Opgewekt

column Friesch Dagblad
vrijdag 28 november 2014

Column_FD_08Normaal ga ik niet naar Duurzame Energie-congressen. Vaak wordt daar alleen gesproken over hoe de wereld er volgend jaar uit zou moeten zien. Vlotte vrouwen van traditionele energiebedrijven vullen zalen met zalvende woorden over wijze waarop de duurzame toekomst door hun toedoen nu – bijna – echt heel dichtbij komt. Namens adviesbedrijven met bizarre namen kondigen mannen in hippe pakken grote projecten aan. En volgend jaar worden deze beoogde projecten door zo mogelijk nog grotere uitdagingen toch even opzij geschoven. Zelfverklaarde goeroes schetsen vergezichten waarin hun bedrijven een belangrijke rol in ‘de transitie’ blijken te vervullen.
Als je dan de presentaties van elk jaar achter elkaar zet dan bekruipt je het gevoel dat daden achter blijven bij grote woorden.

Dit jaar ging ik naar ‘Hier Opgewekt! Hét evenement voor en door lokale duurzame energie initiatieven’. Negenhonderd man uit het hele land zou bijeenkomen in Den Haag om ervaringen uit te wisselen.
Ik was bang dat het een zelf-feliciterend Randstad-feestje zou zijn. Maar het viel mee. Er waren eerlijke presentaties, over goede én juist ook slechte ervaringen. Felle discussies tussen mensen die met verstand van zaken bezig zijn lokaal, of juist achter de schermen in ministeries, bezig zijn om een groter aandeel duurzaam opgewekte energie mogelijk te maken. Enthousiasme om kleine successen en slimme technieken. Vastbeslotenheid om hobbels te nemen met beloftevolle financieringsvormen of door te lobbyen om knellende wetgeving te veranderen.

Dat ik daar met een glimlach rond liep komt ook doordat er vanuit het Noorden echte resultaten te melden zijn. In Fryslân zijn tientallen energiecoöperaties actief – met projecten om collectief te besparen, huizen te isoleren of zonnepanelen op eigen daken, het buurthuis of op een weiland te leggen. En sinds afgelopen zomer hebben Friezen, Groningers en Drenten de mogelijkheid om over te stappen naar hun eigen, goedkope energiebedrijf Noordelijk Lokaal Duurzaam energie – en duizenden doen dat inmiddels ook. Zo kunnen zij zelf bepalen op welke wijze duurzame stroom (en op termijn groen gas) opgewekt wordt.

Als één van de mensen van het eerste uur mocht ik in speciale sessies voor overheden tekst en uitleg geven bij onze vorderingen. En daar werd bevestigd wat ik al dacht: in het Noorden lopen we voorop.

Provinciale ambtenaren uit de rest van het land verbaasden zich over de leningen die provinciebesturen van Drenthe, Groningen en Fryslân gemeenschappelijk beschikbaar gesteld hadden voor ons eigen noordelijke energiebedrijf en over het Fûns Skjinne Fryske Enerzjy dat financiële kennis en leningen beschikbaar stelt om grotere lokale projecten in Fryslân van de grond te krijgen.
Gemeente-ambtenaren uit alle hoeken van het land keken op toen ik vertelde hoe gemeenten in Fryslân inmiddels samenwerken om lokale initiatieven meer mogelijkheid te geven om projecten uit te voeren. Niet door met subsidies te strooien, maar door bijvoorbeeld vergaderruimten met een pot koffie ter beschikking te stellen. Door te luisteren naar klachten en ideeën, door mee te zoeken naar niet eerder vertoonde oplossingen.

Ik denk dat wij hier in het Noorden goed weten wat de kracht van gemeenschappen, van dorpen en wijken is. Dat gewoon beginnen dé manier is om samen een duurzamer toekomst dichterbij te brengen. En daar willen wij best de rest van Nederland nog wat van leren.

Afgelopen vrijdagavond verliet ik Den Haag en ging ik fluitend terug naar Fryslân.

Opgewekt.

Goudmijn in de meterkast

Wie zou zich interesseren in dat wat zich afspeelt in een donkere kast vlak achter de voordeur? Nou, Google bijvoorbeeld. Zij zijn geïnteresseerd in energiedata en dat is niet zo vreemd als het lijkt.

Traditionele energieleveranciers willen u zoveel mogelijk energie verkopen. Dat moet eens per jaar betrouwbaar gemeten worden om u een kloppende jaarrekening te sturen, maar daarmee is de kous af. Of u nou probeert te besparen op uw stroomverbruik of het juist lekker warm stookt met de ramen open, het maakt hen niet uit. Als u de rekening maar betaalt.

Toch is kennis van het verbruik van huishoudens zeker van belang. Voor netbeheerders van gas en elektriciteit – die kunnen zien wanneer pieken optreden in het net, en voor de huishoudens zelf – kunnen ze zien of besparing zin heeft. Maar er zijn andere partijen die grif geld over hebben voor uw energiegegevens.

Marketingbedrijven die handelen in consumentenprofielen zouden graag uw meterkast induiken. Gecombineerd met de andere gegevens die zij van u hebben, kunnen ze u prachtige, maatgemaakte aanbiedingen doen. Dat gaat verder dan u denkt. Van alle gegevens die men over u verzamelt, zijn energiedata wel de hardste. Uw elektriciteit- en gasmeter liegen niet.

Op uw sociale profielen schrijft u dat u energiek, sportief en sociaal bent – marketing mensen met uw metergegevens weten wel beter: u slaapt een gat in de dag en ploft ’s avonds met een glas wijn voor de buis. U moet dan ook niet raar staan te kijken als er via Facebook aanbiedingen komen voor elektrische dekens en DVD-series en geen uitnodigingen voor avontuurlijke vakanties of sportkleding.

Het is in dit licht dat wij Google’s pogingen moeten zien om met de slimme thermostaat Nest (in Nederland o.a. via Essent verkrijgbaar) aan energiedata te komen. De thermostaat genereert continu gegevens die – net als zoekopdrachten bij google.com – bij elkaar een deel van uw (energie)profiel bepalen.

Energiedata zijn geld waard voor de Googles van deze wereld. Dat zou ook voor ú moeten gelden. In prijs bijvoorbeeld. Wanneer u elektriciteit verbruikt maakt iets uit: vandaag is de groothandelsprijs elektriciteit rond het middaguur 5 eurocent en die daalt in de nachtelijke uren naar 3 cent. Als u in de middag stroom opwekt met uw zonnepanelen en om 4 uur ’s nachts de afwas draait en de was droogt dan zou u daar toch voor beloond moeten worden. Een paar tientjes per jaar zou dat toch zeker uitmaken. En als de elektrische auto ’s nachts aan het stopcontact hangt, wel meer dan honderd euro.

Van de traditionele energiebedrijven hoeven we op dat front helaas niets te verwachten. In de tien jaar dat zij in de vrije markt aan consumenten energie leveren is er nog geen mogelijkheid gekomen – anders dan het al lang bestaande nachtstroomtarief – waarbij het in prijs uitmaakt wannéér je energie gebruikt. Met steeds meer lokale en duurzame elektriciteitsproductie (zonneparken, windmolens) wordt dat wel belangrijker.

Mijn stelling is dat energiedata eigendom zijn van de gebruiker en van niemand anders. Natuurlijk moeten deze gegevens volgens de wet regelmatig gedeeld worden met de netbeheerder, maar verder met niemand anders. U bepaalt zelf wel wanneer u kookt, slaapt, wast of werkt. Daar hoeft zonder uw toestemming verder niemand geld aan te verdienen. U bent de baas van uw eigen goudmijn.

Wíj weten het wel!

fd0310columnsybrandfrietema kopie[column Friesch Dagblad 3 october 2014 – de dag dat bekend werd dat het kabinet de doelstellingen voor duurzame energie VOLSTREKT NIET HAALT]

De vrije markt op het gebied van energie is – vriendelijk gezegd – een monstrum. Het werkt niet. Het gaat uit van de gedachte dat iedereen ongebreideld recht heeft op energie, zolang er maar betaald wordt. Dat kan niet en dat moet anders. Bijna iedereen is het daar over eens, alleen weet het kabinet dat nog niet.

Al decennia stelt de rijksoverheid dat het heel graag wil dat er energiebeleid wordt uitgevoerd, dat er ruim geïnvesteerd wordt in voldoende energieproductie, dat burgers meer besparen – en zo meer geld overhouden om de economie aan te jagen, dat het aandeel duurzame elektriciteits- en groene gasproductie groter wordt. Vroeger – voor de liberalisering – ging dat vrij simpel: de overheid stelde een plan daarvoor op en liet het uitvoeren.

De overheid heeft niet meer de instrumenten omdat ‚de vrije markt’ de antwoorden op alle voorkomende vragen zou moeten hebben. Maar dat is niet zo.

Zo kan de overheid wel roepen dat het nieuwe windmolens wil, of meer zonnepanelen, maar de grote energiereuzen slaan zelf aan het rekenen en vragen een vergunning aan voor een grote nieuwe kolencentrale – ze kunnen die stroom namelijk voor een prima prijs goed exporteren. De vergunning kan niet worden geweigerd, de bouw start en Nederland wordt weer een beetje minder groen. Je kan het de energiereus niet aanrekenen – die doet wat de vrije markt vraagt.

Net zo goed kan de overheid aanbieders van stroom wel verplichten aan te geven hoe duurzaam opgewekt ze wel niet zijn. Die ‚groenheid’ van stroom koop je echter voor een schijntje in het buitenland en er wordt nauwelijks door deze maatregel in Nederland geïnvesteerd. Ook weer een gevolg van de Europese vrije markt.

De energiebelasting is ook zo’n voorbeeld: hoe meer je gebruikt, des te minder belasting betaal je per eenheid (dat verschil is bizar groot: de kleinverbruiker betaalt 143 euro, de echt grote jongens 0,50 euro per megawattuur). Zo worden verspillers door onze overheid gesubsidieerd. Maar ja, andere landen doen het ook zo en in de vrije markt moeten we geen belemmeringen opwerpen en de industrie heeft al zo moeilijk, zo luidt het argument.

Het enige instrument dat de overheid nog heeft is een grote pot met stroop. Stroop in de vorm van belastingvoordeel of subsidie. Grote klodders stroop worden uitgesmeerd over luxe, onzuinige auto’s met een kek elektromotortje er in geplakt zodat ze belastingvoordeel genereren. Investeerders van over de hele wereld wordt stroop om de mond gesmeerd en met gelokt met miljarden subsidie voor windmolenparken op zee.

Het lastige van stroop is dat het kliedert. Het komt op plekken waar je het niet wilt. Daar waar het de bedoeling is, komt te weinig terecht. En af en toe is er iemand die langskomt en kans ziet een flinke lik uit de pot te nemen.

De overheid zou graag willen dat haar burgers en ondernemingen minder energie verbruiken. Zuiniger auto’s, betere isolatie van huizen, efficiëntere processen. Maar ook hier staat zij machteloos ten opzichte van de vrije markt. Terrasverwarmer aan, hartje winter? Geen punt, iedereen mag verspillen, zolang het maar betaald wordt. De vrije markt zorgt ervoor dat er pas op energie bezuinigd wordt als het niet meer betaalbaar is. En wat betekent dat op het vlak van olie en gas? Het ontluisterende antwoord: als het bijna op is.

Daar kunnen we niet op wachten. Er moeten beperkingen komen op gebruik van energie. De overheid zou de regie weer zelf in handen kunnen nemen.

Deze week werd bekend dat burgers voorstanders zijn van strenger beleid dan de overheid zelf – meer dan twee-derde wil verplichte maatregelen om energie te besparen en duurzaam op te wekken. Niks stimuleren of via convenant afspreken, nee, verplichten.

Dit kabinet ziet niet de urgentie en is het gevoel voor richting kwijt. Gelukkig wijst de bevolking – van links tot rechts verenigd – nu de weg.

Wíj weten het wel.

Energiefonds – 6 punten voor een mooie start

Aan ideeën over energie is er geen gebrek. Vele dorpen en wijken in Fryslân zijn op dit moment na aan het denken over energiebesparingsmogelijkheden, zonneweides, gemeenschappelijke inkoop, eigen openbaar vervoer, wat niet al. Meer en meer in de vorm van coöperaties gaan burgers aan de slag om het woord duurzaamheid in daden om te zetten.

Gelukkig is er in Fryslân binnenkort een provinciaal instrument om deze daadkracht financieel te ondersteunen: het Fûns Skjinne Fryske Enerzjy (FSFE). Het is een BV die 90 miljoen Euro heeft meegekregen (een deel van de NUON-gelden) voor het ’wegnemen van financiële knelpunten rondom energiebesparing en duurzame energie opwekking’. Er is ’specifiek aandacht voor kleinschalige en lokale initiatieven’.

Dit klinkt goed, bepalend voor het succes is immers niet wat het fonds nodig heeft, maar wat burgers en ondernemers nodig hebben. En leidend blijft het doel: besparen en lokale productie – niet: hoog rendement op vermogen.

Voor een fonds is het makkelijker als het geld verdeeld wordt over een paar consortia – mannen in pak met spreadsheets en een professionele presentatie – in plaats van in een dorpshuizen te luisteren naar veelkleurige groepen met mooie en gedragen ideeën voor een eigen zonneweide. Dat laatste is lastiger maar het zal wel moeten.

Ik denk dat het fonds een mooie start kan maken door vanaf het begin een aantal punten ter harte te nemen:

  1. Transparant – laat het fonds open en transparant zijn vanaf het begin. Het fonds is door burgers en ondernemers bij elkaar gespaard en het zou van de gekke zijn om dat nu in handen te leggen van fondsbeheerders op afstand. Als er één fonds is dat het waard is op een duidelijke wijze gemonitord te worden en publiek verantwoording af te leggen over zijn werkzaamheden dan is het dit fonds wel. Niet achteraf maar tijdens de rit.
  2. Lokaal – laat zien dat een minimum doelstelling (zowel in aantal participaties als in fonds grootte) hoe-dan-ook lokaal gespendeerd wordt – hetzij via een lokale coöperatie hetzij in de vorm van lokale werkgelegenheid.
  3. Mix – laat financiering een mix zijn van bewezen en nieuwe technieken; laat besparing gepaard gaan met productie; laat kleinschalig bloeien naast grootschalig.
  4. Geen gekkigheid – ik gun de gedeputeerde Konst alle mogelijkheden om linten door te knippen van energie-arme wijken, het in werking stellen van nieuwe zonneweides of proefinstallaties ’Blue energy’, maar liever geen zelf-feliciterende congressen of duur drukwerk. Die hebben we genoeg gehad.
  5. Eerste hulp bij financiële onbekendheid – als er meer tijd gestoken moet worden in ondersteuning van lokale projecten en het doorrekenen van business plannen, zorg daar dan voor. Dat zijn transitiekosten die zich dubbel en dwars uitbetalen; zo krijgen we Friese dorpen en wijken die zich beter op de toekomst kunnen instellen.
  6. ’Inverdien’-mogelijkheid – geef burgers en bedrijven de mogelijkheid om klein te beginnen en op termijn meer participaties uit te geven. In zo’n geval zou het fonds kunnen inspringen door van meet af aan een groter deel te financieren dat geoormerkt is voor participaties van wijkbewoners.

Er is geen routeplan voor energietransities waarbij burgers en lokale ondernemers een grote rol spelen want niemand weet waar het eindigt. Maar het moet ergens beginnen.

Laat dat Fryslân zijn.

Gasdom

Column Friesch Dagblad – 20 juni 2014
Oliedom is de uitdrukking. Gasdom is inmiddels een beter begrip.

Minister Kamp – de meest gewiekste minister die ons land rijk is – wees onlangs plompverloren drie gebieden in Fryslân aan waar naar schaliegas geboord mag worden.

De eerste reactie (‘fernuvere’) van gedeputeerde Poepjes van de Provinsje op de plannen van Kamp was er niet één waar je een krachtig provinciaal bestuurder aan herkent. Gelukkig vond zij snel de weg terug (“we binne der op tsjin”) en ondertekende een manifest dat duidelijk maakt dat Fryslân niet zomaar schaliegaswinning toe wil staan. Een verstandig en belangrijk signaal.

Want iedereen die zich ook maar een beetje interesseert voor energie, water, milieu of het Fryske landschap zou zich in schaliegas moeten verdiepen.

Er is geen Duitser die komt varen op een vervuild meer en geen Aziaat die verdachte melk drinkt.

Schaliegas klinkt vriendelijk en het lijkt zo netjes en schoon te winnen in de geanimeerde filmpjes van de producenten. Met chirurgische precisie gaat een boor heel diep de grond in, maakt een bocht in de schalielaag (compacte, harde kleimassa) en kraakt (‘frackt’) daar het gesteente zodat dat het gas vrijkomt. Dat gas wordt opgevangen en stroomt via het gasnet de huizen in.

De werkelijkheid is minder netjes. Het winnen van fossiele brandstoffen is normaal al een smerig en giftig proces, met schaliegas worden de risico’s alleen nog maar groter. In het kort: om schaliegas te winnen wordt met enorme druk een onbekende mix van (zeer) giftige chemicaliën de grond in gepompt. De kans dat er iets fout gaat is niet denkbeeldig en ervaringen in andere landen wijzen op gevaar, met name voor drinkwatervoorziening. Voor Fryslân zijn agrarische kwaliteit en watertoerisme speerpunten. Laten we dat zo houden. We kunnen ons zelfs niet een miniem kleine kans op een (drink)waterramp veroorloven. Er is geen Duitser die komt varen op een vervuild meer en geen Aziaat die verdachte melk drinkt. Om nog maar te zwijgen over het drinkwater van onze kinderen. Om dát op het spel te zetten, dat kunnen we rustig gasdom noemen.

waar in het poolgebied het ijs ook maar smelt, sleept Shell direct de boortorens naar toe

Niet alleen schaliegas, maar alle vormen van fossiele brandstof worden bij stijgende energieprijzen interessant voor de energiereuzen. Op de meest onherbergzame plekken, midden in oceanen, wordt inmiddels geboord naar alles wat lijkt op olie en gas; teerzand in Canada wordt net zolang bewerkt tot het door een olieleiding geperst kan worden; elke steenlaag wordt beklopt om te zien of er nog wat olie uit te knijpen valt. En waar in het poolgebied het ijs ook maar smelt, sleept Shell direct de boortorens naar toe.

Echter wordt het steeds moeilijker, gevaarlijker en met meer risico voor mens en milieu om het te winnen. Zelfs BP – een gerespecteerd en oud energiebedrijf – vertilde zich in de Golf van Mexico (Deepwater Horizon olieramp) aan de enorme risico’s die moeilijk winbare fossiele brandstoffen nu eenmaal hebben. Één belangrijk stuk techniek werd onder tijdsdruk ondoordacht gebruikt en een onmetelijke schade aan ecosystemen, milieu en economie was het gevolg. Met schaliegas kan hetzelfde gebeuren: één kleine fout kan onherstelbare schade aanrichten.

Het ene gat met het andere dichten.
Ook in Nederland is men bezig olie te winnen. In Drenthe wordt op dit moment het laatste restje olie uit de bodem gepeurd. Dat gaat niet vanzelf; het stroperige goedje dat daar resteert moet eerst onder de grond verwarmd worden door middel van de inzet van veel Groningengas voordat het naar boven gehaald kan worden en aan Duitsland verkocht. Zo verbrandt Kamp onze laatste gasreserve om onze laatste oliereserve te kunnen winnen om daarmee de staatskas een paar jaar te spekken. Minister Kamp heeft ongetwijfeld ruim voldoende retorisch talent om daar een klinkend verhaal van te maken. Voor mij is het duidelijk: dit is slecht, puur slecht om zo datgene wat ons rest aan brandstoffen zo te verkwanselen. Voorbeeld van energiebeleid dat strafbaar gesteld zou moeten worden.

Terwijl overheden zoveel beter zouden kunnen doen. Het rijk en gemeenten moeten burgers en bedrijven duidelijk maken dat isoleren, besparen en zelf produceren van duurzame energie hard nodig is. Als die burgers – al dan niet verenigd – daar mee aan de slag zijn, dan kunnen diezelfde burgers van Fryslân met recht en reden duidelijk maken dat schaliegas helemaal niet nodig is.
Nu niet.
Nooit.

Windmolens in Fryslân – als je ze niet wil, krijg je ze toch (maar verdien je er niets aan)

Column Friesch Dagblad – mei 2014
De discussie over windmolens in Fryslân is een nieuwe ronde ingegaan. Op tientallen plekken in Fryslân worden nu avonden belegd waarin burgers kennis kunnen maken met plannen voor nieuwe windmolens in hun omgeving. Plannen die bewoners behoorlijk kunnen overvallen en alleen al daarom tot ergernis kunnen leiden.

Het lastige is dat de uitkomst van deze discussie onder hoge druk staat. Er moet snel een provinciaal plan voor windmolenparken komen, anders klapt het rijk er overheen met een eigen plan. Dat terwijl juist een proces als dit zorgvuldigheid, tijd, bewonersbetrokkenheid, veel overleg en politieke moed vereist.

Toch, als dit proces niet loopt – er is veel weerstand, er is weinig belangstelling om tot goede afspraken te komen, burgers kunnen niet meebeslissen of participeren – wordt de uitkomst wellicht nog onwenselijker. Het bizarre feit is namelijk dat áls de burgers in Fryslân geen windmolens willen, ze deze tóch krijgen en, in plaats dat men er lokaal nog wat aan kan verdienen, zullen dan alle inwoners van Fryslân er meer voor moeten betalen.

De verplichting tot het plaatsen van windmolens die de provincie jaren geleden heeft afgesproken met de rijksoverheid moet linksom of rechtsom worden gehaald. Als de provincie Fryslân niet snel met een goed plan komt voor windmolenprojecten – om het vriendelijk te zeggen: dat hebben ze niet – bepaalt het rijk zelf waar het komt. Daar is een speciaal instrument voor, de Rijkscoördinatieregeling, en die sluit alle inspraak en beroepsmogelijkheden kort. Die molens komen dan in het Noordelijk deel van het IJsselmeer. Een groot park, daar kun je donder op zeggen. Het rijk gaat in dat geval geen afspraken maken met Friese bewoners of bedrijven maar gunt het project aan een handjevol bedrijven. Zo zullen een paar grote projectontwikkelaars en financiers nog een stuk rijker worden, krijgen lokale Friese bedrijven het nakijken bij de aanbesteding en, niet te vergeten, zal dat grote windmolenpark een paar honderd miljoen euro’s MEER aan gemeenschapsgeld kosten – windmolens in water krijgen meer subsidie dan die op land. Dus het is niet zo dat de burgers die denken geen last te hebben van deze molens opgelucht adem kunnen halen: deze IJsselmeer-oplossing is een stuk duurder; naar friese schaal uitgerekend zou dat tot duizend euro per gezin meer kosten. Er is dus eigenlijk iedereen veel aan gelegen dat – waar dat maar kan – omwonenden en lokale projectontwikkelaars tot afspraken kunnen komen.

Het kan ook anders: op verschillende plekken in Fryslân draaien dorpsmolens. Kleinschalig, met vaak ruime betrokkenheid van het dorp en, niet onbelangrijk, een inkomstenbron voor de lokale gemeenschap. Het is echter geen panacee, het kan domweg niet overal. En het is zeker niet makkelijk: het vereist politieke lef om dorpsmolens op de raadsagenda te zetten; het vereist doorzettingsvermogen om daar in je eigen dorp of wijk de schouders onder te willen zetten; het vereist ondernemerschap om het project van de grond te tillen. Maar mensen met lef, doorzettingsvermogen en ondernemerschap zijn er gelukkig.

In dit stuk mist u ongetwijfeld een lofzang op duurzame energie. Dat klopt. In mijn optiek is duurzaamheid geen doel maar een logische consequentie van ons eigen handelen. Immers als wij, in onze eigen regio, mogen bepalen op welke wijze wij energie willen opwekken en gebruiken, dan doen we dat met een goed oog voor mens en milieu; belonen wij hen die ons helpen en financieren op een eerlijke manier, en vergoeden wij hen die overlast hebben. Zeker bij windmolens.

Het doel en de middelen

(column Friesch Dagblad april 2014)
Energievoorziening in Nederland. Bijna iedereen is het wel eens over de elementen die voor de toekomst van Nederland belangrijk zijn: besparen door te isoleren, meer elektrisch rijden, minder CO2 opwekken, meer gebruik maken van hernieuwbare energie, zuinig met fossiele brandstoffen. Maar intussen moet Nederland wel blijven draaien – iedereen moet kunnen leven, werken, wonen. En met het comfort en vrijheid die we inmiddels gewend zijn.

Overheden hebben lange termijn doelen vastgelegd in verdragen, met jaartallen en in duidelijke, afgeronde percentages. Om dat mogelijk te maken is een stelsel gemaakt van verboden, stimulansen en uitzonderingsregeltjes, aangevuld met subsidies, accijnzen, vrijstellingen, fondsen en belastingen; dat stelsel bepaalt welke vormen van energie-opwek en –verbruik worden gestimuleerd en welke ontmoedigd. Een goed systeem maar – zoals wel vaker – wringt het behoorlijk in de uitwerking.

Neem vliegtuigbrandstof kerosine. Het lijkt zo mooi; we kunnen voor de prijs van een retourtje Groningen 2de klas naar Zuid-Spanje vliegen. Maar een gezin verstookt in de eerste uren van een verre vliegvakantie meer fossiele brandstof dan het in een jaar tankt bij de bezinepomp. Dat komt omdat kerosine eigenlijk spotgoedkoop is – het is gevrijwaard van elke vorm van belastingen. Het zou volstrekt logisch zijn als daar normaal belasting op zou worden geheven – zeker ten opzichte van vormen van duurzaam vervoer die wél omzetbelasting en accijnzen betalen. Dus ik zou zeggen: één à twee miljard per jaar om omzetbelasting en accijnzen op gelijke hoogte te brengen. Daarnaast nog twee tientjes per ticket om het gebruik van CO2-uitstotende vliegtuigen langzaam te ontmoedigen. Om te beginnen.

Ander voorbeeld: Elektriciteitsbedrijven kappen in Canada prachtige bossen en verslepen het hout met vervuilende stookolieschepen naar Nederland om het daar in een kolencentrale te verbranden. Absurd, dat zou zwaar belast moeten worden, zou je zeggen. Maar nee, in het kader van het stimuleren van energie-opwekkingsprojecten wordt al jaren dit proces als ‘biomassa bijstook’ juist gesubsidieerd. Honderden miljoenen voor de eigenaren van kolencentrales en uw energieleverancier verkoopt de opgewekte stroom met een premie aan u als duurzaam opgewekte groene energie. Duurzaam opgewekt in een kolencentrale? Met subsidie? Zo snel mogelijk afschaffen.

Met het Groningen-gas wordt het verhaal helemaal bizar. Daar is het de rijksoverheid zelf die de opbrengst opmaakt. Oud-hoogleraar Flip de Kam heeft een aantal jaren terug berekend dat de afgelopen decennia tweehonderd miljard (ja, miljard!) euro aan aardgasbaten is uitgegeven aan… ja, aan wat eigenlijk, aan van alles. Eén ding is zeker, het is in ieder geval op. Zonde, nu mee stoppen, moeten we niet meer doen.

Nee, dan de Noren; die hebben al hun aardgas- en oliebaten keurig in een fonds gestort – Statens pensjonsfond – dat vorige maand aankondigde in totaal 250 miljard kronen (30 miljard euro) te gaan investeren in duurzame energie. Dan houden ze nog 5 triljard kronen over, dat is meer dan een miljoen kronen per Noor. Op de bank. Voor later.

Dát is dubbel duurzaam beleid en als de Noren dat kunnen, kunnen wij dat natuurlijk ook. Met de juiste belastingen en subsidies, en met de nodige spaarzin kan onze overheid een duurzame toekomst veilig stellen. Daar is weinig energie of creativiteit voor nodig. Alleen lef.

Sybrand Frietema de Vries

Energie en vrije markt – een slechte combinatie | wijze lessen uit maart 1916

Column Friesch Dagblad Vrijdag 21 maart 2014

In een buitengewone zitting van de Provinciale Staten van Fryslân is besloten: “de provincie richt, ter uitvoering van de taak die zij op zich neemt, een provinciaal electriciteitsbedrijf op, dat op commercieele beginselen zal worden gedreven, met dien verstande dat het maken van winst geen doel zal zijn”.

Het is maart 1916. Op energiegebied is het een warboel van bedrijfjes, private netten en collectieven. Sommige dorpen en wijken zijn aangesloten, andere niet. Als gedeputeerde brengt de latere oorlogspremier Pieter Sjoerds Gerbrandy het Provinciaal Electriciteits Bedrijf verder tot stand. Heel Fryslân krijgt betaalbare en betrouwbare elektriciteit en gas.

Juli 2004. De energiemarkt wordt ‘geliberaliseerd’, vrijgemaakt. Op de vrije markt zullen customers hun energy portfolio switchen (op een ‘vrije’ markt praat iedereen opeens Engels…). De bedoeling is dat elk jaar iedereen massaal op zoek gaat naar de grote prijsvoordelen die de leveranciers gaan bieden. Nieuwe, slimme bedrijven komen op, andere verdwijnen. Ons PEB gaat op in het grote NUON dat zelf weer opgeslokt wordt door het Zweedse Vattenfall.

Vorig jaar switchte ongeveer één op de negen klanten. Volgens branchevereniging EnergieNed laat dat getal zien dat “de markt goed werkt”. Inderdaad, er worden jaarlijks tientallen miljoenen reclame-euro’s uitgegeven én de grote energiebedrijven maken veel winst – dus íets gaat er goed. De voorgespiegelde voordelen van de vrije markt voor consumenten – betere service, lagere prijzen, efficiënter gebruik van mensen en middelen – zijn intussen nauwelijks tot niet bewaarheid geworden. En op de Europese duurzaamheidsschaal bungelt Nederland nu inmiddels onderaan.

‘samen zelf doen’ is een prima alternatief voor een teruggetreden overheid en falende marktwerking

Maart 2014. In heel Fryslân zijn er wijken en dorpen waar men bij elkaar komt, zich organiseert en aan de slag gaat. Duurzame energie is het thema en het enthousiasme spat er van af – twitterende jonge mensen en bebaarde windmolenpioniers richten samen energiecoöperaties op. Op de pagina’s in deze krant komt u ze geregeld tegen.

Zoals wel vaker in de geschiedenis, en zeker in Fryslân, is ‘samen zelf doen’ een prima alternatief voor een teruggetreden overheid en falende marktwerking. Op het gebied van energievoorziening betekent dat dat wij zelf in de weer gaan met zonnepanelen en – waar dat echt mogelijk is – windmolens. Eigen windmolens welteverstaan en zelf gefinancierde zonneparken waarvan de stroom naar de deelnemers gaat en de opbrengst in de regio blijft.

Het is 98 jaar geleden dat Friezen bij elkaar kwamen om een energiebedrijf op te richten, “niet uit eenig winstbejag, doch uitsluitend om de belangen van de gemeenschap op het terrein der electriciteitsvoorziening te dienen.”

<br />

Nu doen we het weer.

<br />

Sybrand Frietema de Vries

Initiatiefnemer Ús Koöperaasje en NLD energie. Oud-oprichter/directeur energiebedrijf. Adviseert bij lastige energievraagstukken.

 

Gas zit in de tang – de onbedoelde effecten van duurzame energie

[geschreven in zomer 2012] De situatie van de elektriciteitsmarkt in Duitsland is bijzonder te noemen. Allereerst is de hoeveelheid zonne- en windenergie inmiddels zo groot dat deze het leeuwendeel van de peakload verzorgen. Dat zorgt ervoor dat gasgestookte centrales minder vaak draaien – zij verzorgen voor een deel deze peakload. Daarbij komt dat de prijs van kolen wereldwijd naar beneden is gegaan door vraag vermindering (o.a. doordat in de V.S. goedkoop schaliegas in plaats van kolen wordt ingezet) zodat gascentrales niet kunnen concurreren met kolencentrales. Duitse plannen voor gasgestookte centrales worden op dit moment in de koelkast gezet, zo melden ons de energie bazen, zoals Chef Bruinkool Peter Terium (RWE):

Terium betonte unterdessen erneut, dass sich neue Gaskraftwerke für den Konzern derzeit nicht lohnten. Grund dafür ist, dass die einst lukrative Nachfragespitze um die Mittagszeit – früher eine Domäne von Gaskraftwerken – den fossilen Generatoren heutzutage vom ebenfalls reichlich anfallenden Solarstrom streitig gemacht wird. „Unter den jetzigen Marktbedingungen würden wir derzeit keine Entscheidung für ein neues Gaskraftwerk mehr treffen“, sagte Terium und wiederholte damit frühere Aussagen von RWE.

Terium legt de schuld natuurlijk bij die arme zonnepanelen die er niets aan kunnen doen dat zij in de dure uren het meeste stroom produceren.

De gas ‘squeeze’

In een plaatje is goed te zien hoezeer gas tussen wal (kolen) en hardvarend schip (zon) in komt.

De grafiek (wederom van Fraunhofer) geeft de hoeveelheid gasgestookte elektriciteit aan in week 21 van dit jaar in Duitsland. Het oranje lijntje – ingeklemd tussen waterkracht (blauw) en steenkool (zwart) – is gas. Vroeger liep die lijn met een mooie bult omhoog op elke dag. Ongeveer de bult die nu door zonnestroom (geel) wordt opgewekt. Die bult van gas is niet niet naar beneden gegaan want bruin- en steenkoolcentrales draaien (goedkoper) door.

Het lijkt erop dat gasgestookte centrales de markt uit gesqueezed worden.

Dat was dus niet de bedoeling

Nu was de gedachte dat bij de noodzakelijke afbouw van fossiele brandstof-centrales (met name bruinkool en steenkool) en de opeens versnelde uitfasering van kernenergie een grote rol voor moderne, efficiënte gasgestookte centrales voor basislast zou zijn weggelegd. Niet dus. Niet als het aan RWE ligt.

Gelukkig kunnen we dit ook positief bekijken.

Niet iedereen keert zich af van gas overigens – in de ‘kommunale’ energiewereld gaat men gewoon door. Zo wordt er een ‘weltmeisterkraftwerk‘ gebouwd door Stadtwerke Düsseldorf. Ook Trianel is bezig met een eigen gascentrale.

Maar het echt positieve nieuws is dit: voor het eerst in het bestaan van RWE wordt er door het bedrijf geïnvesteerd in zonnepanelen. Nog vóór het einde van het jaar moet zo’n slordige 1000 MW de daken van RWE gebouwen worden opgetild. [UPDATE: even voor het perspectief: In Nederland is in 2011 tussen de 20 en 50 MW (hangt ervan af wie je gelooft; ik neem ruime marges…) aan PV-installaties in het netwerk gehangen.]

Dat is de wereld op z’n kop: RWE (sinds 1906 leidend in bruinkoolproductie) investeert in zonnepanelen omdat die zo goed renderen!