend het voor het halen van doelstellingen van duurzame energie.

Laten we de emotie vooraf hebben. Laten we energie steken in goede discussies en in het beter maken van plannen, in plaats van achteraf – begrijpelijkerwijs met veel emotie – tegen windmolens of zonneparken aanschoppen.

Ik pleit ervoor dat er geen zonnepark in Fryslân komt zonder inpassing in landschap én gemeenschap. Er moet een vinkje staan bij de mogelijkheid van lokale participatie, de opgewekte elektriciteit moet richting lokale bevolking en bedrijven kunnen stromen, handtekeningen van projectontwikkelaar en burgers staan naast elkaar onder de schetsen voor de inpassing.

Het is eigenlijk heel simpel. Als het moet, dan doen we het samen.

Zonde van het geld

Vorig jaar is in Fryslân zo’n 347 miljoen aan subsidie voor de productie van duurzame energie gegeven. Dat geld, uit de jaarlijkse Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie (SDE+), ondersteunt de exploitatie van liefst 266 projecten. Fryslân scoort met 10% van het beschikbare budget meer dan het landelijk gemiddelde. Dat is een mooie opsteker: het kan de provincie weer een stapje duurzamer maken.

Wie een SDE+subsidie krijgt zit geramd. De overheid garandeert namelijk vijftien jaar een prijs voor de opbrengst. Veel van de Friese aanvragen betreffen zonnepanelen op daken, veelal door of namens agrarische ondernemers. Gegarandeerde opbrengst, vijftien jaar lang subsidie, hier droomt elke ondernemer van, zeker in tijden van snel dalende melkprijzen.

Maar een aanzienlijk deel van deze subsidiepot dreigt niet gebruikt te worden (zie onder andere rapport rekenkamer). Dat is, op alle mogelijke manieren, zonde.

Het is zonde omdat je met deze regeling met winst energie kunt opwekken. Je kunt er gewoon geld mee verdienen.

Bovendien kan met het geld de werkgelegenheid in Fryslân een boost krijgen. Denk aan installateurs, bouwbedrijven, maar ook adviseurs en fiscalisten.

Het is verder zonde omdat er elk jaar veelbelovende projecten achter het net vissen. De SDE+ werkt met een wie-het-eerst-komt-het-eerst-maalt-methode waarbij weinig wordt gekeken naar financiële haalbaarheid en totaal niet naar lokaal draagvlak.

Dat is zonde omdat het geld bestemd is voor duurzame productie. Gebeurt er niets mee, dan komt het weer op de grote stapel geld van minister Kamp. En met deze minister is het dan de vraag of hij er alsnog een duurzame bestemming aan geeft.

Het is zonde omdat er voor dit jaar bijna geen geld beschikbaar is voor lokale productie van zonne-energie – de pot is helemaal leeg omdat er veel is aangevraagd voor wind en biomassa.

Het is helemaal zonde omdat Fryslân daarmee achter blijft, dat duurzaamheidsdoelstellingen niet gehaald worden.

Natuurlijk zijn er veel redenen waardoor projecten alsnog lastig te verwezenlijken lijken. Er zijn technische beperkingen, financiering blijkt wat lastiger, het ontbreek de ondernemer aan tijd om het project goed aan te pakken, algemene koudwatervrees, verwachte problemen met omwonenden; onbekendheid met wet- en regelgeving, verwachte aansluitingsperikelen etc..

Maar er kan vaak veel meer dan voor mogelijk wordt gehouden. Financiering hoeft geen probleem te zijn zo kent Fryslân langjarige, goedkope leningen. Projecten kunnen – binnen grenzen – worden aangepast. Samenwerking met lokale initiatieven kunnen terechte zorgen wegnemen. Technische kennis, fiscale adviezen, participatiemodellen – allemaal aanwezig. En ja, er zijn energiebedrijven die de stroom willen kopen.

Ik stel voor dat Michiel Schrier de nieuwe duurzame energie gedeputeerde, deze zaak naar zich toetrekt en een team formeert met enkele specialisten zoals mensen van lokale coöperaties, met de mannen achter het Fryske duurzame energiefonds FSFE, met installateurs en natuurlijk met vertegenwoordigers van boeren.

Met de juiste communicatie en coördinatie van de ondersteuning moet het mogelijk zijn dat geoormerkt geld uit Den Haag ook daadwerkelijk de provincie bereikt. Het gaat om miljoenen voor Fryslân, het gaat over duurzame energie. Redenen genoeg.

 

 

SDE+ lokaal – geef subsidie aan betere plannen

[Column lezen zoals die in de krant verscheen? Klik hier voor pdf]

UPDATE: Lees brief van lokale initiatieven: Kies voor lokale duurzaamheid met draagvlak

Om ervoor te zorgen dat er meer duurzame energie wordt opgewekt heeft de overheid een regeling: SDE+. SDE staat voor Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie.

Het is een logisch systeem. De overheid zet jaarlijks een enorme pot met geld klaar – dit jaar 3,5 miljard euro – en geeft die aan de goedkoopste vormen van duurzame energie.

Ieder bedrijf met een goed onderbouwd plan kan een aanvraag indienen en vijftien jaar lang subsidie krijgen voor iedere opgewekte eenheid energie. De goedkope vormen komen eerst aan bod, de duurste projecten kunnen achter het net vissen.

Helaas is die massale subsidiepot dit jaar direct leeggetrokken – bijna alles is al vergeven aan windmolens en biomassa. Zonnestroom, vorig jaar met 1,8 miljard euro de grootste vorm van energie opwek, komt dit jaar niet in het stuk voor.

Zo’n twintig – misschien zelfs wel meer – collectieven in Fryslân met plannen voor gezamenlijke opwek van zonnestroom, zijn daarvan de dupe. Dat is driedubbel zonde. Er komt publiek geld in handen van een klein groepje, vaak buitenlandse, bedrijven. Verder verschijnen er tegen de zin van omwonenden her en der windmolenparken. En nog bizarder, Nederland krijgt hierdoor zelfs een deel vervuilende energie voor terug.

Dat laatste zit zo. Er is ooit – na harde lobby van traditionele energiebedrijven – afgesproken dat kolencentrales subsidie voor duurzame stroom kunnen krijgen als ze biomassa bijstoken. Biomassa klinkt reuze vriendelijk en goed voor het milieu maar de realiteit is vaak minder poëtisch zijn.

In de Verenigde Staten en in Canada worden bossen gekapt, verpulverd en in kleine brokjes in vervuilende schepen naar Nederland versleept om daar tussen de kolen verbrand te worden in centrales. Veel mensen vragen zich af waarom – zeker na het afschaffen van de kolenbelasting – nu zelfs subsidie gegeven wordt aan kolencentrales. Dat wilden we toch niet?

Als ik de keuze had zou ik niet, zoals deze overheid, een miljoen geven aan kolencentrales. Ik zou aan lokale initiatieven 1,1 miljoen geven en kolencentrales een kolenbelasting van honderdduizend euro opleggen. Die bossen in Amerika en Canada mogen van mij rustig doorgroeien en daar CO2 uit de lucht halen.

Waarom niet – naast de gewone SDE+-regeling – een speciale regeling voor lokale coöperaties?

Gelukkig is er hoop aan de horizon. Tweede Kamerlid namens het CDA, Agnes Mulder, is al een tijd bezig meer ruimte te creëren voor lokale energiecoöperaties. Juist ook op het gebied van subsidieregelingen, want dat is hard nodig. Waarom niet naast de gewone SDE+-regeling een speciale regeling voor lokale coöperaties?

Op veel plekken in Fryslân zijn burgers druk bezig in hun eigen omgeving collectieve zonnepanelenprojecten te op te zetten. Dat kost veel tijd en energie – bij de besluitvorming maar ook bij participatie, bij financiering en bij eerlijke verdeling van de lusten en de lasten. Maar uiteindelijk worden dat dus betere, democratischer plannen. En betere plannen verdienen een eerlijker financieringsvorm dan de SDE+-loterij.

Opwekking van energie moet niet alleen technisch duurzaam gebeuren maar ook in harmonie zijn met de omgeving: democratisch besloten, met lokale bedrijven ontwikkeld, in eigendom van de gemeenschap.

Dat is duurzame energie. Dát willen we subsidiëren.

Uit de spagaat

(Column verschenen in Friesch Dagblad van Vrijdag 29 mei 2015)

Gedeputeerde Staten (GS) kwamen de maand met een ambitieus coalitieakkoord. Het stuk bevat grootse zinnen als “Wij gaan voor een Fryslân dat rechtvaardiger, duurzamer, meer Frysk eigene en meer ondernemend wordt.” en “…zoveel mogelijk uitgaande van de kracht van onze dorpen, wijken, bedrijven en mensen zelf, hun ideeën, initiatieven en ondernemerschap.”

Goed dat het provinciebestuur zichzelf ferme doelen stelt. Dat geldt zeker voor de duurzaamheidsparagraaf. De ambitie liegt er niet om: 25 procent duurzaam opgewekte energie over tien jaar. Windenergie is helemaal van tafel dus heel veel zal moeten komen uit zonne-energie en besparingsprogramma’s.

Het is ook goed dat GS de middelen zoekt in de lokale kracht. Dat biedt dorpen en wijken perspectief.

Het akkoord betekent ook een duidelijke opgave voor de vele actieve dorp- en wijkcoöperaties die deze provincie inmiddels rijk is. Stuk voor stuk Frysk, ondernemend, rechtvaardig in de verdeling van lasten en lusten, en als geen ander met de focus op duurzaamheid. De taken liggen voor het oprapen: investeren in duurzame energie en besparingsmaatregelen, maar ook alternatieve vormen van vervoer, voedsel. Verbazingwekkend genoeg rept het coalitieakkoord met geen woord over hen.

In het coalitieakkoord geen woord over coöperaties

Natuurlijk is het niet zo dat een coöperatie de panacee is voor achterblijvende duurzaamheidsdoelstellingen. Veel coöperaties hebben weinig financiële armslag en de groep vrijwilligers is vaak enthousiast maar smal. Hun onderneming is ook niet risicoloos en vergt uithoudingsvermogen. Maar het is wel een nieuwe manier om de wereld beetje bij beetje te veranderen. Om onafhankelijk te worden van grote onpersoonlijke energiebedrijven; mede zelf te bepalen hoe duurzaamheid in de directe omgeving vorm krijgt. En laten we werkgelegenheid niet vergeten: banen terughalen naar deze provincie.

Maar GS heeft zich in een spagaat gemanoeuvreerd. Zij staat minder dicht bij de burger dan gemeenten. Tegelijk staan er in dit akkoord doelstellingen waar ze die burgers keihard bij nodig hebben. Een haag van belangengroeperingen, vergaderclubs, projectmanagers en professionele ondersteuners ontneemt de politiek het zicht op die bedrijvige burgers.

ledencoops_col14

Leden van Ús Koöperaasje (mei 2015)

Met het Iepen Mienskipfuns, een subsidieregeling voor lokale projecten, denkt GS uit die spagaat te komen. Maar de focus van het fonds ligt op eenmalige projecten en eigenlijk niet op bedrijfsmatige activiteiten. Ergens is dat jammer want een dorpscoöperatie is niet een verzameling projecten met een bepaalde looptijd maar een bedrijf waarvan de te bereiken doelen soms jaren ver in het verschiet liggen. Het is wel een bijzonder bedrijf: eventuele winst moet ten goede komen aan het duurzame doel en niet aan aandeelhouders. Zulke burgerondernemingen zijn er al: tientallen coöperaties functioneren zo. Profit-for-purpose, heet dat, een nieuwe naam voor een oud begrip: nutsvoorzieningen.

De provincie wil dus graag dat burgers zich ondernemend opstellen. Maar als die zelfde burgers zich dan verenigen in een maatschappelijke onderneming worden ze door GS niet genoemd, niet gezien.

Dat moet snel veranderen. Juist een coöperatie kan het beste in gemeenschappen naar voren brengen. De nieuwe coalitie kan een grote slag slaan door juist deze coöperaties te omarmen. Benoem ze, geef ze een speciale status en ondersteun ze direct, zonder tussenschakels. Dit type ondernemerschap, deze vorm van werkgelegenheid heeft Fryslân de komende jaren hard nodig.

 

 

 

P2H – Stroom moet je niet weggooien

Collega-columnist Frans Debets had drie weken een belangrijk punt bij de kop. Als er veel zonnestroom geproduceerd wordt dan daalt de groothandelsprijs van elektriciteit sterk, soms tot onder nul. Het lijkt raar – gratis stoom of zelfs geld toe – maar dat is de werkelijkheid. Elektriciteit kunnen we niet op grote schaal opslaan en toch moeten elk moment van de dag vraag en aanbod in balans zijn. Bij een steeds groter aandeel zonnestroom kan op zonnige dagen het aanbod de vraag overstijgen.

Als je dan mede-eigenaar bent van het zonnepanelenpark dan kan het op zo’n moment voordeliger zijn om de stroom weg te laten lopen in de grond dan om te moeten betalen om het aan het net te kunnen leveren. Nu ben ik niet zo van het weggooien – en zeker niet van duurzaam opgewekte stroom – dus leg ik hier graag een ander voorstel naast.

We kennen allemaal het elektrische kacheltje dat snel behaaglijke warmte geeft maar waarvan iedereen ook door heeft dat dat behoorlijk duur is. Een onverwarmde logeerkamer kan snel even van de ergste kou ontdaan worden, maar voor permanent gebruik is elektrisch verwarmen te duur. Het gebruik van zo’n handig kacheltje is dus een kwestie van prijs.

Wat nou als de prijs van elektriciteit zo laag is – of zelfs negatief – dat het goedkoper is om, in plaats van gas, stroom te gebruiken voor verwarming; middels elektrische verwarming, een warmtepomp of innovatieve infra-rood verwarming. Dan winnen we dubbel: we krijgen goedkope warmte en we houden het gas in de Groningse grond. Je zou kunnen zeggen: het niet gebruiken van gas is eigenlijk een prima vorm van opslag.

Technisch is het geen probleem: elektrisch verwarmen is veilig en installatie is vaak goedkoop. Voor één huishouden zou het misschien niet zo veel uitmaken maar voor de voedselindustrie zou het bijvoorbeeld een uitkomst zijn. Hang in de grote kookketel een elektrisch verwarmingselement erbij en bepaal aan de hand van de prijs of je stroom of gas gebruikt voor het verwarmen. Net zo goed als je in de keuken voor het zetten van thee kan kiezen tussen een elektrische waterkoker of een fluitketel op het gas, maar dan op grote schaal. In vakkringen spreekt men van Power-to-Heat of P2H in de onvermijdelijke techno-newspeak van vandaag de dag.

Stel dat het dorp in het voorbeeld van collega Debets naast een zonneweide ook een collectief contract had voor slimme stroomafname en dat iedereen in het dorp beschikte over een extra boilertje dat automatisch wordt aangezet bij elektriciteitsoverschot. Zou deze zogenaamde Contracted Collective Demand Response helpen? Ik denk van wel en ik sta daar niet alleen in. Ook de mensen van het ministerie van Economische Zaken willen graag dat kleine gemeenschappen slimme technieken bedenken en proberen; EZ ondersteunt dat zelfs met een speciale regeling.

Stoplicht_Dearsum

Het elektriciteit-‘stoplicht’ van Dearsum. Een monumentje van Collective Demand Response avant la lettre.

Fryslân heeft op dat gebied een naam terug te winnen. In de jaren tachtig had het dorp Dearsum zelf de energievoorziening ter hand genomen. Om onbalans te voorkomen was er een bijzondere oplossing bedacht: midden in het dorp stond het ‘stoplicht’. Nog steeds zichtbaar vanaf de weg tussen Sneek en Leeuwarden, gaf het baken aan wanneer het dorp meer of minder produceerde dan het verbruikte. Stond het sein op ‘groen’ dan was het prima in balans. Was het ‘rood’ dan werd iedereen verzocht de wasmachine later aan te zetten. Hoe simpel ook, het was een innovatie die tot ver over de landsgrenzen aandacht trok.

Ik zou er een lans voor willen breken dat er opnieuw een dorp of wijk in Fryslân collectief deze uitdaging aan zou willen gaan. Met elkaar ervaren hoe we op een nieuwe, slimme manier met onze energie omgaan.

 

PS (2 mei 2015)

Op moment van publicatie (1 mei 2015) kwam Tesla met een innovatie (Powerwall) op de proppen. En zo ontstaat er in Duitsland een bijzondere samenwerking waar zelfs de boulevardkranten over schrijven: LightBlick (groene leverancier met meer dan miljoen klanten) zal in combinatie met Tesla haar virtuele net (“LichtBlick vernetzt Batterien im Schwarm“) verder uitbouwen.

Welke ondernemende geest opent hier in Nederland de weg in coöperatief verband?

 

3 voorspellingen voor Fryslân

column Friesch Dagblad
9 januari 2015

Op het gevaar af volgend jaar rond deze tijd voor schut te staan wil ik een aantal zaken voorspellen.

Energievoorziening wordt globaler én lokaler.
Energie blijft in 2015 op de agenda, lokaal én internationaal. Of de prijs van olie nu laag is of hoog, of Poetin nu met oorlog dreigt of Obama sancties opvoert – de kolommen zullen gevuld blijven met energienieuws. Meer nog dan voorheen zal energieverbruik echter gerelateerd worden aan grote wereldproblemen – vervuiling, schaarste, klimaatverandering, ongelijke verdeling, oorlogen.
Zelfs de Paus heeft aangegeven dit jaar zwaar in te zetten op de gevolgen van klimaatverandering in de aanloop naar de grote klimaatconferentie (Parijs, december). Reken er op dat de nieuws- en opiniepagina’s dit jaar daarover vol zullen staan.

Daarentegen mag van mij het politiek zwartepieten over Friese windmolens in de regionale kranten achterwege blijven. Of Friese windmolens nu wel of niet op/naast/onder de Afsluitdijk komen te staan boeit mij minder dan wie er met het geld vandoor gaat; laten we daarom in ieder geval afspreken dat het geld in Fryslân blijft en niet direct ten goede komt van bedrijven uit de Randstad.

Energieakkoord is failliet.
Vorig jaar was het eerste jaar van het Energieakkoord. Deze serie nationale, langjarige afspraken is geen succes geworden en dat is niet verbazingwekkend. Het blijkt dat de inspanningen van de verzamelde milieuclubs om namens ons allen afspraken te maken met de grote industrie – op z’n vriendelijkst gezegd – behoorlijk naïef waren. De grote jongens schudden de kolenbelasting van zich af en beetje bij beetje verdwijnen ook de andere beperkingen. Zo krijgt de fossiele sector de komende jaren 4 miljard euro (!) om in het buitenland gekapt hout in centrales als biomassa op te stoken. Nu moet ook nog de certificering van dat hout weg – uw ‘duurzame’ stroom zou zomaar ook uit oerbossen mogen komen! Je moet maar durven, miljarden subsidie opstrijken en dan nóg onder de voorwaarden proberen uit te komen.
Intussen werd ‘het zoet’, de met veel bombarie aangekondigde ‘postcoderoos’-regeling voor de energiebewuste burger, zorgvuldig en bewust door Economische Zaken om zeep geholpen. Het is alsof iemand op jouw kosten, in jouw huis een groot, verwoestend feest geeft en je als dank het papier laat aflikken waar de grote verjaardagstaart op heeft gestaan.
Ondertekenaars Greenpeace en de Milieufederaties moeten rap erkennen dat ze fout zaten en begin dit jaar het vertrouwen opzeggen in het hele proces. Redenen genoeg om er nu mee te kappen.

Dan doen we het zelf wel.
Dat laatste brengt mij op voorspelling drie. In Duitsland is de afgelopen jaren het grootste deel van de investeringen in nieuwe energie gedaan door particulieren en coöperaties. Dat is minder raar dan op het eerste gezicht lijkt. Investeren in energievoorziening kan profijtelijk zijn. Traditionele partijen zijn echter geïnteresseerd in oude, bekende technieken en in sectoren waarin al eerder grootschalige investeringen gedaan zijn. Coöperaties kijken niet naar het verleden en kiezen juist voor technieken die nieuw zijn, langjarig mee kunnen, lokaal gemaakt kunnen worden en schaalbaar zijn. Zij kiezen voor duurzaam omdat daar het minste risico aan zit – dus ook financieel duurzaam investeren.

Dát model van particuliere investeringen is nodig in Fryslân. Dat is goed voor versnelling van de duurzaamheid, dat is goed voor werkgelegenheid en financiële stabiliteit, dat is goed voor de samenhang. Veel mensen willen graag dat er dingen veranderen, willen er zelf voor zorgen dat er nuttige diensten en producten komen in plaats van alleen maar profijtelijke. Er is op dat vlak gelukkig in 2014 veel bereikt dat niet voor mogelijk werd gehouden en dát alleen al geeft een goed gevoel voor 2015.

Energievoorziening – laten we het in 2015 beter doen, anders doen, en, met name, zelf doen.

Opgewekt

column Friesch Dagblad
vrijdag 28 november 2014

Column_FD_08Normaal ga ik niet naar Duurzame Energie-congressen. Vaak wordt daar alleen gesproken over hoe de wereld er volgend jaar uit zou moeten zien. Vlotte vrouwen van traditionele energiebedrijven vullen zalen met zalvende woorden over wijze waarop de duurzame toekomst door hun toedoen nu – bijna – echt heel dichtbij komt. Namens adviesbedrijven met bizarre namen kondigen mannen in hippe pakken grote projecten aan. En volgend jaar worden deze beoogde projecten door zo mogelijk nog grotere uitdagingen toch even opzij geschoven. Zelfverklaarde goeroes schetsen vergezichten waarin hun bedrijven een belangrijke rol in ‘de transitie’ blijken te vervullen.
Als je dan de presentaties van elk jaar achter elkaar zet dan bekruipt je het gevoel dat daden achter blijven bij grote woorden.

Dit jaar ging ik naar ‘Hier Opgewekt! Hét evenement voor en door lokale duurzame energie initiatieven’. Negenhonderd man uit het hele land zou bijeenkomen in Den Haag om ervaringen uit te wisselen.
Ik was bang dat het een zelf-feliciterend Randstad-feestje zou zijn. Maar het viel mee. Er waren eerlijke presentaties, over goede én juist ook slechte ervaringen. Felle discussies tussen mensen die met verstand van zaken bezig zijn lokaal, of juist achter de schermen in ministeries, bezig zijn om een groter aandeel duurzaam opgewekte energie mogelijk te maken. Enthousiasme om kleine successen en slimme technieken. Vastbeslotenheid om hobbels te nemen met beloftevolle financieringsvormen of door te lobbyen om knellende wetgeving te veranderen.

Dat ik daar met een glimlach rond liep komt ook doordat er vanuit het Noorden echte resultaten te melden zijn. In Fryslân zijn tientallen energiecoöperaties actief – met projecten om collectief te besparen, huizen te isoleren of zonnepanelen op eigen daken, het buurthuis of op een weiland te leggen. En sinds afgelopen zomer hebben Friezen, Groningers en Drenten de mogelijkheid om over te stappen naar hun eigen, goedkope energiebedrijf Noordelijk Lokaal Duurzaam energie – en duizenden doen dat inmiddels ook. Zo kunnen zij zelf bepalen op welke wijze duurzame stroom (en op termijn groen gas) opgewekt wordt.

Als één van de mensen van het eerste uur mocht ik in speciale sessies voor overheden tekst en uitleg geven bij onze vorderingen. En daar werd bevestigd wat ik al dacht: in het Noorden lopen we voorop.

Provinciale ambtenaren uit de rest van het land verbaasden zich over de leningen die provinciebesturen van Drenthe, Groningen en Fryslân gemeenschappelijk beschikbaar gesteld hadden voor ons eigen noordelijke energiebedrijf en over het Fûns Skjinne Fryske Enerzjy dat financiële kennis en leningen beschikbaar stelt om grotere lokale projecten in Fryslân van de grond te krijgen.
Gemeente-ambtenaren uit alle hoeken van het land keken op toen ik vertelde hoe gemeenten in Fryslân inmiddels samenwerken om lokale initiatieven meer mogelijkheid te geven om projecten uit te voeren. Niet door met subsidies te strooien, maar door bijvoorbeeld vergaderruimten met een pot koffie ter beschikking te stellen. Door te luisteren naar klachten en ideeën, door mee te zoeken naar niet eerder vertoonde oplossingen.

Ik denk dat wij hier in het Noorden goed weten wat de kracht van gemeenschappen, van dorpen en wijken is. Dat gewoon beginnen dé manier is om samen een duurzamer toekomst dichterbij te brengen. En daar willen wij best de rest van Nederland nog wat van leren.

Afgelopen vrijdagavond verliet ik Den Haag en ging ik fluitend terug naar Fryslân.

Opgewekt.

Energiefonds – 6 punten voor een mooie start

Aan ideeën over energie is er geen gebrek. Vele dorpen en wijken in Fryslân zijn op dit moment na aan het denken over energiebesparingsmogelijkheden, zonneweides, gemeenschappelijke inkoop, eigen openbaar vervoer, wat niet al. Meer en meer in de vorm van coöperaties gaan burgers aan de slag om het woord duurzaamheid in daden om te zetten.

Gelukkig is er in Fryslân binnenkort een provinciaal instrument om deze daadkracht financieel te ondersteunen: het Fûns Skjinne Fryske Enerzjy (FSFE). Het is een BV die 90 miljoen Euro heeft meegekregen (een deel van de NUON-gelden) voor het ’wegnemen van financiële knelpunten rondom energiebesparing en duurzame energie opwekking’. Er is ’specifiek aandacht voor kleinschalige en lokale initiatieven’.

Dit klinkt goed, bepalend voor het succes is immers niet wat het fonds nodig heeft, maar wat burgers en ondernemers nodig hebben. En leidend blijft het doel: besparen en lokale productie – niet: hoog rendement op vermogen.

Voor een fonds is het makkelijker als het geld verdeeld wordt over een paar consortia – mannen in pak met spreadsheets en een professionele presentatie – in plaats van in een dorpshuizen te luisteren naar veelkleurige groepen met mooie en gedragen ideeën voor een eigen zonneweide. Dat laatste is lastiger maar het zal wel moeten.

Ik denk dat het fonds een mooie start kan maken door vanaf het begin een aantal punten ter harte te nemen:

  1. Transparant – laat het fonds open en transparant zijn vanaf het begin. Het fonds is door burgers en ondernemers bij elkaar gespaard en het zou van de gekke zijn om dat nu in handen te leggen van fondsbeheerders op afstand. Als er één fonds is dat het waard is op een duidelijke wijze gemonitord te worden en publiek verantwoording af te leggen over zijn werkzaamheden dan is het dit fonds wel. Niet achteraf maar tijdens de rit.
  2. Lokaal – laat zien dat een minimum doelstelling (zowel in aantal participaties als in fonds grootte) hoe-dan-ook lokaal gespendeerd wordt – hetzij via een lokale coöperatie hetzij in de vorm van lokale werkgelegenheid.
  3. Mix – laat financiering een mix zijn van bewezen en nieuwe technieken; laat besparing gepaard gaan met productie; laat kleinschalig bloeien naast grootschalig.
  4. Geen gekkigheid – ik gun de gedeputeerde Konst alle mogelijkheden om linten door te knippen van energie-arme wijken, het in werking stellen van nieuwe zonneweides of proefinstallaties ’Blue energy’, maar liever geen zelf-feliciterende congressen of duur drukwerk. Die hebben we genoeg gehad.
  5. Eerste hulp bij financiële onbekendheid – als er meer tijd gestoken moet worden in ondersteuning van lokale projecten en het doorrekenen van business plannen, zorg daar dan voor. Dat zijn transitiekosten die zich dubbel en dwars uitbetalen; zo krijgen we Friese dorpen en wijken die zich beter op de toekomst kunnen instellen.
  6. Inverdien’-mogelijkheid – geef burgers en bedrijven de mogelijkheid om klein te beginnen en op termijn meer participaties uit te geven. In zo’n geval zou het fonds kunnen inspringen door van meet af aan een groter deel te financieren dat geoormerkt is voor participaties van wijkbewoners.

Er is geen routeplan voor energietransities waarbij burgers en lokale ondernemers een grote rol spelen want niemand weet waar het eindigt. Maar het moet ergens beginnen.

Laat dat Fryslân zijn.