P2H – Stroom moet je niet weggooien

Collega-columnist Frans Debets had drie weken een belangrijk punt bij de kop. Als er veel zonnestroom geproduceerd wordt dan daalt de groothandelsprijs van elektriciteit sterk, soms tot onder nul. Het lijkt raar – gratis stoom of zelfs geld toe – maar dat is de werkelijkheid. Elektriciteit kunnen we niet op grote schaal opslaan en toch moeten elk moment van de dag vraag en aanbod in balans zijn. Bij een steeds groter aandeel zonnestroom kan op zonnige dagen het aanbod de vraag overstijgen.

Als je dan mede-eigenaar bent van het zonnepanelenpark dan kan het op zo’n moment voordeliger zijn om de stroom weg te laten lopen in de grond dan om te moeten betalen om het aan het net te kunnen leveren. Nu ben ik niet zo van het weggooien – en zeker niet van duurzaam opgewekte stroom – dus leg ik hier graag een ander voorstel naast.

We kennen allemaal het elektrische kacheltje dat snel behaaglijke warmte geeft maar waarvan iedereen ook door heeft dat dat behoorlijk duur is. Een onverwarmde logeerkamer kan snel even van de ergste kou ontdaan worden, maar voor permanent gebruik is elektrisch verwarmen te duur. Het gebruik van zo’n handig kacheltje is dus een kwestie van prijs.

Wat nou als de prijs van elektriciteit zo laag is – of zelfs negatief – dat het goedkoper is om, in plaats van gas, stroom te gebruiken voor verwarming; middels elektrische verwarming, een warmtepomp of innovatieve infra-rood verwarming. Dan winnen we dubbel: we krijgen goedkope warmte en we houden het gas in de Groningse grond. Je zou kunnen zeggen: het niet gebruiken van gas is eigenlijk een prima vorm van opslag.

Technisch is het geen probleem: elektrisch verwarmen is veilig en installatie is vaak goedkoop. Voor één huishouden zou het misschien niet zo veel uitmaken maar voor de voedselindustrie zou het bijvoorbeeld een uitkomst zijn. Hang in de grote kookketel een elektrisch verwarmingselement erbij en bepaal aan de hand van de prijs of je stroom of gas gebruikt voor het verwarmen. Net zo goed als je in de keuken voor het zetten van thee kan kiezen tussen een elektrische waterkoker of een fluitketel op het gas, maar dan op grote schaal. In vakkringen spreekt men van Power-to-Heat of P2H in de onvermijdelijke techno-newspeak van vandaag de dag.

Stel dat het dorp in het voorbeeld van collega Debets naast een zonneweide ook een collectief contract had voor slimme stroomafname en dat iedereen in het dorp beschikte over een extra boilertje dat automatisch wordt aangezet bij elektriciteitsoverschot. Zou deze zogenaamde Contracted Collective Demand Response helpen? Ik denk van wel en ik sta daar niet alleen in. Ook de mensen van het ministerie van Economische Zaken willen graag dat kleine gemeenschappen slimme technieken bedenken en proberen; EZ ondersteunt dat zelfs met een speciale regeling.

Stoplicht_Dearsum

Het elektriciteit-‘stoplicht’ van Dearsum. Een monumentje van Collective Demand Response avant la lettre.

Fryslân heeft op dat gebied een naam terug te winnen. In de jaren tachtig had het dorp Dearsum zelf de energievoorziening ter hand genomen. Om onbalans te voorkomen was er een bijzondere oplossing bedacht: midden in het dorp stond het ‘stoplicht’. Nog steeds zichtbaar vanaf de weg tussen Sneek en Leeuwarden, gaf het baken aan wanneer het dorp meer of minder produceerde dan het verbruikte. Stond het sein op ‘groen’ dan was het prima in balans. Was het ‘rood’ dan werd iedereen verzocht de wasmachine later aan te zetten. Hoe simpel ook, het was een innovatie die tot ver over de landsgrenzen aandacht trok.

Ik zou er een lans voor willen breken dat er opnieuw een dorp of wijk in Fryslân collectief deze uitdaging aan zou willen gaan. Met elkaar ervaren hoe we op een nieuwe, slimme manier met onze energie omgaan.

 

PS (2 mei 2015)

Op moment van publicatie (1 mei 2015) kwam Tesla met een innovatie (Powerwall) op de proppen. En zo ontstaat er in Duitsland een bijzondere samenwerking waar zelfs de boulevardkranten over schrijven: LightBlick (groene leverancier met meer dan miljoen klanten) zal in combinatie met Tesla haar virtuele net (“LichtBlick vernetzt Batterien im Schwarm“) verder uitbouwen.

Welke ondernemende geest opent hier in Nederland de weg in coöperatief verband?

 

Verzet is noodzakelijk

Verzet tegen besluiten die door dit kabinet genomen zijn of waarschijnlijk genomen worden is noodzakelijk, schreef deze krant op 16 februari.
“Minister Kamp is bij uitstek de behartiger van de belangen van de energielobby. Ontmaskering van zijn vertragingsbeleid en zijn demagogie (…) is nu het eerste doel van het verzet.” (hoofdredactioneel commentaar Friesch Dagblad 16 februari 2015, pagina 2)

Forse bewoordingen. Toch verbazen mij deze woorden niet. Veel gemeenten en provincies hebben zichzelf vergaande doelstellingen opgelegd met betrekking tot het verminderen van energieverbruik en het stimuleren van het zelf opwekken van duurzame energie.

Veel burgers -zeker hier in Fryslân- zijn allang overtuigd van de absolute noodzaak om fundamentele veranderingen aan te brengen in onze energievoorziening. Meer en meer verenigen zij zich in duurzame collectieven en coöperaties. Deze krant volgt dat proces al jaren en geeft daar gedegen en kritisch commentaar op.

Waar het fout gaat, is inderdaad in Den Haag. Het beleid van minister Henk Kamp van Economische Zaken staat haaks op de weg naar duurzaamheid. Maar niemand protesteert, ook niet in de Tweede Kamer. Een kritische houding en verzet tegen zulk beleid is door vrede, veiligheid en consumentisme langzaamaan uit ons systeem verdwenen. En op die houding wordt nu door de krant terecht een beroep gedaan.

Daags na het voor Economische Zaken vernietigende rapport ‘Aardbevingsrisico’s in Groningen’ van de Onderzoeksraad voor Veiligheid, werden Terschellingers verrast door drastische plannen voor boren op en rond het eiland. In dezelfde week werd duidelijk dat er weer naar gas geboord gaat worden in Toppenhuzen, vlak bij Sneek. En nog steeds heeft het kabinet – ondanks verzet van praktisch alle Nederlandse gemeenten en de meeste provincies – schadelijke winning van schaliegas nog steeds niet uitgesloten. Door traineren en dan weer versnellen, door onderzoek op onderzoek op onderzoek op onderzoek te stapelen, bouwt Kamp langzaamaan onze omgeving om tot één groot mijnbouwgebied.

Een kritische houding en verzet tegen zulk beleid is door vrede, veiligheid en consumentisme langzaamaan uit ons systeem verdwenen.

De krant noemde de winning van gas als reden voor verzet. Ik ben het daar helemaal mee eens. Laten we daarmee beginnen, ook hier in Fryslân. Nu er -eindelijk -aandacht is voor de bezwaren van de Groningers, kan het niet zo zijn dat de Friese bodem nu aan de beurt is. Het moet snel afgelopen zijn met gaswinning op deze schaal, in heel Nederland. Wat nog rest aan gas moet in de bodem blijven zitten.

Verzet begint met kleine dingen.

Wordt er op ons een beroep gedaan om ons te verzetten, laten we dan stilstaan en luisteren. Wordt ons gevraagd een petitie te tekenen, laten we niet omkeren en doorgaan met winkelen. We moeten niet wachten tot iemand opstaat die onze strijd gaat voeren, maar laten we in dorpshuizen samen bepalen hoe we invulling geven aan energiebesparing. Laten we met onze voeten stemmen en grijze, vervuilende energie niet meer kopen. En laten we straks in het stemhokje onze stem alleen geven aan díe mensen die niet alleen in woord duurzaamheid belijden.

Energievoorziening is te belangrijk om aan minister Kamp over te laten. Zolang hij daar zit is verzet inderdaad noodzakelijk.

49 procent

Eén getal hoor ik te weinig terug in de discussies rond windenergie in Fryslân. 49 procent.

Het is allang besloten: het Windpark Fryslân gaat door. Zoals in 2008 gepland komt er een grote zwerm windmolens in het Friese deel van het IJsselmeer. Het maakt ook niet meer uit of burgers verhitte discussies over de noodzaak voeren, of lokale politici stellen dat het toch langs de Afsluitdijk kan. Het gaat gewoon door. Dit is wat minister Kamp wil. En als minister Kamp het wil, dan gaat het zóals minister Kamp het wil.

Er is nog één los eindje waar nog wel iets mee kan. 49 Procent is het aandeel in het windpark Fryslân dat de provincie door de ontwikkelaar van het windpark een tijd geleden is aangeboden (PDF). Een aanbod dat Fryslân – bij mijn weten – nog steeds niet geaccepteerd heeft en langzaamaan uit het zicht verdwijnt.

Windpark Fryslân komt er op een voor gewone burgers ondoorgrondelijke wijze. De plannen voor het windpark Fryslân zijn al jaren geleden beoordeeld door het Rijk. Dat gebeurt in het kader van de Rijkscoördinatieregeling. Verkocht onder de noemer “stroomlijnen van het besluitvormingsproces” en “tijdswinst” is die regeling in het leven geroepen om de burger het recht te ontnemen te veel en te vaak een spaak in het bestuurlijke wiel te steken. De rijksoverheid walst met deze regeling dwars over lokale weerstand heen om zaken geregeld te krijgen. Provincie moet meewerken, gemeenten ook.

We krijgen dit windpark dus. Daarbij, we betalen er voor. Alle burgers betalen via de energierekening een groot deel van de subsidie voor windenergie. Ook díe mensen die totaal geen Fries windpark willen – om wat voor reden dan ook.

Het is duidelijk dat de lasten er zeker zullen zijn – de overlast voor sommigen en de kosten voor ons allemaal. Het lijkt mij daarom niet anders dan logisch dat de inwoners van Fryslân mogen meeprofiteren van de lusten. De opbrengst van 49% eigendom in het windpark kan namelijk prima gebruikt worden voor eventuele schadeloosstellingen en voor het stimuleren van lokale duurzame opwek. Bedenk dat de opbrengsten groot kunnen zijn: ten tijde van het aanbod werd gerekend op een opbrengst van in totaal tegen de 200 miljoen euro. Dit is een enorme som voor Fryslân. Het erge is: hoe langer men draalt, des te lager wordt dat bedrag.

Wat kunnen Friese politici nog doen? Natuurlijk willen zij graag namens hun burgers iets in de melk te brokkelen hebben. Echter meer dan wat lobbyen bij de verantwoordelijke minister in Den Haag zit er niet in. Alle bevoegdheden liggen bij coördinerend minister Kamp – en zoals zo vaak is deze minister bruusk en voortvarend te werk gegaan.
Wat politici beter kunnen doen is in gesprek gaan met Windpark Fryslân en onderhandelen over 49% eigendom. Dan ziet Fryslân nog iets anders terug dan alleen molens voor de kust.

Het kan niet zo zijn dat Friese politici en bestuurders in elke discussie over windenergie niet eerlijk zijn over wat zij wél kunnen bereiken: er ligt een aanbod van zo’n 700 euro per Fries gezin. Dat is een bedrag waar Friezen wellicht niet om gevraagd hebben maar dat ze zeker goed zouden kunnen gebruiken.

Er is alleen wel moed voor nodig om op te staan en publiekelijk ‘ja’ te zeggen tegen 49 procent.

3 voorspellingen voor Fryslân

column Friesch Dagblad
9 januari 2015

Op het gevaar af volgend jaar rond deze tijd voor schut te staan wil ik een aantal zaken voorspellen.

Energievoorziening wordt globaler én lokaler.
Energie blijft in 2015 op de agenda, lokaal én internationaal. Of de prijs van olie nu laag is of hoog, of Poetin nu met oorlog dreigt of Obama sancties opvoert – de kolommen zullen gevuld blijven met energienieuws. Meer nog dan voorheen zal energieverbruik echter gerelateerd worden aan grote wereldproblemen – vervuiling, schaarste, klimaatverandering, ongelijke verdeling, oorlogen.
Zelfs de Paus heeft aangegeven dit jaar zwaar in te zetten op de gevolgen van klimaatverandering in de aanloop naar de grote klimaatconferentie (Parijs, december). Reken er op dat de nieuws- en opiniepagina’s dit jaar daarover vol zullen staan.

Daarentegen mag van mij het politiek zwartepieten over Friese windmolens in de regionale kranten achterwege blijven. Of Friese windmolens nu wel of niet op/naast/onder de Afsluitdijk komen te staan boeit mij minder dan wie er met het geld vandoor gaat; laten we daarom in ieder geval afspreken dat het geld in Fryslân blijft en niet direct ten goede komt van bedrijven uit de Randstad.

Energieakkoord is failliet.
Vorig jaar was het eerste jaar van het Energieakkoord. Deze serie nationale, langjarige afspraken is geen succes geworden en dat is niet verbazingwekkend. Het blijkt dat de inspanningen van de verzamelde milieuclubs om namens ons allen afspraken te maken met de grote industrie – op z’n vriendelijkst gezegd – behoorlijk naïef waren. De grote jongens schudden de kolenbelasting van zich af en beetje bij beetje verdwijnen ook de andere beperkingen. Zo krijgt de fossiele sector de komende jaren 4 miljard euro (!) om in het buitenland gekapt hout in centrales als biomassa op te stoken. Nu moet ook nog de certificering van dat hout weg – uw ‘duurzame’ stroom zou zomaar ook uit oerbossen mogen komen! Je moet maar durven, miljarden subsidie opstrijken en dan nóg onder de voorwaarden proberen uit te komen.
Intussen werd ‘het zoet’, de met veel bombarie aangekondigde ‘postcoderoos’-regeling voor de energiebewuste burger, zorgvuldig en bewust door Economische Zaken om zeep geholpen. Het is alsof iemand op jouw kosten, in jouw huis een groot, verwoestend feest geeft en je als dank het papier laat aflikken waar de grote verjaardagstaart op heeft gestaan.
Ondertekenaars Greenpeace en de Milieufederaties moeten rap erkennen dat ze fout zaten en begin dit jaar het vertrouwen opzeggen in het hele proces. Redenen genoeg om er nu mee te kappen.

Dan doen we het zelf wel.
Dat laatste brengt mij op voorspelling drie. In Duitsland is de afgelopen jaren het grootste deel van de investeringen in nieuwe energie gedaan door particulieren en coöperaties. Dat is minder raar dan op het eerste gezicht lijkt. Investeren in energievoorziening kan profijtelijk zijn. Traditionele partijen zijn echter geïnteresseerd in oude, bekende technieken en in sectoren waarin al eerder grootschalige investeringen gedaan zijn. Coöperaties kijken niet naar het verleden en kiezen juist voor technieken die nieuw zijn, langjarig mee kunnen, lokaal gemaakt kunnen worden en schaalbaar zijn. Zij kiezen voor duurzaam omdat daar het minste risico aan zit – dus ook financieel duurzaam investeren.

Dát model van particuliere investeringen is nodig in Fryslân. Dat is goed voor versnelling van de duurzaamheid, dat is goed voor werkgelegenheid en financiële stabiliteit, dat is goed voor de samenhang. Veel mensen willen graag dat er dingen veranderen, willen er zelf voor zorgen dat er nuttige diensten en producten komen in plaats van alleen maar profijtelijke. Er is op dat vlak gelukkig in 2014 veel bereikt dat niet voor mogelijk werd gehouden en dát alleen al geeft een goed gevoel voor 2015.

Energievoorziening – laten we het in 2015 beter doen, anders doen, en, met name, zelf doen.

Opgewekt

column Friesch Dagblad
vrijdag 28 november 2014

Column_FD_08Normaal ga ik niet naar Duurzame Energie-congressen. Vaak wordt daar alleen gesproken over hoe de wereld er volgend jaar uit zou moeten zien. Vlotte vrouwen van traditionele energiebedrijven vullen zalen met zalvende woorden over wijze waarop de duurzame toekomst door hun toedoen nu – bijna – echt heel dichtbij komt. Namens adviesbedrijven met bizarre namen kondigen mannen in hippe pakken grote projecten aan. En volgend jaar worden deze beoogde projecten door zo mogelijk nog grotere uitdagingen toch even opzij geschoven. Zelfverklaarde goeroes schetsen vergezichten waarin hun bedrijven een belangrijke rol in ‘de transitie’ blijken te vervullen.
Als je dan de presentaties van elk jaar achter elkaar zet dan bekruipt je het gevoel dat daden achter blijven bij grote woorden.

Dit jaar ging ik naar ‘Hier Opgewekt! Hét evenement voor en door lokale duurzame energie initiatieven’. Negenhonderd man uit het hele land zou bijeenkomen in Den Haag om ervaringen uit te wisselen.
Ik was bang dat het een zelf-feliciterend Randstad-feestje zou zijn. Maar het viel mee. Er waren eerlijke presentaties, over goede én juist ook slechte ervaringen. Felle discussies tussen mensen die met verstand van zaken bezig zijn lokaal, of juist achter de schermen in ministeries, bezig zijn om een groter aandeel duurzaam opgewekte energie mogelijk te maken. Enthousiasme om kleine successen en slimme technieken. Vastbeslotenheid om hobbels te nemen met beloftevolle financieringsvormen of door te lobbyen om knellende wetgeving te veranderen.

Dat ik daar met een glimlach rond liep komt ook doordat er vanuit het Noorden echte resultaten te melden zijn. In Fryslân zijn tientallen energiecoöperaties actief – met projecten om collectief te besparen, huizen te isoleren of zonnepanelen op eigen daken, het buurthuis of op een weiland te leggen. En sinds afgelopen zomer hebben Friezen, Groningers en Drenten de mogelijkheid om over te stappen naar hun eigen, goedkope energiebedrijf Noordelijk Lokaal Duurzaam energie – en duizenden doen dat inmiddels ook. Zo kunnen zij zelf bepalen op welke wijze duurzame stroom (en op termijn groen gas) opgewekt wordt.

Als één van de mensen van het eerste uur mocht ik in speciale sessies voor overheden tekst en uitleg geven bij onze vorderingen. En daar werd bevestigd wat ik al dacht: in het Noorden lopen we voorop.

Provinciale ambtenaren uit de rest van het land verbaasden zich over de leningen die provinciebesturen van Drenthe, Groningen en Fryslân gemeenschappelijk beschikbaar gesteld hadden voor ons eigen noordelijke energiebedrijf en over het Fûns Skjinne Fryske Enerzjy dat financiële kennis en leningen beschikbaar stelt om grotere lokale projecten in Fryslân van de grond te krijgen.
Gemeente-ambtenaren uit alle hoeken van het land keken op toen ik vertelde hoe gemeenten in Fryslân inmiddels samenwerken om lokale initiatieven meer mogelijkheid te geven om projecten uit te voeren. Niet door met subsidies te strooien, maar door bijvoorbeeld vergaderruimten met een pot koffie ter beschikking te stellen. Door te luisteren naar klachten en ideeën, door mee te zoeken naar niet eerder vertoonde oplossingen.

Ik denk dat wij hier in het Noorden goed weten wat de kracht van gemeenschappen, van dorpen en wijken is. Dat gewoon beginnen dé manier is om samen een duurzamer toekomst dichterbij te brengen. En daar willen wij best de rest van Nederland nog wat van leren.

Afgelopen vrijdagavond verliet ik Den Haag en ging ik fluitend terug naar Fryslân.

Opgewekt.

Goudmijn in de meterkast

Wie zou zich interesseren in dat wat zich afspeelt in een donkere kast vlak achter de voordeur? Nou, Google bijvoorbeeld. Zij zijn geïnteresseerd in energiedata en dat is niet zo vreemd als het lijkt.

Traditionele energieleveranciers willen u zoveel mogelijk energie verkopen. Dat moet eens per jaar betrouwbaar gemeten worden om u een kloppende jaarrekening te sturen, maar daarmee is de kous af. Of u nou probeert te besparen op uw stroomverbruik of het juist lekker warm stookt met de ramen open, het maakt hen niet uit. Als u de rekening maar betaalt.

Toch is kennis van het verbruik van huishoudens zeker van belang. Voor netbeheerders van gas en elektriciteit – die kunnen zien wanneer pieken optreden in het net, en voor de huishoudens zelf – kunnen ze zien of besparing zin heeft. Maar er zijn andere partijen die grif geld over hebben voor uw energiegegevens.

Marketingbedrijven die handelen in consumentenprofielen zouden graag uw meterkast induiken. Gecombineerd met de andere gegevens die zij van u hebben, kunnen ze u prachtige, maatgemaakte aanbiedingen doen. Dat gaat verder dan u denkt. Van alle gegevens die men over u verzamelt, zijn energiedata wel de hardste. Uw elektriciteit- en gasmeter liegen niet.

Op uw sociale profielen schrijft u dat u energiek, sportief en sociaal bent – marketing mensen met uw metergegevens weten wel beter: u slaapt een gat in de dag en ploft ’s avonds met een glas wijn voor de buis. U moet dan ook niet raar staan te kijken als er via Facebook aanbiedingen komen voor elektrische dekens en DVD-series en geen uitnodigingen voor avontuurlijke vakanties of sportkleding.

Het is in dit licht dat wij Google’s pogingen moeten zien om met de slimme thermostaat Nest (in Nederland o.a. via Essent verkrijgbaar) aan energiedata te komen. De thermostaat genereert continu gegevens die – net als zoekopdrachten bij google.com – bij elkaar een deel van uw (energie)profiel bepalen.

Energiedata zijn geld waard voor de Googles van deze wereld. Dat zou ook voor ú moeten gelden. In prijs bijvoorbeeld. Wanneer u elektriciteit verbruikt maakt iets uit: vandaag is de groothandelsprijs elektriciteit rond het middaguur 5 eurocent en die daalt in de nachtelijke uren naar 3 cent. Als u in de middag stroom opwekt met uw zonnepanelen en om 4 uur ’s nachts de afwas draait en de was droogt dan zou u daar toch voor beloond moeten worden. Een paar tientjes per jaar zou dat toch zeker uitmaken. En als de elektrische auto ’s nachts aan het stopcontact hangt, wel meer dan honderd euro.

Van de traditionele energiebedrijven hoeven we op dat front helaas niets te verwachten. In de tien jaar dat zij in de vrije markt aan consumenten energie leveren is er nog geen mogelijkheid gekomen – anders dan het al lang bestaande nachtstroomtarief – waarbij het in prijs uitmaakt wannéér je energie gebruikt. Met steeds meer lokale en duurzame elektriciteitsproductie (zonneparken, windmolens) wordt dat wel belangrijker.

Mijn stelling is dat energiedata eigendom zijn van de gebruiker en van niemand anders. Natuurlijk moeten deze gegevens volgens de wet regelmatig gedeeld worden met de netbeheerder, maar verder met niemand anders. U bepaalt zelf wel wanneer u kookt, slaapt, wast of werkt. Daar hoeft zonder uw toestemming verder niemand geld aan te verdienen. U bent de baas van uw eigen goudmijn.

Wíj weten het wel!

fd0310columnsybrandfrietema kopie[column Friesch Dagblad 3 october 2014 – de dag dat bekend werd dat het kabinet de doelstellingen voor duurzame energie VOLSTREKT NIET HAALT]

De vrije markt op het gebied van energie is – vriendelijk gezegd – een monstrum. Het werkt niet. Het gaat uit van de gedachte dat iedereen ongebreideld recht heeft op energie, zolang er maar betaald wordt. Dat kan niet en dat moet anders. Bijna iedereen is het daar over eens, alleen weet het kabinet dat nog niet.

Al decennia stelt de rijksoverheid dat het heel graag wil dat er energiebeleid wordt uitgevoerd, dat er ruim geïnvesteerd wordt in voldoende energieproductie, dat burgers meer besparen – en zo meer geld overhouden om de economie aan te jagen, dat het aandeel duurzame elektriciteits- en groene gasproductie groter wordt. Vroeger – voor de liberalisering – ging dat vrij simpel: de overheid stelde een plan daarvoor op en liet het uitvoeren.

De overheid heeft niet meer de instrumenten omdat ‚de vrije markt’ de antwoorden op alle voorkomende vragen zou moeten hebben. Maar dat is niet zo.

Zo kan de overheid wel roepen dat het nieuwe windmolens wil, of meer zonnepanelen, maar de grote energiereuzen slaan zelf aan het rekenen en vragen een vergunning aan voor een grote nieuwe kolencentrale – ze kunnen die stroom namelijk voor een prima prijs goed exporteren. De vergunning kan niet worden geweigerd, de bouw start en Nederland wordt weer een beetje minder groen. Je kan het de energiereus niet aanrekenen – die doet wat de vrije markt vraagt.

Net zo goed kan de overheid aanbieders van stroom wel verplichten aan te geven hoe duurzaam opgewekt ze wel niet zijn. Die ‚groenheid’ van stroom koop je echter voor een schijntje in het buitenland en er wordt nauwelijks door deze maatregel in Nederland geïnvesteerd. Ook weer een gevolg van de Europese vrije markt.

De energiebelasting is ook zo’n voorbeeld: hoe meer je gebruikt, des te minder belasting betaal je per eenheid (dat verschil is bizar groot: de kleinverbruiker betaalt 143 euro, de echt grote jongens 0,50 euro per megawattuur). Zo worden verspillers door onze overheid gesubsidieerd. Maar ja, andere landen doen het ook zo en in de vrije markt moeten we geen belemmeringen opwerpen en de industrie heeft al zo moeilijk, zo luidt het argument.

Het enige instrument dat de overheid nog heeft is een grote pot met stroop. Stroop in de vorm van belastingvoordeel of subsidie. Grote klodders stroop worden uitgesmeerd over luxe, onzuinige auto’s met een kek elektromotortje er in geplakt zodat ze belastingvoordeel genereren. Investeerders van over de hele wereld wordt stroop om de mond gesmeerd en met gelokt met miljarden subsidie voor windmolenparken op zee.

Het lastige van stroop is dat het kliedert. Het komt op plekken waar je het niet wilt. Daar waar het de bedoeling is, komt te weinig terecht. En af en toe is er iemand die langskomt en kans ziet een flinke lik uit de pot te nemen.

De overheid zou graag willen dat haar burgers en ondernemingen minder energie verbruiken. Zuiniger auto’s, betere isolatie van huizen, efficiëntere processen. Maar ook hier staat zij machteloos ten opzichte van de vrije markt. Terrasverwarmer aan, hartje winter? Geen punt, iedereen mag verspillen, zolang het maar betaald wordt. De vrije markt zorgt ervoor dat er pas op energie bezuinigd wordt als het niet meer betaalbaar is. En wat betekent dat op het vlak van olie en gas? Het ontluisterende antwoord: als het bijna op is.

Daar kunnen we niet op wachten. Er moeten beperkingen komen op gebruik van energie. De overheid zou de regie weer zelf in handen kunnen nemen.

Deze week werd bekend dat burgers voorstanders zijn van strenger beleid dan de overheid zelf – meer dan twee-derde wil verplichte maatregelen om energie te besparen en duurzaam op te wekken. Niks stimuleren of via convenant afspreken, nee, verplichten.

Dit kabinet ziet niet de urgentie en is het gevoel voor richting kwijt. Gelukkig wijst de bevolking – van links tot rechts verenigd – nu de weg.

Wíj weten het wel.

Energiefonds – 6 punten voor een mooie start

Aan ideeën over energie is er geen gebrek. Vele dorpen en wijken in Fryslân zijn op dit moment na aan het denken over energiebesparingsmogelijkheden, zonneweides, gemeenschappelijke inkoop, eigen openbaar vervoer, wat niet al. Meer en meer in de vorm van coöperaties gaan burgers aan de slag om het woord duurzaamheid in daden om te zetten.

Gelukkig is er in Fryslân binnenkort een provinciaal instrument om deze daadkracht financieel te ondersteunen: het Fûns Skjinne Fryske Enerzjy (FSFE). Het is een BV die 90 miljoen Euro heeft meegekregen (een deel van de NUON-gelden) voor het ’wegnemen van financiële knelpunten rondom energiebesparing en duurzame energie opwekking’. Er is ’specifiek aandacht voor kleinschalige en lokale initiatieven’.

Dit klinkt goed, bepalend voor het succes is immers niet wat het fonds nodig heeft, maar wat burgers en ondernemers nodig hebben. En leidend blijft het doel: besparen en lokale productie – niet: hoog rendement op vermogen.

Voor een fonds is het makkelijker als het geld verdeeld wordt over een paar consortia – mannen in pak met spreadsheets en een professionele presentatie – in plaats van in een dorpshuizen te luisteren naar veelkleurige groepen met mooie en gedragen ideeën voor een eigen zonneweide. Dat laatste is lastiger maar het zal wel moeten.

Ik denk dat het fonds een mooie start kan maken door vanaf het begin een aantal punten ter harte te nemen:

  1. Transparant – laat het fonds open en transparant zijn vanaf het begin. Het fonds is door burgers en ondernemers bij elkaar gespaard en het zou van de gekke zijn om dat nu in handen te leggen van fondsbeheerders op afstand. Als er één fonds is dat het waard is op een duidelijke wijze gemonitord te worden en publiek verantwoording af te leggen over zijn werkzaamheden dan is het dit fonds wel. Niet achteraf maar tijdens de rit.
  2. Lokaal – laat zien dat een minimum doelstelling (zowel in aantal participaties als in fonds grootte) hoe-dan-ook lokaal gespendeerd wordt – hetzij via een lokale coöperatie hetzij in de vorm van lokale werkgelegenheid.
  3. Mix – laat financiering een mix zijn van bewezen en nieuwe technieken; laat besparing gepaard gaan met productie; laat kleinschalig bloeien naast grootschalig.
  4. Geen gekkigheid – ik gun de gedeputeerde Konst alle mogelijkheden om linten door te knippen van energie-arme wijken, het in werking stellen van nieuwe zonneweides of proefinstallaties ’Blue energy’, maar liever geen zelf-feliciterende congressen of duur drukwerk. Die hebben we genoeg gehad.
  5. Eerste hulp bij financiële onbekendheid – als er meer tijd gestoken moet worden in ondersteuning van lokale projecten en het doorrekenen van business plannen, zorg daar dan voor. Dat zijn transitiekosten die zich dubbel en dwars uitbetalen; zo krijgen we Friese dorpen en wijken die zich beter op de toekomst kunnen instellen.
  6. Inverdien’-mogelijkheid – geef burgers en bedrijven de mogelijkheid om klein te beginnen en op termijn meer participaties uit te geven. In zo’n geval zou het fonds kunnen inspringen door van meet af aan een groter deel te financieren dat geoormerkt is voor participaties van wijkbewoners.

Er is geen routeplan voor energietransities waarbij burgers en lokale ondernemers een grote rol spelen want niemand weet waar het eindigt. Maar het moet ergens beginnen.

Laat dat Fryslân zijn.

Gasdom

Column Friesch Dagblad – 20 juni 2014
Oliedom is de uitdrukking. Gasdom is inmiddels een beter begrip.

Minister Kamp – de meest gewiekste minister die ons land rijk is – wees onlangs plompverloren drie gebieden in Fryslân aan waar naar schaliegas geboord mag worden.

De eerste reactie (‘fernuvere’) van gedeputeerde Poepjes van de Provinsje op de plannen van Kamp was er niet één waar je een krachtig provinciaal bestuurder aan herkent. Gelukkig vond zij snel de weg terug (“we binne der op tsjin”) en ondertekende een manifest dat duidelijk maakt dat Fryslân niet zomaar schaliegaswinning toe wil staan. Een verstandig en belangrijk signaal.

Want iedereen die zich ook maar een beetje interesseert voor energie, water, milieu of het Fryske landschap zou zich in schaliegas moeten verdiepen.

Er is geen Duitser die komt varen op een vervuild meer en geen Aziaat die verdachte melk drinkt.

Schaliegas klinkt vriendelijk en het lijkt zo netjes en schoon te winnen in de geanimeerde filmpjes van de producenten. Met chirurgische precisie gaat een boor heel diep de grond in, maakt een bocht in de schalielaag (compacte, harde kleimassa) en kraakt (‘frackt’) daar het gesteente zodat dat het gas vrijkomt. Dat gas wordt opgevangen en stroomt via het gasnet de huizen in.

De werkelijkheid is minder netjes. Het winnen van fossiele brandstoffen is normaal al een smerig en giftig proces, met schaliegas worden de risico’s alleen nog maar groter. In het kort: om schaliegas te winnen wordt met enorme druk een onbekende mix van (zeer) giftige chemicaliën de grond in gepompt. De kans dat er iets fout gaat is niet denkbeeldig en ervaringen in andere landen wijzen op gevaar, met name voor drinkwatervoorziening. Voor Fryslân zijn agrarische kwaliteit en watertoerisme speerpunten. Laten we dat zo houden. We kunnen ons zelfs niet een miniem kleine kans op een (drink)waterramp veroorloven. Er is geen Duitser die komt varen op een vervuild meer en geen Aziaat die verdachte melk drinkt. Om nog maar te zwijgen over het drinkwater van onze kinderen. Om dát op het spel te zetten, dat kunnen we rustig gasdom noemen.

waar in het poolgebied het ijs ook maar smelt, sleept Shell direct de boortorens naar toe

Niet alleen schaliegas, maar alle vormen van fossiele brandstof worden bij stijgende energieprijzen interessant voor de energiereuzen. Op de meest onherbergzame plekken, midden in oceanen, wordt inmiddels geboord naar alles wat lijkt op olie en gas; teerzand in Canada wordt net zolang bewerkt tot het door een olieleiding geperst kan worden; elke steenlaag wordt beklopt om te zien of er nog wat olie uit te knijpen valt. En waar in het poolgebied het ijs ook maar smelt, sleept Shell direct de boortorens naar toe.

Echter wordt het steeds moeilijker, gevaarlijker en met meer risico voor mens en milieu om het te winnen. Zelfs BP – een gerespecteerd en oud energiebedrijf – vertilde zich in de Golf van Mexico (Deepwater Horizon olieramp) aan de enorme risico’s die moeilijk winbare fossiele brandstoffen nu eenmaal hebben. Één belangrijk stuk techniek werd onder tijdsdruk ondoordacht gebruikt en een onmetelijke schade aan ecosystemen, milieu en economie was het gevolg. Met schaliegas kan hetzelfde gebeuren: één kleine fout kan onherstelbare schade aanrichten.

Het ene gat met het andere dichten.
Ook in Nederland is men bezig olie te winnen. In Drenthe wordt op dit moment het laatste restje olie uit de bodem gepeurd. Dat gaat niet vanzelf; het stroperige goedje dat daar resteert moet eerst onder de grond verwarmd worden door middel van de inzet van veel Groningengas voordat het naar boven gehaald kan worden en aan Duitsland verkocht. Zo verbrandt Kamp onze laatste gasreserve om onze laatste oliereserve te kunnen winnen om daarmee de staatskas een paar jaar te spekken. Minister Kamp heeft ongetwijfeld ruim voldoende retorisch talent om daar een klinkend verhaal van te maken. Voor mij is het duidelijk: dit is slecht, puur slecht om zo datgene wat ons rest aan brandstoffen zo te verkwanselen. Voorbeeld van energiebeleid dat strafbaar gesteld zou moeten worden.

Terwijl overheden zoveel beter zouden kunnen doen. Het rijk en gemeenten moeten burgers en bedrijven duidelijk maken dat isoleren, besparen en zelf produceren van duurzame energie hard nodig is. Als die burgers – al dan niet verenigd – daar mee aan de slag zijn, dan kunnen diezelfde burgers van Fryslân met recht en reden duidelijk maken dat schaliegas helemaal niet nodig is.
Nu niet.
Nooit.

Windmolens in Fryslân – als je ze niet wil, krijg je ze toch (maar verdien je er niets aan)

Column Friesch Dagblad – mei 2014
De discussie over windmolens in Fryslân is een nieuwe ronde ingegaan. Op tientallen plekken in Fryslân worden nu avonden belegd waarin burgers kennis kunnen maken met plannen voor nieuwe windmolens in hun omgeving. Plannen die bewoners behoorlijk kunnen overvallen en alleen al daarom tot ergernis kunnen leiden.

Het lastige is dat de uitkomst van deze discussie onder hoge druk staat. Er moet snel een provinciaal plan voor windmolenparken komen, anders klapt het rijk er overheen met een eigen plan. Dat terwijl juist een proces als dit zorgvuldigheid, tijd, bewonersbetrokkenheid, veel overleg en politieke moed vereist.

Toch, als dit proces niet loopt – er is veel weerstand, er is weinig belangstelling om tot goede afspraken te komen, burgers kunnen niet meebeslissen of participeren – wordt de uitkomst wellicht nog onwenselijker. Het bizarre feit is namelijk dat áls de burgers in Fryslân geen windmolens willen, ze deze tóch krijgen en, in plaats dat men er lokaal nog wat aan kan verdienen, zullen dan alle inwoners van Fryslân er meer voor moeten betalen.

De verplichting tot het plaatsen van windmolens die de provincie jaren geleden heeft afgesproken met de rijksoverheid moet linksom of rechtsom worden gehaald. Als de provincie Fryslân niet snel met een goed plan komt voor windmolenprojecten – om het vriendelijk te zeggen: dat hebben ze niet – bepaalt het rijk zelf waar het komt. Daar is een speciaal instrument voor, de Rijkscoördinatieregeling, en die sluit alle inspraak en beroepsmogelijkheden kort. Die molens komen dan in het Noordelijk deel van het IJsselmeer. Een groot park, daar kun je donder op zeggen. Het rijk gaat in dat geval geen afspraken maken met Friese bewoners of bedrijven maar gunt het project aan een handjevol bedrijven. Zo zullen een paar grote projectontwikkelaars en financiers nog een stuk rijker worden, krijgen lokale Friese bedrijven het nakijken bij de aanbesteding en, niet te vergeten, zal dat grote windmolenpark een paar honderd miljoen euro’s MEER aan gemeenschapsgeld kosten – windmolens in water krijgen meer subsidie dan die op land. Dus het is niet zo dat de burgers die denken geen last te hebben van deze molens opgelucht adem kunnen halen: deze IJsselmeer-oplossing is een stuk duurder; naar friese schaal uitgerekend zou dat tot duizend euro per gezin meer kosten. Er is dus eigenlijk iedereen veel aan gelegen dat – waar dat maar kan – omwonenden en lokale projectontwikkelaars tot afspraken kunnen komen.

Het kan ook anders: op verschillende plekken in Fryslân draaien dorpsmolens. Kleinschalig, met vaak ruime betrokkenheid van het dorp en, niet onbelangrijk, een inkomstenbron voor de lokale gemeenschap. Het is echter geen panacee, het kan domweg niet overal. En het is zeker niet makkelijk: het vereist politieke lef om dorpsmolens op de raadsagenda te zetten; het vereist doorzettingsvermogen om daar in je eigen dorp of wijk de schouders onder te willen zetten; het vereist ondernemerschap om het project van de grond te tillen. Maar mensen met lef, doorzettingsvermogen en ondernemerschap zijn er gelukkig.

In dit stuk mist u ongetwijfeld een lofzang op duurzame energie. Dat klopt. In mijn optiek is duurzaamheid geen doel maar een logische consequentie van ons eigen handelen. Immers als wij, in onze eigen regio, mogen bepalen op welke wijze wij energie willen opwekken en gebruiken, dan doen we dat met een goed oog voor mens en milieu; belonen wij hen die ons helpen en financieren op een eerlijke manier, en vergoeden wij hen die overlast hebben. Zeker bij windmolens.