3 voorspellingen voor Fryslân

column Friesch Dagblad
9 januari 2015

Op het gevaar af volgend jaar rond deze tijd voor schut te staan wil ik een aantal zaken voorspellen.

Energievoorziening wordt globaler én lokaler.
Energie blijft in 2015 op de agenda, lokaal én internationaal. Of de prijs van olie nu laag is of hoog, of Poetin nu met oorlog dreigt of Obama sancties opvoert – de kolommen zullen gevuld blijven met energienieuws. Meer nog dan voorheen zal energieverbruik echter gerelateerd worden aan grote wereldproblemen – vervuiling, schaarste, klimaatverandering, ongelijke verdeling, oorlogen.
Zelfs de Paus heeft aangegeven dit jaar zwaar in te zetten op de gevolgen van klimaatverandering in de aanloop naar de grote klimaatconferentie (Parijs, december). Reken er op dat de nieuws- en opiniepagina’s dit jaar daarover vol zullen staan.

Daarentegen mag van mij het politiek zwartepieten over Friese windmolens in de regionale kranten achterwege blijven. Of Friese windmolens nu wel of niet op/naast/onder de Afsluitdijk komen te staan boeit mij minder dan wie er met het geld vandoor gaat; laten we daarom in ieder geval afspreken dat het geld in Fryslân blijft en niet direct ten goede komt van bedrijven uit de Randstad.

Energieakkoord is failliet.
Vorig jaar was het eerste jaar van het Energieakkoord. Deze serie nationale, langjarige afspraken is geen succes geworden en dat is niet verbazingwekkend. Het blijkt dat de inspanningen van de verzamelde milieuclubs om namens ons allen afspraken te maken met de grote industrie – op z’n vriendelijkst gezegd – behoorlijk naïef waren. De grote jongens schudden de kolenbelasting van zich af en beetje bij beetje verdwijnen ook de andere beperkingen. Zo krijgt de fossiele sector de komende jaren 4 miljard euro (!) om in het buitenland gekapt hout in centrales als biomassa op te stoken. Nu moet ook nog de certificering van dat hout weg – uw ‘duurzame’ stroom zou zomaar ook uit oerbossen mogen komen! Je moet maar durven, miljarden subsidie opstrijken en dan nóg onder de voorwaarden proberen uit te komen.
Intussen werd ‘het zoet’, de met veel bombarie aangekondigde ‘postcoderoos’-regeling voor de energiebewuste burger, zorgvuldig en bewust door Economische Zaken om zeep geholpen. Het is alsof iemand op jouw kosten, in jouw huis een groot, verwoestend feest geeft en je als dank het papier laat aflikken waar de grote verjaardagstaart op heeft gestaan.
Ondertekenaars Greenpeace en de Milieufederaties moeten rap erkennen dat ze fout zaten en begin dit jaar het vertrouwen opzeggen in het hele proces. Redenen genoeg om er nu mee te kappen.

Dan doen we het zelf wel.
Dat laatste brengt mij op voorspelling drie. In Duitsland is de afgelopen jaren het grootste deel van de investeringen in nieuwe energie gedaan door particulieren en coöperaties. Dat is minder raar dan op het eerste gezicht lijkt. Investeren in energievoorziening kan profijtelijk zijn. Traditionele partijen zijn echter geïnteresseerd in oude, bekende technieken en in sectoren waarin al eerder grootschalige investeringen gedaan zijn. Coöperaties kijken niet naar het verleden en kiezen juist voor technieken die nieuw zijn, langjarig mee kunnen, lokaal gemaakt kunnen worden en schaalbaar zijn. Zij kiezen voor duurzaam omdat daar het minste risico aan zit – dus ook financieel duurzaam investeren.

Dát model van particuliere investeringen is nodig in Fryslân. Dat is goed voor versnelling van de duurzaamheid, dat is goed voor werkgelegenheid en financiële stabiliteit, dat is goed voor de samenhang. Veel mensen willen graag dat er dingen veranderen, willen er zelf voor zorgen dat er nuttige diensten en producten komen in plaats van alleen maar profijtelijke. Er is op dat vlak gelukkig in 2014 veel bereikt dat niet voor mogelijk werd gehouden en dát alleen al geeft een goed gevoel voor 2015.

Energievoorziening – laten we het in 2015 beter doen, anders doen, en, met name, zelf doen.

Opgewekt

column Friesch Dagblad
vrijdag 28 november 2014

Column_FD_08Normaal ga ik niet naar Duurzame Energie-congressen. Vaak wordt daar alleen gesproken over hoe de wereld er volgend jaar uit zou moeten zien. Vlotte vrouwen van traditionele energiebedrijven vullen zalen met zalvende woorden over wijze waarop de duurzame toekomst door hun toedoen nu – bijna – echt heel dichtbij komt. Namens adviesbedrijven met bizarre namen kondigen mannen in hippe pakken grote projecten aan. En volgend jaar worden deze beoogde projecten door zo mogelijk nog grotere uitdagingen toch even opzij geschoven. Zelfverklaarde goeroes schetsen vergezichten waarin hun bedrijven een belangrijke rol in ‘de transitie’ blijken te vervullen.
Als je dan de presentaties van elk jaar achter elkaar zet dan bekruipt je het gevoel dat daden achter blijven bij grote woorden.

Dit jaar ging ik naar ‘Hier Opgewekt! Hét evenement voor en door lokale duurzame energie initiatieven’. Negenhonderd man uit het hele land zou bijeenkomen in Den Haag om ervaringen uit te wisselen.
Ik was bang dat het een zelf-feliciterend Randstad-feestje zou zijn. Maar het viel mee. Er waren eerlijke presentaties, over goede én juist ook slechte ervaringen. Felle discussies tussen mensen die met verstand van zaken bezig zijn lokaal, of juist achter de schermen in ministeries, bezig zijn om een groter aandeel duurzaam opgewekte energie mogelijk te maken. Enthousiasme om kleine successen en slimme technieken. Vastbeslotenheid om hobbels te nemen met beloftevolle financieringsvormen of door te lobbyen om knellende wetgeving te veranderen.

Dat ik daar met een glimlach rond liep komt ook doordat er vanuit het Noorden echte resultaten te melden zijn. In Fryslân zijn tientallen energiecoöperaties actief – met projecten om collectief te besparen, huizen te isoleren of zonnepanelen op eigen daken, het buurthuis of op een weiland te leggen. En sinds afgelopen zomer hebben Friezen, Groningers en Drenten de mogelijkheid om over te stappen naar hun eigen, goedkope energiebedrijf Noordelijk Lokaal Duurzaam energie – en duizenden doen dat inmiddels ook. Zo kunnen zij zelf bepalen op welke wijze duurzame stroom (en op termijn groen gas) opgewekt wordt.

Als één van de mensen van het eerste uur mocht ik in speciale sessies voor overheden tekst en uitleg geven bij onze vorderingen. En daar werd bevestigd wat ik al dacht: in het Noorden lopen we voorop.

Provinciale ambtenaren uit de rest van het land verbaasden zich over de leningen die provinciebesturen van Drenthe, Groningen en Fryslân gemeenschappelijk beschikbaar gesteld hadden voor ons eigen noordelijke energiebedrijf en over het Fûns Skjinne Fryske Enerzjy dat financiële kennis en leningen beschikbaar stelt om grotere lokale projecten in Fryslân van de grond te krijgen.
Gemeente-ambtenaren uit alle hoeken van het land keken op toen ik vertelde hoe gemeenten in Fryslân inmiddels samenwerken om lokale initiatieven meer mogelijkheid te geven om projecten uit te voeren. Niet door met subsidies te strooien, maar door bijvoorbeeld vergaderruimten met een pot koffie ter beschikking te stellen. Door te luisteren naar klachten en ideeën, door mee te zoeken naar niet eerder vertoonde oplossingen.

Ik denk dat wij hier in het Noorden goed weten wat de kracht van gemeenschappen, van dorpen en wijken is. Dat gewoon beginnen dé manier is om samen een duurzamer toekomst dichterbij te brengen. En daar willen wij best de rest van Nederland nog wat van leren.

Afgelopen vrijdagavond verliet ik Den Haag en ging ik fluitend terug naar Fryslân.

Opgewekt.

Energiefonds – 6 punten voor een mooie start

Aan ideeën over energie is er geen gebrek. Vele dorpen en wijken in Fryslân zijn op dit moment na aan het denken over energiebesparingsmogelijkheden, zonneweides, gemeenschappelijke inkoop, eigen openbaar vervoer, wat niet al. Meer en meer in de vorm van coöperaties gaan burgers aan de slag om het woord duurzaamheid in daden om te zetten.

Gelukkig is er in Fryslân binnenkort een provinciaal instrument om deze daadkracht financieel te ondersteunen: het Fûns Skjinne Fryske Enerzjy (FSFE). Het is een BV die 90 miljoen Euro heeft meegekregen (een deel van de NUON-gelden) voor het ’wegnemen van financiële knelpunten rondom energiebesparing en duurzame energie opwekking’. Er is ’specifiek aandacht voor kleinschalige en lokale initiatieven’.

Dit klinkt goed, bepalend voor het succes is immers niet wat het fonds nodig heeft, maar wat burgers en ondernemers nodig hebben. En leidend blijft het doel: besparen en lokale productie – niet: hoog rendement op vermogen.

Voor een fonds is het makkelijker als het geld verdeeld wordt over een paar consortia – mannen in pak met spreadsheets en een professionele presentatie – in plaats van in een dorpshuizen te luisteren naar veelkleurige groepen met mooie en gedragen ideeën voor een eigen zonneweide. Dat laatste is lastiger maar het zal wel moeten.

Ik denk dat het fonds een mooie start kan maken door vanaf het begin een aantal punten ter harte te nemen:

  1. Transparant – laat het fonds open en transparant zijn vanaf het begin. Het fonds is door burgers en ondernemers bij elkaar gespaard en het zou van de gekke zijn om dat nu in handen te leggen van fondsbeheerders op afstand. Als er één fonds is dat het waard is op een duidelijke wijze gemonitord te worden en publiek verantwoording af te leggen over zijn werkzaamheden dan is het dit fonds wel. Niet achteraf maar tijdens de rit.
  2. Lokaal – laat zien dat een minimum doelstelling (zowel in aantal participaties als in fonds grootte) hoe-dan-ook lokaal gespendeerd wordt – hetzij via een lokale coöperatie hetzij in de vorm van lokale werkgelegenheid.
  3. Mix – laat financiering een mix zijn van bewezen en nieuwe technieken; laat besparing gepaard gaan met productie; laat kleinschalig bloeien naast grootschalig.
  4. Geen gekkigheid – ik gun de gedeputeerde Konst alle mogelijkheden om linten door te knippen van energie-arme wijken, het in werking stellen van nieuwe zonneweides of proefinstallaties ’Blue energy’, maar liever geen zelf-feliciterende congressen of duur drukwerk. Die hebben we genoeg gehad.
  5. Eerste hulp bij financiële onbekendheid – als er meer tijd gestoken moet worden in ondersteuning van lokale projecten en het doorrekenen van business plannen, zorg daar dan voor. Dat zijn transitiekosten die zich dubbel en dwars uitbetalen; zo krijgen we Friese dorpen en wijken die zich beter op de toekomst kunnen instellen.
  6. Inverdien’-mogelijkheid – geef burgers en bedrijven de mogelijkheid om klein te beginnen en op termijn meer participaties uit te geven. In zo’n geval zou het fonds kunnen inspringen door van meet af aan een groter deel te financieren dat geoormerkt is voor participaties van wijkbewoners.

Er is geen routeplan voor energietransities waarbij burgers en lokale ondernemers een grote rol spelen want niemand weet waar het eindigt. Maar het moet ergens beginnen.

Laat dat Fryslân zijn.

Gasdom

Column Friesch Dagblad – 20 juni 2014
Oliedom is de uitdrukking. Gasdom is inmiddels een beter begrip.

Minister Kamp – de meest gewiekste minister die ons land rijk is – wees onlangs plompverloren drie gebieden in Fryslân aan waar naar schaliegas geboord mag worden.

De eerste reactie (‘fernuvere’) van gedeputeerde Poepjes van de Provinsje op de plannen van Kamp was er niet één waar je een krachtig provinciaal bestuurder aan herkent. Gelukkig vond zij snel de weg terug (“we binne der op tsjin”) en ondertekende een manifest dat duidelijk maakt dat Fryslân niet zomaar schaliegaswinning toe wil staan. Een verstandig en belangrijk signaal.

Want iedereen die zich ook maar een beetje interesseert voor energie, water, milieu of het Fryske landschap zou zich in schaliegas moeten verdiepen.

Er is geen Duitser die komt varen op een vervuild meer en geen Aziaat die verdachte melk drinkt.

Schaliegas klinkt vriendelijk en het lijkt zo netjes en schoon te winnen in de geanimeerde filmpjes van de producenten. Met chirurgische precisie gaat een boor heel diep de grond in, maakt een bocht in de schalielaag (compacte, harde kleimassa) en kraakt (‘frackt’) daar het gesteente zodat dat het gas vrijkomt. Dat gas wordt opgevangen en stroomt via het gasnet de huizen in.

De werkelijkheid is minder netjes. Het winnen van fossiele brandstoffen is normaal al een smerig en giftig proces, met schaliegas worden de risico’s alleen nog maar groter. In het kort: om schaliegas te winnen wordt met enorme druk een onbekende mix van (zeer) giftige chemicaliën de grond in gepompt. De kans dat er iets fout gaat is niet denkbeeldig en ervaringen in andere landen wijzen op gevaar, met name voor drinkwatervoorziening. Voor Fryslân zijn agrarische kwaliteit en watertoerisme speerpunten. Laten we dat zo houden. We kunnen ons zelfs niet een miniem kleine kans op een (drink)waterramp veroorloven. Er is geen Duitser die komt varen op een vervuild meer en geen Aziaat die verdachte melk drinkt. Om nog maar te zwijgen over het drinkwater van onze kinderen. Om dát op het spel te zetten, dat kunnen we rustig gasdom noemen.

waar in het poolgebied het ijs ook maar smelt, sleept Shell direct de boortorens naar toe

Niet alleen schaliegas, maar alle vormen van fossiele brandstof worden bij stijgende energieprijzen interessant voor de energiereuzen. Op de meest onherbergzame plekken, midden in oceanen, wordt inmiddels geboord naar alles wat lijkt op olie en gas; teerzand in Canada wordt net zolang bewerkt tot het door een olieleiding geperst kan worden; elke steenlaag wordt beklopt om te zien of er nog wat olie uit te knijpen valt. En waar in het poolgebied het ijs ook maar smelt, sleept Shell direct de boortorens naar toe.

Echter wordt het steeds moeilijker, gevaarlijker en met meer risico voor mens en milieu om het te winnen. Zelfs BP – een gerespecteerd en oud energiebedrijf – vertilde zich in de Golf van Mexico (Deepwater Horizon olieramp) aan de enorme risico’s die moeilijk winbare fossiele brandstoffen nu eenmaal hebben. Één belangrijk stuk techniek werd onder tijdsdruk ondoordacht gebruikt en een onmetelijke schade aan ecosystemen, milieu en economie was het gevolg. Met schaliegas kan hetzelfde gebeuren: één kleine fout kan onherstelbare schade aanrichten.

Het ene gat met het andere dichten.
Ook in Nederland is men bezig olie te winnen. In Drenthe wordt op dit moment het laatste restje olie uit de bodem gepeurd. Dat gaat niet vanzelf; het stroperige goedje dat daar resteert moet eerst onder de grond verwarmd worden door middel van de inzet van veel Groningengas voordat het naar boven gehaald kan worden en aan Duitsland verkocht. Zo verbrandt Kamp onze laatste gasreserve om onze laatste oliereserve te kunnen winnen om daarmee de staatskas een paar jaar te spekken. Minister Kamp heeft ongetwijfeld ruim voldoende retorisch talent om daar een klinkend verhaal van te maken. Voor mij is het duidelijk: dit is slecht, puur slecht om zo datgene wat ons rest aan brandstoffen zo te verkwanselen. Voorbeeld van energiebeleid dat strafbaar gesteld zou moeten worden.

Terwijl overheden zoveel beter zouden kunnen doen. Het rijk en gemeenten moeten burgers en bedrijven duidelijk maken dat isoleren, besparen en zelf produceren van duurzame energie hard nodig is. Als die burgers – al dan niet verenigd – daar mee aan de slag zijn, dan kunnen diezelfde burgers van Fryslân met recht en reden duidelijk maken dat schaliegas helemaal niet nodig is.
Nu niet.
Nooit.

Windmolens in Fryslân – als je ze niet wil, krijg je ze toch (maar verdien je er niets aan)

Column Friesch Dagblad – mei 2014
De discussie over windmolens in Fryslân is een nieuwe ronde ingegaan. Op tientallen plekken in Fryslân worden nu avonden belegd waarin burgers kennis kunnen maken met plannen voor nieuwe windmolens in hun omgeving. Plannen die bewoners behoorlijk kunnen overvallen en alleen al daarom tot ergernis kunnen leiden.

Het lastige is dat de uitkomst van deze discussie onder hoge druk staat. Er moet snel een provinciaal plan voor windmolenparken komen, anders klapt het rijk er overheen met een eigen plan. Dat terwijl juist een proces als dit zorgvuldigheid, tijd, bewonersbetrokkenheid, veel overleg en politieke moed vereist.

Toch, als dit proces niet loopt – er is veel weerstand, er is weinig belangstelling om tot goede afspraken te komen, burgers kunnen niet meebeslissen of participeren – wordt de uitkomst wellicht nog onwenselijker. Het bizarre feit is namelijk dat áls de burgers in Fryslân geen windmolens willen, ze deze tóch krijgen en, in plaats dat men er lokaal nog wat aan kan verdienen, zullen dan alle inwoners van Fryslân er meer voor moeten betalen.

De verplichting tot het plaatsen van windmolens die de provincie jaren geleden heeft afgesproken met de rijksoverheid moet linksom of rechtsom worden gehaald. Als de provincie Fryslân niet snel met een goed plan komt voor windmolenprojecten – om het vriendelijk te zeggen: dat hebben ze niet – bepaalt het rijk zelf waar het komt. Daar is een speciaal instrument voor, de Rijkscoördinatieregeling, en die sluit alle inspraak en beroepsmogelijkheden kort. Die molens komen dan in het Noordelijk deel van het IJsselmeer. Een groot park, daar kun je donder op zeggen. Het rijk gaat in dat geval geen afspraken maken met Friese bewoners of bedrijven maar gunt het project aan een handjevol bedrijven. Zo zullen een paar grote projectontwikkelaars en financiers nog een stuk rijker worden, krijgen lokale Friese bedrijven het nakijken bij de aanbesteding en, niet te vergeten, zal dat grote windmolenpark een paar honderd miljoen euro’s MEER aan gemeenschapsgeld kosten – windmolens in water krijgen meer subsidie dan die op land. Dus het is niet zo dat de burgers die denken geen last te hebben van deze molens opgelucht adem kunnen halen: deze IJsselmeer-oplossing is een stuk duurder; naar friese schaal uitgerekend zou dat tot duizend euro per gezin meer kosten. Er is dus eigenlijk iedereen veel aan gelegen dat – waar dat maar kan – omwonenden en lokale projectontwikkelaars tot afspraken kunnen komen.

Het kan ook anders: op verschillende plekken in Fryslân draaien dorpsmolens. Kleinschalig, met vaak ruime betrokkenheid van het dorp en, niet onbelangrijk, een inkomstenbron voor de lokale gemeenschap. Het is echter geen panacee, het kan domweg niet overal. En het is zeker niet makkelijk: het vereist politieke lef om dorpsmolens op de raadsagenda te zetten; het vereist doorzettingsvermogen om daar in je eigen dorp of wijk de schouders onder te willen zetten; het vereist ondernemerschap om het project van de grond te tillen. Maar mensen met lef, doorzettingsvermogen en ondernemerschap zijn er gelukkig.

In dit stuk mist u ongetwijfeld een lofzang op duurzame energie. Dat klopt. In mijn optiek is duurzaamheid geen doel maar een logische consequentie van ons eigen handelen. Immers als wij, in onze eigen regio, mogen bepalen op welke wijze wij energie willen opwekken en gebruiken, dan doen we dat met een goed oog voor mens en milieu; belonen wij hen die ons helpen en financieren op een eerlijke manier, en vergoeden wij hen die overlast hebben. Zeker bij windmolens.

Energie en vrije markt – een slechte combinatie | wijze lessen uit maart 1916

Column Friesch Dagblad Vrijdag 21 maart 2014

In een buitengewone zitting van de Provinciale Staten van Fryslân is besloten: “de provincie richt, ter uitvoering van de taak die zij op zich neemt, een provinciaal electriciteitsbedrijf op, dat op commercieele beginselen zal worden gedreven, met dien verstande dat het maken van winst geen doel zal zijn”.

Het is maart 1916. Op energiegebied is het een warboel van bedrijfjes, private netten en collectieven. Sommige dorpen en wijken zijn aangesloten, andere niet. Als gedeputeerde brengt de latere oorlogspremier Pieter Sjoerds Gerbrandy het Provinciaal Electriciteits Bedrijf verder tot stand. Heel Fryslân krijgt betaalbare en betrouwbare elektriciteit en gas.

Juli 2004. De energiemarkt wordt ‘geliberaliseerd’, vrijgemaakt. Op de vrije markt zullen customers hun energy portfolio switchen (op een ‘vrije’ markt praat iedereen opeens Engels…). De bedoeling is dat elk jaar iedereen massaal op zoek gaat naar de grote prijsvoordelen die de leveranciers gaan bieden. Nieuwe, slimme bedrijven komen op, andere verdwijnen. Ons PEB gaat op in het grote NUON dat zelf weer opgeslokt wordt door het Zweedse Vattenfall.

Vorig jaar switchte ongeveer één op de negen klanten. Volgens branchevereniging EnergieNed laat dat getal zien dat “de markt goed werkt”. Inderdaad, er worden jaarlijks tientallen miljoenen reclame-euro’s uitgegeven én de grote energiebedrijven maken veel winst – dus íets gaat er goed. De voorgespiegelde voordelen van de vrije markt voor consumenten – betere service, lagere prijzen, efficiënter gebruik van mensen en middelen – zijn intussen nauwelijks tot niet bewaarheid geworden. En op de Europese duurzaamheidsschaal bungelt Nederland nu inmiddels onderaan.

‘samen zelf doen’ is een prima alternatief voor een teruggetreden overheid en falende marktwerking

Maart 2014. In heel Fryslân zijn er wijken en dorpen waar men bij elkaar komt, zich organiseert en aan de slag gaat. Duurzame energie is het thema en het enthousiasme spat er van af – twitterende jonge mensen en bebaarde windmolenpioniers richten samen energiecoöperaties op. Op de pagina’s in deze krant komt u ze geregeld tegen.

Zoals wel vaker in de geschiedenis, en zeker in Fryslân, is ‘samen zelf doen’ een prima alternatief voor een teruggetreden overheid en falende marktwerking. Op het gebied van energievoorziening betekent dat dat wij zelf in de weer gaan met zonnepanelen en – waar dat echt mogelijk is – windmolens. Eigen windmolens welteverstaan en zelf gefinancierde zonneparken waarvan de stroom naar de deelnemers gaat en de opbrengst in de regio blijft.

Het is 98 jaar geleden dat Friezen bij elkaar kwamen om een energiebedrijf op te richten, “niet uit eenig winstbejag, doch uitsluitend om de belangen van de gemeenschap op het terrein der electriciteitsvoorziening te dienen.”

<br />

Nu doen we het weer.

<br />

Sybrand Frietema de Vries

Initiatiefnemer Ús Koöperaasje en NLD energie. Oud-oprichter/directeur energiebedrijf. Adviseert bij lastige energievraagstukken.