3 voorspellingen voor Fryslân

column Friesch Dagblad
9 januari 2015

Op het gevaar af volgend jaar rond deze tijd voor schut te staan wil ik een aantal zaken voorspellen.

Energievoorziening wordt globaler én lokaler.
Energie blijft in 2015 op de agenda, lokaal én internationaal. Of de prijs van olie nu laag is of hoog, of Poetin nu met oorlog dreigt of Obama sancties opvoert – de kolommen zullen gevuld blijven met energienieuws. Meer nog dan voorheen zal energieverbruik echter gerelateerd worden aan grote wereldproblemen – vervuiling, schaarste, klimaatverandering, ongelijke verdeling, oorlogen.
Zelfs de Paus heeft aangegeven dit jaar zwaar in te zetten op de gevolgen van klimaatverandering in de aanloop naar de grote klimaatconferentie (Parijs, december). Reken er op dat de nieuws- en opiniepagina’s dit jaar daarover vol zullen staan.

Daarentegen mag van mij het politiek zwartepieten over Friese windmolens in de regionale kranten achterwege blijven. Of Friese windmolens nu wel of niet op/naast/onder de Afsluitdijk komen te staan boeit mij minder dan wie er met het geld vandoor gaat; laten we daarom in ieder geval afspreken dat het geld in Fryslân blijft en niet direct ten goede komt van bedrijven uit de Randstad.

Energieakkoord is failliet.
Vorig jaar was het eerste jaar van het Energieakkoord. Deze serie nationale, langjarige afspraken is geen succes geworden en dat is niet verbazingwekkend. Het blijkt dat de inspanningen van de verzamelde milieuclubs om namens ons allen afspraken te maken met de grote industrie – op z’n vriendelijkst gezegd – behoorlijk naïef waren. De grote jongens schudden de kolenbelasting van zich af en beetje bij beetje verdwijnen ook de andere beperkingen. Zo krijgt de fossiele sector de komende jaren 4 miljard euro (!) om in het buitenland gekapt hout in centrales als biomassa op te stoken. Nu moet ook nog de certificering van dat hout weg – uw ‘duurzame’ stroom zou zomaar ook uit oerbossen mogen komen! Je moet maar durven, miljarden subsidie opstrijken en dan nóg onder de voorwaarden proberen uit te komen.
Intussen werd ‘het zoet’, de met veel bombarie aangekondigde ‘postcoderoos’-regeling voor de energiebewuste burger, zorgvuldig en bewust door Economische Zaken om zeep geholpen. Het is alsof iemand op jouw kosten, in jouw huis een groot, verwoestend feest geeft en je als dank het papier laat aflikken waar de grote verjaardagstaart op heeft gestaan.
Ondertekenaars Greenpeace en de Milieufederaties moeten rap erkennen dat ze fout zaten en begin dit jaar het vertrouwen opzeggen in het hele proces. Redenen genoeg om er nu mee te kappen.

Dan doen we het zelf wel.
Dat laatste brengt mij op voorspelling drie. In Duitsland is de afgelopen jaren het grootste deel van de investeringen in nieuwe energie gedaan door particulieren en coöperaties. Dat is minder raar dan op het eerste gezicht lijkt. Investeren in energievoorziening kan profijtelijk zijn. Traditionele partijen zijn echter geïnteresseerd in oude, bekende technieken en in sectoren waarin al eerder grootschalige investeringen gedaan zijn. Coöperaties kijken niet naar het verleden en kiezen juist voor technieken die nieuw zijn, langjarig mee kunnen, lokaal gemaakt kunnen worden en schaalbaar zijn. Zij kiezen voor duurzaam omdat daar het minste risico aan zit – dus ook financieel duurzaam investeren.

Dát model van particuliere investeringen is nodig in Fryslân. Dat is goed voor versnelling van de duurzaamheid, dat is goed voor werkgelegenheid en financiële stabiliteit, dat is goed voor de samenhang. Veel mensen willen graag dat er dingen veranderen, willen er zelf voor zorgen dat er nuttige diensten en producten komen in plaats van alleen maar profijtelijke. Er is op dat vlak gelukkig in 2014 veel bereikt dat niet voor mogelijk werd gehouden en dát alleen al geeft een goed gevoel voor 2015.

Energievoorziening – laten we het in 2015 beter doen, anders doen, en, met name, zelf doen.

Goudmijn in de meterkast

Wie zou zich interesseren in dat wat zich afspeelt in een donkere kast vlak achter de voordeur? Nou, Google bijvoorbeeld. Zij zijn geïnteresseerd in energiedata en dat is niet zo vreemd als het lijkt.

Traditionele energieleveranciers willen u zoveel mogelijk energie verkopen. Dat moet eens per jaar betrouwbaar gemeten worden om u een kloppende jaarrekening te sturen, maar daarmee is de kous af. Of u nou probeert te besparen op uw stroomverbruik of het juist lekker warm stookt met de ramen open, het maakt hen niet uit. Als u de rekening maar betaalt.

Toch is kennis van het verbruik van huishoudens zeker van belang. Voor netbeheerders van gas en elektriciteit – die kunnen zien wanneer pieken optreden in het net, en voor de huishoudens zelf – kunnen ze zien of besparing zin heeft. Maar er zijn andere partijen die grif geld over hebben voor uw energiegegevens.

Marketingbedrijven die handelen in consumentenprofielen zouden graag uw meterkast induiken. Gecombineerd met de andere gegevens die zij van u hebben, kunnen ze u prachtige, maatgemaakte aanbiedingen doen. Dat gaat verder dan u denkt. Van alle gegevens die men over u verzamelt, zijn energiedata wel de hardste. Uw elektriciteit- en gasmeter liegen niet.

Op uw sociale profielen schrijft u dat u energiek, sportief en sociaal bent – marketing mensen met uw metergegevens weten wel beter: u slaapt een gat in de dag en ploft ’s avonds met een glas wijn voor de buis. U moet dan ook niet raar staan te kijken als er via Facebook aanbiedingen komen voor elektrische dekens en DVD-series en geen uitnodigingen voor avontuurlijke vakanties of sportkleding.

Het is in dit licht dat wij Google’s pogingen moeten zien om met de slimme thermostaat Nest (in Nederland o.a. via Essent verkrijgbaar) aan energiedata te komen. De thermostaat genereert continu gegevens die – net als zoekopdrachten bij google.com – bij elkaar een deel van uw (energie)profiel bepalen.

Energiedata zijn geld waard voor de Googles van deze wereld. Dat zou ook voor ú moeten gelden. In prijs bijvoorbeeld. Wanneer u elektriciteit verbruikt maakt iets uit: vandaag is de groothandelsprijs elektriciteit rond het middaguur 5 eurocent en die daalt in de nachtelijke uren naar 3 cent. Als u in de middag stroom opwekt met uw zonnepanelen en om 4 uur ’s nachts de afwas draait en de was droogt dan zou u daar toch voor beloond moeten worden. Een paar tientjes per jaar zou dat toch zeker uitmaken. En als de elektrische auto ’s nachts aan het stopcontact hangt, wel meer dan honderd euro.

Van de traditionele energiebedrijven hoeven we op dat front helaas niets te verwachten. In de tien jaar dat zij in de vrije markt aan consumenten energie leveren is er nog geen mogelijkheid gekomen – anders dan het al lang bestaande nachtstroomtarief – waarbij het in prijs uitmaakt wannéér je energie gebruikt. Met steeds meer lokale en duurzame elektriciteitsproductie (zonneparken, windmolens) wordt dat wel belangrijker.

Mijn stelling is dat energiedata eigendom zijn van de gebruiker en van niemand anders. Natuurlijk moeten deze gegevens volgens de wet regelmatig gedeeld worden met de netbeheerder, maar verder met niemand anders. U bepaalt zelf wel wanneer u kookt, slaapt, wast of werkt. Daar hoeft zonder uw toestemming verder niemand geld aan te verdienen. U bent de baas van uw eigen goudmijn.

Wíj weten het wel!

fd0310columnsybrandfrietema kopie[column Friesch Dagblad 3 october 2014 – de dag dat bekend werd dat het kabinet de doelstellingen voor duurzame energie VOLSTREKT NIET HAALT]

De vrije markt op het gebied van energie is – vriendelijk gezegd – een monstrum. Het werkt niet. Het gaat uit van de gedachte dat iedereen ongebreideld recht heeft op energie, zolang er maar betaald wordt. Dat kan niet en dat moet anders. Bijna iedereen is het daar over eens, alleen weet het kabinet dat nog niet.

Al decennia stelt de rijksoverheid dat het heel graag wil dat er energiebeleid wordt uitgevoerd, dat er ruim geïnvesteerd wordt in voldoende energieproductie, dat burgers meer besparen – en zo meer geld overhouden om de economie aan te jagen, dat het aandeel duurzame elektriciteits- en groene gasproductie groter wordt. Vroeger – voor de liberalisering – ging dat vrij simpel: de overheid stelde een plan daarvoor op en liet het uitvoeren.

De overheid heeft niet meer de instrumenten omdat ‚de vrije markt’ de antwoorden op alle voorkomende vragen zou moeten hebben. Maar dat is niet zo.

Zo kan de overheid wel roepen dat het nieuwe windmolens wil, of meer zonnepanelen, maar de grote energiereuzen slaan zelf aan het rekenen en vragen een vergunning aan voor een grote nieuwe kolencentrale – ze kunnen die stroom namelijk voor een prima prijs goed exporteren. De vergunning kan niet worden geweigerd, de bouw start en Nederland wordt weer een beetje minder groen. Je kan het de energiereus niet aanrekenen – die doet wat de vrije markt vraagt.

Net zo goed kan de overheid aanbieders van stroom wel verplichten aan te geven hoe duurzaam opgewekt ze wel niet zijn. Die ‚groenheid’ van stroom koop je echter voor een schijntje in het buitenland en er wordt nauwelijks door deze maatregel in Nederland geïnvesteerd. Ook weer een gevolg van de Europese vrije markt.

De energiebelasting is ook zo’n voorbeeld: hoe meer je gebruikt, des te minder belasting betaal je per eenheid (dat verschil is bizar groot: de kleinverbruiker betaalt 143 euro, de echt grote jongens 0,50 euro per megawattuur). Zo worden verspillers door onze overheid gesubsidieerd. Maar ja, andere landen doen het ook zo en in de vrije markt moeten we geen belemmeringen opwerpen en de industrie heeft al zo moeilijk, zo luidt het argument.

Het enige instrument dat de overheid nog heeft is een grote pot met stroop. Stroop in de vorm van belastingvoordeel of subsidie. Grote klodders stroop worden uitgesmeerd over luxe, onzuinige auto’s met een kek elektromotortje er in geplakt zodat ze belastingvoordeel genereren. Investeerders van over de hele wereld wordt stroop om de mond gesmeerd en met gelokt met miljarden subsidie voor windmolenparken op zee.

Het lastige van stroop is dat het kliedert. Het komt op plekken waar je het niet wilt. Daar waar het de bedoeling is, komt te weinig terecht. En af en toe is er iemand die langskomt en kans ziet een flinke lik uit de pot te nemen.

De overheid zou graag willen dat haar burgers en ondernemingen minder energie verbruiken. Zuiniger auto’s, betere isolatie van huizen, efficiëntere processen. Maar ook hier staat zij machteloos ten opzichte van de vrije markt. Terrasverwarmer aan, hartje winter? Geen punt, iedereen mag verspillen, zolang het maar betaald wordt. De vrije markt zorgt ervoor dat er pas op energie bezuinigd wordt als het niet meer betaalbaar is. En wat betekent dat op het vlak van olie en gas? Het ontluisterende antwoord: als het bijna op is.

Daar kunnen we niet op wachten. Er moeten beperkingen komen op gebruik van energie. De overheid zou de regie weer zelf in handen kunnen nemen.

Deze week werd bekend dat burgers voorstanders zijn van strenger beleid dan de overheid zelf – meer dan twee-derde wil verplichte maatregelen om energie te besparen en duurzaam op te wekken. Niks stimuleren of via convenant afspreken, nee, verplichten.

Dit kabinet ziet niet de urgentie en is het gevoel voor richting kwijt. Gelukkig wijst de bevolking – van links tot rechts verenigd – nu de weg.

Wíj weten het wel.

Gasdom

Column Friesch Dagblad – 20 juni 2014
Oliedom is de uitdrukking. Gasdom is inmiddels een beter begrip.

Minister Kamp – de meest gewiekste minister die ons land rijk is – wees onlangs plompverloren drie gebieden in Fryslân aan waar naar schaliegas geboord mag worden.

De eerste reactie (‘fernuvere’) van gedeputeerde Poepjes van de Provinsje op de plannen van Kamp was er niet één waar je een krachtig provinciaal bestuurder aan herkent. Gelukkig vond zij snel de weg terug (“we binne der op tsjin”) en ondertekende een manifest dat duidelijk maakt dat Fryslân niet zomaar schaliegaswinning toe wil staan. Een verstandig en belangrijk signaal.

Want iedereen die zich ook maar een beetje interesseert voor energie, water, milieu of het Fryske landschap zou zich in schaliegas moeten verdiepen.

Er is geen Duitser die komt varen op een vervuild meer en geen Aziaat die verdachte melk drinkt.

Schaliegas klinkt vriendelijk en het lijkt zo netjes en schoon te winnen in de geanimeerde filmpjes van de producenten. Met chirurgische precisie gaat een boor heel diep de grond in, maakt een bocht in de schalielaag (compacte, harde kleimassa) en kraakt (‘frackt’) daar het gesteente zodat dat het gas vrijkomt. Dat gas wordt opgevangen en stroomt via het gasnet de huizen in.

De werkelijkheid is minder netjes. Het winnen van fossiele brandstoffen is normaal al een smerig en giftig proces, met schaliegas worden de risico’s alleen nog maar groter. In het kort: om schaliegas te winnen wordt met enorme druk een onbekende mix van (zeer) giftige chemicaliën de grond in gepompt. De kans dat er iets fout gaat is niet denkbeeldig en ervaringen in andere landen wijzen op gevaar, met name voor drinkwatervoorziening. Voor Fryslân zijn agrarische kwaliteit en watertoerisme speerpunten. Laten we dat zo houden. We kunnen ons zelfs niet een miniem kleine kans op een (drink)waterramp veroorloven. Er is geen Duitser die komt varen op een vervuild meer en geen Aziaat die verdachte melk drinkt. Om nog maar te zwijgen over het drinkwater van onze kinderen. Om dát op het spel te zetten, dat kunnen we rustig gasdom noemen.

waar in het poolgebied het ijs ook maar smelt, sleept Shell direct de boortorens naar toe

Niet alleen schaliegas, maar alle vormen van fossiele brandstof worden bij stijgende energieprijzen interessant voor de energiereuzen. Op de meest onherbergzame plekken, midden in oceanen, wordt inmiddels geboord naar alles wat lijkt op olie en gas; teerzand in Canada wordt net zolang bewerkt tot het door een olieleiding geperst kan worden; elke steenlaag wordt beklopt om te zien of er nog wat olie uit te knijpen valt. En waar in het poolgebied het ijs ook maar smelt, sleept Shell direct de boortorens naar toe.

Echter wordt het steeds moeilijker, gevaarlijker en met meer risico voor mens en milieu om het te winnen. Zelfs BP – een gerespecteerd en oud energiebedrijf – vertilde zich in de Golf van Mexico (Deepwater Horizon olieramp) aan de enorme risico’s die moeilijk winbare fossiele brandstoffen nu eenmaal hebben. Één belangrijk stuk techniek werd onder tijdsdruk ondoordacht gebruikt en een onmetelijke schade aan ecosystemen, milieu en economie was het gevolg. Met schaliegas kan hetzelfde gebeuren: één kleine fout kan onherstelbare schade aanrichten.

Het ene gat met het andere dichten.
Ook in Nederland is men bezig olie te winnen. In Drenthe wordt op dit moment het laatste restje olie uit de bodem gepeurd. Dat gaat niet vanzelf; het stroperige goedje dat daar resteert moet eerst onder de grond verwarmd worden door middel van de inzet van veel Groningengas voordat het naar boven gehaald kan worden en aan Duitsland verkocht. Zo verbrandt Kamp onze laatste gasreserve om onze laatste oliereserve te kunnen winnen om daarmee de staatskas een paar jaar te spekken. Minister Kamp heeft ongetwijfeld ruim voldoende retorisch talent om daar een klinkend verhaal van te maken. Voor mij is het duidelijk: dit is slecht, puur slecht om zo datgene wat ons rest aan brandstoffen zo te verkwanselen. Voorbeeld van energiebeleid dat strafbaar gesteld zou moeten worden.

Terwijl overheden zoveel beter zouden kunnen doen. Het rijk en gemeenten moeten burgers en bedrijven duidelijk maken dat isoleren, besparen en zelf produceren van duurzame energie hard nodig is. Als die burgers – al dan niet verenigd – daar mee aan de slag zijn, dan kunnen diezelfde burgers van Fryslân met recht en reden duidelijk maken dat schaliegas helemaal niet nodig is.
Nu niet.
Nooit.

Windmolens in Fryslân – als je ze niet wil, krijg je ze toch (maar verdien je er niets aan)

Column Friesch Dagblad – mei 2014
De discussie over windmolens in Fryslân is een nieuwe ronde ingegaan. Op tientallen plekken in Fryslân worden nu avonden belegd waarin burgers kennis kunnen maken met plannen voor nieuwe windmolens in hun omgeving. Plannen die bewoners behoorlijk kunnen overvallen en alleen al daarom tot ergernis kunnen leiden.

Het lastige is dat de uitkomst van deze discussie onder hoge druk staat. Er moet snel een provinciaal plan voor windmolenparken komen, anders klapt het rijk er overheen met een eigen plan. Dat terwijl juist een proces als dit zorgvuldigheid, tijd, bewonersbetrokkenheid, veel overleg en politieke moed vereist.

Toch, als dit proces niet loopt – er is veel weerstand, er is weinig belangstelling om tot goede afspraken te komen, burgers kunnen niet meebeslissen of participeren – wordt de uitkomst wellicht nog onwenselijker. Het bizarre feit is namelijk dat áls de burgers in Fryslân geen windmolens willen, ze deze tóch krijgen en, in plaats dat men er lokaal nog wat aan kan verdienen, zullen dan alle inwoners van Fryslân er meer voor moeten betalen.

De verplichting tot het plaatsen van windmolens die de provincie jaren geleden heeft afgesproken met de rijksoverheid moet linksom of rechtsom worden gehaald. Als de provincie Fryslân niet snel met een goed plan komt voor windmolenprojecten – om het vriendelijk te zeggen: dat hebben ze niet – bepaalt het rijk zelf waar het komt. Daar is een speciaal instrument voor, de Rijkscoördinatieregeling, en die sluit alle inspraak en beroepsmogelijkheden kort. Die molens komen dan in het Noordelijk deel van het IJsselmeer. Een groot park, daar kun je donder op zeggen. Het rijk gaat in dat geval geen afspraken maken met Friese bewoners of bedrijven maar gunt het project aan een handjevol bedrijven. Zo zullen een paar grote projectontwikkelaars en financiers nog een stuk rijker worden, krijgen lokale Friese bedrijven het nakijken bij de aanbesteding en, niet te vergeten, zal dat grote windmolenpark een paar honderd miljoen euro’s MEER aan gemeenschapsgeld kosten – windmolens in water krijgen meer subsidie dan die op land. Dus het is niet zo dat de burgers die denken geen last te hebben van deze molens opgelucht adem kunnen halen: deze IJsselmeer-oplossing is een stuk duurder; naar friese schaal uitgerekend zou dat tot duizend euro per gezin meer kosten. Er is dus eigenlijk iedereen veel aan gelegen dat – waar dat maar kan – omwonenden en lokale projectontwikkelaars tot afspraken kunnen komen.

Het kan ook anders: op verschillende plekken in Fryslân draaien dorpsmolens. Kleinschalig, met vaak ruime betrokkenheid van het dorp en, niet onbelangrijk, een inkomstenbron voor de lokale gemeenschap. Het is echter geen panacee, het kan domweg niet overal. En het is zeker niet makkelijk: het vereist politieke lef om dorpsmolens op de raadsagenda te zetten; het vereist doorzettingsvermogen om daar in je eigen dorp of wijk de schouders onder te willen zetten; het vereist ondernemerschap om het project van de grond te tillen. Maar mensen met lef, doorzettingsvermogen en ondernemerschap zijn er gelukkig.

In dit stuk mist u ongetwijfeld een lofzang op duurzame energie. Dat klopt. In mijn optiek is duurzaamheid geen doel maar een logische consequentie van ons eigen handelen. Immers als wij, in onze eigen regio, mogen bepalen op welke wijze wij energie willen opwekken en gebruiken, dan doen we dat met een goed oog voor mens en milieu; belonen wij hen die ons helpen en financieren op een eerlijke manier, en vergoeden wij hen die overlast hebben. Zeker bij windmolens.

Het doel en de middelen

(column Friesch Dagblad april 2014)
Energievoorziening in Nederland. Bijna iedereen is het wel eens over de elementen die voor de toekomst van Nederland belangrijk zijn: besparen door te isoleren, meer elektrisch rijden, minder CO2 opwekken, meer gebruik maken van hernieuwbare energie, zuinig met fossiele brandstoffen. Maar intussen moet Nederland wel blijven draaien – iedereen moet kunnen leven, werken, wonen. En met het comfort en vrijheid die we inmiddels gewend zijn.

Overheden hebben lange termijn doelen vastgelegd in verdragen, met jaartallen en in duidelijke, afgeronde percentages. Om dat mogelijk te maken is een stelsel gemaakt van verboden, stimulansen en uitzonderingsregeltjes, aangevuld met subsidies, accijnzen, vrijstellingen, fondsen en belastingen; dat stelsel bepaalt welke vormen van energie-opwek en –verbruik worden gestimuleerd en welke ontmoedigd. Een goed systeem maar – zoals wel vaker – wringt het behoorlijk in de uitwerking.

Neem vliegtuigbrandstof kerosine. Het lijkt zo mooi; we kunnen voor de prijs van een retourtje Groningen 2de klas naar Zuid-Spanje vliegen. Maar een gezin verstookt in de eerste uren van een verre vliegvakantie meer fossiele brandstof dan het in een jaar tankt bij de bezinepomp. Dat komt omdat kerosine eigenlijk spotgoedkoop is – het is gevrijwaard van elke vorm van belastingen. Het zou volstrekt logisch zijn als daar normaal belasting op zou worden geheven – zeker ten opzichte van vormen van duurzaam vervoer die wél omzetbelasting en accijnzen betalen. Dus ik zou zeggen: één à twee miljard per jaar om omzetbelasting en accijnzen op gelijke hoogte te brengen. Daarnaast nog twee tientjes per ticket om het gebruik van CO2-uitstotende vliegtuigen langzaam te ontmoedigen. Om te beginnen.

Ander voorbeeld: Elektriciteitsbedrijven kappen in Canada prachtige bossen en verslepen het hout met vervuilende stookolieschepen naar Nederland om het daar in een kolencentrale te verbranden. Absurd, dat zou zwaar belast moeten worden, zou je zeggen. Maar nee, in het kader van het stimuleren van energie-opwekkingsprojecten wordt al jaren dit proces als ‘biomassa bijstook’ juist gesubsidieerd. Honderden miljoenen voor de eigenaren van kolencentrales en uw energieleverancier verkoopt de opgewekte stroom met een premie aan u als duurzaam opgewekte groene energie. Duurzaam opgewekt in een kolencentrale? Met subsidie? Zo snel mogelijk afschaffen.

Met het Groningen-gas wordt het verhaal helemaal bizar. Daar is het de rijksoverheid zelf die de opbrengst opmaakt. Oud-hoogleraar Flip de Kam heeft een aantal jaren terug berekend dat de afgelopen decennia tweehonderd miljard (ja, miljard!) euro aan aardgasbaten is uitgegeven aan… ja, aan wat eigenlijk, aan van alles. Eén ding is zeker, het is in ieder geval op. Zonde, nu mee stoppen, moeten we niet meer doen.

Nee, dan de Noren; die hebben al hun aardgas- en oliebaten keurig in een fonds gestort – Statens pensjonsfond – dat vorige maand aankondigde in totaal 250 miljard kronen (30 miljard euro) te gaan investeren in duurzame energie. Dan houden ze nog 5 triljard kronen over, dat is meer dan een miljoen kronen per Noor. Op de bank. Voor later.

Dát is dubbel duurzaam beleid en als de Noren dat kunnen, kunnen wij dat natuurlijk ook. Met de juiste belastingen en subsidies, en met de nodige spaarzin kan onze overheid een duurzame toekomst veilig stellen. Daar is weinig energie of creativiteit voor nodig. Alleen lef.

Sybrand Frietema de Vries

Fraccen of fracken?

Onze Taal heb ik verzocht het werkwoord ‘fraccen’ op te nemen in de onvolprezen lijst met Engelse werkwoorden in het Nederlands. Aan dat verzoek is gehoor gegeven:

Maar nu vraag ik mij af of ‘fracken’ toch niet beter is. Dat wordt de laatste tijd veel meer gebruikt en het woord zit visueel meer tegen het oorspronkelijke ‘fracking’ aan. ‘Fraccen’ lijkt anderzijds met die twee cc’s meer op andere mooi-rare woorden als stuccen of aerobiccen.

Tot nader order houd ik het bij fraccen, op het gevaar af mij hierdoor in een ongooglebare hoek van het universum te verstoppen.

Over energie en getallen, altijd lastig.

kommer & kwel

Het Brabants Dagblad had dit weekend een artikel (“Energievoorziening hapert”, geen link; HT2 Henk vdB) over de totale mislukking van de Duitse Energiewende – althans daar kwam het op neer. ‘Onbetaalbare’ stroom, zonnefirma’s failliet, miljarden subsidie door het putje, afgesloten gezinnen, conflicten met burgers. En dan nog het voornaamste knelpunt: geen geld voor uitbreiding stroomnet – waarbij het dagblad vergat te melden dat het Nederlandse TenneT daarvoor verantwoordelijk is. En dan geven die vermaledijde zonnepanelen maar voor 3 procent dekking van de energiebehoefte. Kortom: kommer en kwel daar bij de Oosterburen.

Optimist

Noem mij een optimist maar ik kijk graag naar een paar andere getallen over hetzelfde. Zo kwam het Duitse industrie IWR twee weken geleden met bijzonder nieuws:

Weltrekord: Deutsche Solaranlagen produzieren erstmals Strom mit über 20.000 MW Leistung (nieuws ook in Nederland wijdverbreid opgepikt)

De schatting was in totaal zelfs boven de 22.000 MW. Nu klinkt dat veel, met al die nullen, en als er 0,022 TW had gestaan was het maar de vraag of dat nieuws zoveel nieuwsfeeds, twitteraars en bloggers had opgeleverd.

Wat is nou helemaal 0,022 TW?

Maar is het veel? Ja! Voor Duitsland is dat veel (meer dan 40% van de op dat moment gebruikte stoom). En voor Nederlandse begrippen is het héél veel. Als we de Maximale Nederlandse Systeemvraag als uitgangspunt nemen dan is het veel. Die Duitse zonnepanelen leverden meer dan wij in Nederland zouden kunnen gebruiken. Reken maar na:

De maximale systeemvraag (Tabel 1 uit TenneT Managementsamenvatting Kwaliteits- en Capaciteitsplan 2010 – 2016) stelt voor 2012 een maximale binnenlandse systeemvraag van 20.589 MW. Dat is dus zo’n 1,5 GW minder – zeg maar stroom ter grootte van 2 grote gascentrales of 3 maal Borssele.

Dus als wij alle lampen en apparaten aanzetten, in fabrieken op vol vermogen aluminium, plastic, cement, glas en papier produceren, alle serverfarms maximaal belasten, airco’s voluit zetten, elektrische auto’s opladen … dan nog produceerden op die zonnige dag in mei de zonnepanelen in Duitsland meer.

grootschalig, langjarig, technisch. Voor & door burgers

Ik denk dat die Duitsers de goede kant op gaan. Die denken zoals je moet denken over energievoorziening: grootschalig, langjarig, technisch en met de bevolking en bedrijven als voornaamste investeerders. Dus niet door middel van een in de haast in elkaar geflanste flutsubsidie van 22 miljoen voor zonnepanelen. Daarmee haal je alle momentum uit een langzame maar krachtige Nederlandse Energiewende waar burgers en bedrijven inmiddels al lang rijp voor zijn.

Heel Europa? Nee, in Den Haag bleef één man dapper weerstand bieden aan gezond verstand…

Nu zelfs in het Verenigd Koninkrijk de nucleaire toekomst in de koelkast wordt gezet, komen de woorden van onze vice-premier en zelfbenoemd kernenergie-promotor Verhagen en in zijn kielzog die van VNO-NCW in steeds vreemder context te staan.

RWE en E.ON hebben plannen ter waarde van 15 miljard pond opgegeven. Ook hier worden economische redenen aangegeven. Volgens The Telegraph:

There was nothing the UK government could have done differently to change their decision, they [de bazen van RWE npower en E.ON UK | sfdv] said, as nuclear power was simply too long-term an investment in the current economic climate.

Alleen EDF en GDF zijn met respectievelijke partners nog wel in de race. Het nucleaire programma van de Engelse regering, die net als Verhagen met veel enthousiasme had ingezet op nieuwe kerncentrales, ligt daarmee ‘in tatters’. Omdat het VK de afgelopen jaren minder produceert en – bij gelijkblijvende consumptie – meer en meer een importeur van energie is geworden, wordt dit nieuws op het eiland niet met gejuich ontvangen. Leveringszekerheid (en daarmee het prijspeil) voor industrie en consument in het V.K. liggen meer dan ooit in handen van de rekenmeesters van buitenlandse energiereuzen.

Het lastige is dat een goede mix van elektriciteitsproductie voor leveringszekerheid en balans in deze volatiele tijden hoe-dan-ook lastig te organiseren is. Zeker voor overheden die alles uit handen hebben gegeven door middel van deregulering, liberalisering en privatisering. Zoals ook de Nederlandse.

Tijd om het roer terug in handen in te nemen.

Kernenergie economisch niet interessant, schaliegas geen optie, kolencentrale te duur… wat nu?

Een aantal verschillende berichten de afgelopen maanden geven bijelkaar een bijzonder beeld van de Grote Ontwikkelingen die er op dit moment spelen op het gebied van de Nederlandse elektriciteitsproductie. Laten we er even een paar langslopen.

Kerncentrale – nee dank u

Duidelijk is dat op dit moment niemand zich wil branden aan de ideeën die het kabinet heeft op het gebied van kernenergie. Een tweede centrale bij Borssele komt er op dit moment gewoon niet. Eigenaar Delta durft het gelukkig niet aan, maar ook de grote Duitse (RWE) en Franse energiebedrijven hebben geen belangstelling.

Kolencentrale – jammer dat het niet uit kan

Enkele jaren geleden zag het er naar uit dat er zomaar 4, 5, 6 kolencentrales bijgebouwd zouden gaan worden. Nu niet meer, vandaag is er weer een centrale gesneuveld. Dit keer die in Vlissingen, u weet wel van de ‘environmentally friendly power generation with little or no emission of CO2’, zoals C.GEN deze kolencentrale placht te greenwashen. Nog steeds is de Essent/RWE-centrale bij Eemshaven de enige die nu echt afgebouwd wordt. Liever niet trouwens, want het is economisch niet meer rendabel maar om nu de stekker er uit te halen zou om economische redenen dom zijn: “Tachtig procent van het geld is inmiddels uitgegeven“, zoals de topman al eerder aangaf.

Schaliegas – dat mag dan weer niet

Het wordt ‘m niet, schaliegas in Europa. De meeste landen in Europa hebben er geen zin in, zijn het zelfs aan het verbieden. Ook in Nederland mochten proefboringen niet – in dit geval verboden door de rechter in eerste aanleg. Schaliegas haalt dus in Europa niet, zoals in de V.S. gebeurde, de komende jaren zomaar de gasprijs onderuit.

…en wat doet de olie?

...en wat doet de olie?

dat wordt weer sparen voor gas...

Hoezeer de economische vooruitzichten investeringen in Kern & Kolen niet haalbaar maken, is de prijs van olie op moment van bloggen, 22 februari 2012, dik boven de EUR 120. Dat betekent dat oliegerelateerde gascontracten later dit jaar weer fors duurder worden. Dat is vreemd – waarin zou een energiebedrijf op dit moment dan wel in willen investeren? Die investeringen, die lagen toch al vast, zou je zeggen. En je moet ergens toch de elektriciteit vandaan halen.

Waar moet je dan wel in investeren vandaag? Ik weet wel wat.

Toevallig vandaag is een artikel in Nature Materials verschenen. De auteurs (waaronder een Nederlander van het FOM, jawel) schetsen een theoretisch ontwerpmodel waarbij zonnecellen vele malen efficiënter zijn in het omzetten van licht in elektriciteit. Het is allemaal theoretisch en de praktijk zou het moeten uitwijzen wat er van de claims overblijft, maar ja, als je daar rendementswinst kan halen dan wordt het op een gegeven moment wel heel simpel.

Kijk, daar moet nou geld naartoe. Bijvoorbeeld, ik noem maar wat, de miljoenen die minister Verhagen had klaargelegd om de vergunning van Borssele 2 versneld te gaan begeleiden. Dan zou vandaag een grote stap in energietransitie gedaan zijn. Een fossiele stap naar achteren en een duurzame naar voren.